Deel 5: Hoe werd ik geleid naar de Tawhied en het Rechte Pad
Het slaan met
spiesen
Vlakbij ons huis bevindt zich een zaawiyah
van de Soefies. Ik ging erheen om hun dhikr te aanschouwen. Na het avondgebed
kwamen de voordragers van de liederen bijeen - zij hadden hun baarden
weggeschoren. In koor begonnen zij te zeggen:
Breng de kelk der
wijn
En schenk de glazen
voor ons in
Zij herhaalden dit vers en schommelden heen
en weer. Hun leider reciteerde het waarna hij opgevolgd werd door de rest,
waardoor het net een muzikaal zangkoor leek! Zij schaamden zich niet om wijn te
gedenken in de moskee, welke gemaakt werd voor het gebed en de Koran. Wijn
(bedwelmende middelen) werd verboden verklaard door Allah in de Koran en door
de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) in zijn overleveringen.
Vervolgens werd er hard op de tamboerijnen
geslagen. Eén van hen (een oude man) kwam naar voren, trok zijn gewaad uit en
riep zo hard hij kon: 'O grootvader!' Zijn bedoeling was om één van zijn
overleden voorvaders, welke behoorde tot de leden van de Rifaa'ie Orde, aan te
roepen. Zij staan namelijk bekend om deze praktijken! Daarna nam hij een
ijzeren spies en stak deze door de huid van zijn middel, terwijl hij
schreeuwde: 'O grootvader!'
Vervolgens kwam er een man met een
weggeschoren baard, gekleed in soldatenkleding. Hij nam een glas en begon
hierop te bijten met zijn tanden! Daarop zei ik in mijzelf:
'Als deze soldaat
oprecht was, waarom is hij dan niet gaan strijden in plaats van een glas kapot
te bijten met zijn tanden!'
Het was namelijk het jaar 1967, toen er een
groot deel van Palestina bezet werd en de Arabische legers verslagen werden en
de oorlog verloren. Deze soldaat behoorde tot hen, maar had niets uitgevoerd.
Bovendien was hij gladgeschoren.
Sommige mensen denken dat deze praktijken
wonderlijke gunsten zijn, terwijl zij niet weten dat dit tot het werk van de
duivels behoort, welke zich om hen verzameld hebben en hen bijstaan in de
dwaling. Dit komt doordat deze mensen zich hebben afgewend van het gedenken van
Allah en deelgenoten aan Hem toekennen door hun voorvaders aan te roepen. Dit
stemt overeen met de Woorden van Allah (Verheven is Hij):
En wie zich
blindelings afwendt van het gedenken van de Meest Barmhartige, voor hem stellen
Wij een duivel aan die voor hem een gezel zal zijn. En voorwaar, zij
verhinderen hen van het (Rechte) Pad, terwijl zij denken dat zij rechtgeleid
zijn.
[Soerat az-Zoekhroef
43:36-37]
Allah (Verheven is Hij) maakt de duivels
dienstbaar voor hen om hun dwaling te vermeerderen. Allah (Verheven is Hij)
zegt:
Zeg: 'Wie zich in
de dwaling bevindt, de Meest Barmhartige zal dit voor hem vermeerderen.'
[Soerat Maryam 19:75]
Het is niet vreemd dat de duivels hen
helpen en hiertoe in staat zijn. Soelaymaan (Salomon, vrede zij met hem) vroeg
namelijk aan zijn legers om de troon van koningin Balqies te brengen:
Daarop zei een
‘Ifriet (sterke demon) van onder de djinn: 'Ik zal u deze brengen voordat u van
uw plaats opstaat.'
[Soerat an-Naml
27:39]
En degenen die naar India zijn gegaan,
zoals de reiziger Ibn Battoetah en anderen, hebben bij de vuuraanbidders meer
dan dit gezien!
Deze praktijken zijn dus geen wonderlijke
gunsten, noch zijn degenen die dit uitvoeren ‘heiligen'. Neen, het slaan met
spiesen en dergelijke handelingen behoren tot het werk van de duivels die
samenkomen op het gezang en muziekinstrumenten, welke behoren tot de fluiten
van de duivel. Het merendeel van degenen die deze handelingen uitvoeren,
verricht grote zonden en pleegt zelfs openlijk afgoderij! Hoe kunnen zij dan
behoren tot de geliefden van Allah en de bezitters van wonderlijke gunsten?
Terwijl Allah (Verheven is Hij) zegt:
Waarlijk, over de
geliefden van Allah is geen vrees en zij zullen niet treuren. Degenen die
geloven en (Allah) vrezen.
[Soerat Yoenoes
10:62-63]
De geliefde van Allah is dus degene die godsvrees
bezit, wegblijft van afgoderij en zonden en enkel aan Allah om hulp vraagt in
tijden van voorspoed en in tijden van tegenspoed. Het kan zijn dat de
wonderlijke gunst tot hem komt zonder dat hij hierom vraagt en zonder hiermee
te pronken in het bijzijn van de mensen.
