Home arrow Aanbidding arrow Vasten arrow Uitleg van het Boek over het Vasten uit 'Oemdat al-Ahkaam: overlevering 25
Uitleg van het Boek over het Vasten uit 'Oemdat al-Ahkaam: overlevering 25 Afdrukken E-mail


Aboe Sa'ied al-Khoedrie (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:

 

 

'De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) verbood het vasten op de dag van het offeren en de dag van al-fitr; (tevens verbood hij) het wikkelen van het lichaam in een kleed zonder dat dit een opening bevat om zijn hand uit te steken; (tevens verbood hij) het zitten op het zitvlak met de knieën dicht bij de buik, terwijl men maar één kleed aanheeft; (tevens verbood hij) het bidden na het ochtendgebed en het namiddaggebed."

Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.

 

 

Beknopte uitleg

 

De Profeet (vrede zij met hem) verbood in deze overlevering twee soorten vasten, twee soorten kledingdracht en twee soorten gebeden.

 

Wat de twee soorten vasten betreft: dat is het vasten op ‘ied al-fitr en ‘ied al-adhaa. Enkele van de wijsheden achter het verbod op het vasten op deze dagen zijn reeds voorafgegaan.

 

Wat de twee soorten kledingdracht betreft: de eerste soort is het wikkelen van het lichaam in een kleed dat geen opening heeft. Het dragen hiervan is namelijk schadelijk voor de gezondheid, omdat het lichaam hierdoor niet kan luchten. Bovendien is dit het kenmerk van luiheid en leegloperij, omdat dit het bewegen en werken belemmert, welke beide vereist zijn.

 

De tweede soort is het zitten op het zitvlak met de knieën dicht bij de buik, terwijl men maar één kleed aanheeft. Dit werd verboden, omdat dit ervoor kan zorgen dat de ‘awrah[1] ontbloot wordt.

 

Wat de twee soorten gebeden betreft: dat is het bidden na het ochtendgebed (fadjr) en het bidden na het namiddaggebed (‘asr). De tijden na het ochtendgebed en het namiddaggebed zijn namelijk de gebedstijden voor de afgodendienaars.

 

 

Wat leert deze overlevering ons?

 

1. De zaken die in deze overlevering zijn opgesomd, zijn verboden.

 

2. Het vasten op de twee feestdagen en het bidden na het ochtend- en namiddaggebed zijn totaal verboden. Maar het verbod op de twee soorten kledingdracht is bij wijze van afkeur (dus niet totaal verboden). Dit is zolang dit niet leidt tot het ontbloten van de ‘awrah, in dat geval is het verboden.

 

3. De Wetgever neemt in alle zaken de dingen in acht die de dienaren tot voordeel zijn.

 

Door: Shaykh 'Abdoellah Aal Bassaam

Bron: Taysier al-'Allaam Sharh 'Oemdat al-Ahkaam


 

[1] Voetnoot van de vertaler: ‘Awrah: Het deel van het lichaam dat door een ander niet gezien mag worden.

 

 
< Vorige   Volgende >