Het hoofdhaar van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem)
Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden met hem zijn) zei over de Profeet
(vrede zij met hem):
'Zijn haar was
golvend: niet krullend en niet sluik.'
(Sahieh al-Boekhaarie: 3547 en Sahieh Moeslim: 2347)
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei over de Profeet
(vrede zij met hem):
'Hij had
gitzwart haar.'
(Sahieh al-Djaami' (4633) van al-Albaanie)
Aboe at-Toefayl (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
'Ik zag de
Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) op de dag van de Opening van Mekka
en ik zal zijn witte gezicht en zijn gitzwarte haren nooit vergeten.'
(Al-Haythamie zei in Madjma' az-Zawaa-id (8/280):
'Overgeleverd door al-Bazzaar en zijn overleveraars zijn de overleveraars van
al-Boekhaarie.')
Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
'De haren van
de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) reikten tot aan het midden van zijn
oren.'
(Sahieh Moeslim: 2338)
Al-Baraa- ibn 'Aazib (moge Allah tevreden zijn met hem en zijn vader) zei:
'De Profeet
(vrede zij met hem) was van gemiddelde lengte. Zijn schouders waren ver uit
elkaar en zijn haren reikten tot aan zijn oorlellen. Ik zag hem in een rood
gewaad; nooit heb ik iets mooiers gezien dan hij.'
(Sahieh al-Boekhaarie: 3551 en Sahieh Moeslim: 2337)
In een overlevering van al-Boekhaarie:
'Zijn haren
reikten tussen zijn oorlellen en schouders.'
(Sahieh al-Boekhaarie: 3551)
Al-Baraa- ibn 'Aazib (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
'Ik heb niemand
gezien die mooier was in een rood gewaad dan de Boodschapper van Allah (vrede
zij met hem). Zijn haar reikte tot aan zijn schouders.'
(Sahieh al-Boekhaarie: 5901 en Sahieh Moeslim: 2337)
Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
'De
Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) had golvend haar: niet krullend en
niet sluik. Zijn haren reikten tussen zijn oren en schouders.'
(Sahieh al-Boekhaarie: 5905 en Sahieh Moeslim: 2338)
'Abdoellah ibn 'Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem en zijn vader)
zei:
'De mensen van
het Boek (de joden en christenen) waren gewoon om hun haren over hun voorhoofd
te laten hangen, terwijl de veelgodenaanbidders hun haren in een scheiding droegen.
De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) hield ervan om overeen te komen
met de mensen van het Boek in datgene waarin hij niets was opgedragen (door
Allah). Aldus liet de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zijn haren in
het begin over zijn voorhoofd hangen, maar daarna droeg hij zijn haren in een
scheiding.'
(Sahieh al-Boekhaarie: 3558 en Sahieh Moeslim: 2336)
Oemm Haani- (moge Allah tevreden met haar zijn) zei:
'De Profeet
(vrede zij met hem) kwam Mekka binnen (op de dag van de Opening), terwijl hij
vier vlechten in zijn haar had.'
(Sahieh Soenan Abie Daawoed (4191) van al-Albaanie)