Shaykhoel-Islaam Ibn Taymiyyah zegt over de
handelingen van dit soort mensen:
'Deze handelingen kunnen niet door hen
uitgevoerd worden tijdens het reciteren van de Koran en het gebed. Dit komt
omdat het reciteren van de Koran en het gebed wettige aanbiddingen zijn die
overeenkomen met het Geloof en de Soennah van Mohammed (vrede zij met hem) en
zodoende de duivels verdrijven... Maar wat hun handelingen betreft, dit zijn
geïnnoveerde, afgodische, duivelse en filosofische aanbiddingen, die de duivels
aantrekken.'
Het is merkwaardig dat Sa'ied Hawwa[1]
één van degenen is die beïnvloed zijn door het Soefistische gedachtegoed en in
deze valse praktijken geloven. Hij heeft hierover geschreven in zijn boeken en
nodigt uit naar het bestuderen van de Raafi'ie Orde. Hij vermeldde hierin een
incident waarvan hij had gehoord:
'Een christen vertelde mij dat een man hem
met een spies in zijn buik sloeg, waarop deze via zijn rug eruit kwam.'!
Vervolgens zei hij:
'Het kan zijn dat de bezitter van deze
wonderlijke gunst een grote zondaar is, maar dat hij deze (wonderlijke gunst)
van zijn voorvader heeft (geërfd).'![2]
Het boek overlevert het incident op gezag
van een christen en het kan zijn dat hij liegt. Hoe kan een grote zondaar een
wonderlijke gunst bezitten? Sinds wanneer worden deze geërfd? De wonderlijke
gunst is enkel voor de godvrezende geliefden van Allah, niet voor de grote
zondaar noch kan deze geërfd worden. Als er toch iets buitengewoons plaatsvindt
met een grote zondaar, dan wordt dit geen wonderlijke gunst genoemd zoals
Sa'ied Hawwa beweert. Neen, dit is dan slechts een uitstel voor hem om de
dwaling voor hem te vermeerderen. Bovendien heb ik al gezegd dat de
vuuraanbidders handelingen uitvoeren die groter zijn dan het slaan met spiesen!
Een persoon die ik ken, die de weg van de
Voorgangers volgt, vroeg één van de kwakzalvers - die zichzelf met spiesen
slaan - om een pin in zijn oog te steken, maar hij deed dit niet en was bang.
Dit wijst erop dat zij niet zomaar elke spies in hun huid steken, maar een
speciale soort.
Degenen die dit soort praktijken uitvoerden
maar daarna berouw toonden, hebben verteld over het bloed dat uit hun lichamen
kwam waarna zij dit wegwasten.
Een oprechte moslim heeft mij verteld dat
hij met zijn eigen ogen gezien heeft hoe een soldaat zichzelf sloeg met een
speciale ijzeren spies en dat er bloed uit zijn lichaam kwam. Toen hij werd
meegenomen naar de legercommandant, zei deze tegen hem: 'Wij zullen jou op jouw
voeten slaan met een pin. Als je waarachtig bent, wees dan geduldig en verdraag
het.' Toen zij hem dan begonnen te slaan, begon hij te huilen, te roepen en te
smeken. Hij kon de slagen niet verdragen, waarop de soldaten hem uitlachten en
bespotten!
Conclusie
Het slaan met spiesen werd niet uitgevoerd
door de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), noch zijn Metgezellen, noch
de generatie na hen, noch de bekende Imams. Als hier enig goeds in zou zitten,
dan waren zij ons hiermee voor geweest. Het behoort echter tot de handelingen
van de latere vernieuwers, die hulp zoeken bij de duivels en deelgenoten
toekennen aan de Heer der Werelden.
Voorzeker, de Boodschapper van Allah (vrede
zij met hem) waarschuwde voor deze innovaties en zei:
'Pas op voor de
vernieuwde zaken (in de religie), want voorwaar: elke vernieuwing is een
innovatie, elke innovatie is een dwaling en elke dwaling is in het Hellevuur.'
(Een authentieke overlevering,
overgeleverd door an-Nasaa-ie)
De handelingen van deze vernieuwers worden
verworpen, vanwege de woorden van de Profeet (vrede zij met hem):
'Wie een handeling verricht waarop
niet ons bevel staat, deze wordt verworpen.'
(Sahieh Moeslim)
Bovendien zoeken deze vernieuwers hun hulp
bij de doden en de duivels, wat tot de afgoderij behoort waarvoor Allah heeft
gewaarschuwd met Zijn Woorden:
Voorwaar, wie
deelgenoten toekent aan Allah, voor hem heeft Allah het Paradijs waarlijk
verboden gemaakt. En zijn verblijfplaats is het Hellevuur. En voor de
onrechtplegers zijn er geen helpers.
[Soerat al-Maa-idah
5:72]
De Profeet (vrede zij met hem) heeft
bovendien gezegd:
'Wie sterft terwijl
hij buiten Allah een deelgenoot aanroept, die zal het Hellevuur binnengaan.'
(Sahieh al-Boekhaarie)
Eenieder die in hen gelooft of hen
verdedigt, behoort ook tot hen.
Door: Shaykh Mohammed ibn Djamiel Zienoe
Bron: Kayf ihtadayt ila at-Tawhied wa
as-Siraat al-Moestaqiem
Vertaald vanuit het Arabisch
[1] Voetnoot van de vertaler: Sa'ied Hawwa is één van de leiders
van de Ikhwaan al-Moeslimoen groepering.