Home arrow Aanbidding arrow Vasten arrow Uitleg van het Boek over het Vasten uit 'Oemdat al-Ahkaam: overlevering 17
Uitleg van het Boek over het Vasten uit 'Oemdat al-Ahkaam: overlevering 17 Afdrukken E-mail

‘Oemar ibn al-Khattaab (moge Allah tevreden met hem zijn) zei dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) gezegd heeft:

 

'Wanneer de nacht nadert van deze kant (het oosten) en de dag verdwijnt van deze kant (het westen), dan heeft de vastende de iftaar verricht.'

Overgeleverd door al-Boekhaarie (1954) en Moeslim (2553).

 

Beknopte uitleg

 

Het is al voorafgegaan dat de wettige tijd van het vasten van de dageraad tot zonsondergang is. Om deze reden leerde de Profeet (vrede zij met hem) zijn gemeenschap dat wanneer de nacht nadert vanuit het oosten en de dag verdwijnt in het westen - door het ondergaan van de zon, de tijd voor de iftaar (het verbreken van het vasten) is ingegaan.

 

De vastende dient de iftaar niet van dat moment uit te stellen; hij wordt hier zelfs voor berispt. In plaats daarvan dient hij zijn vasten zo snel mogelijk te verbreken om:

 

-          het bevel van de Wetgever te gehoorzamen;

-          zijn aanbidding te volbrengen;

-          de aanbidding te onderscheiden van de niet-aanbidding, betreffende de tijd hiervan;

-          het lichaam zijn recht te geven van onder de toegestane genietingen van het leven.

 

 

Wat leert deze overlevering ons?

 

1. Het is aanbevolen om het verbreken van het vasten (iftaar) te verhaasten, zodra men ervan op de hoogte is dat de zon is ondergegaan.

 

2. Het is voor de iftaar noodzakelijk dat het naderen van de nacht gepaard gaat met het verdwijnen van de dag. Enkel de duisternis in het oosten terwijl de zon nog niet is ondergegaan, betekent namelijk niet dat de nacht is genaderd. Het werkelijke naderen van de nacht gaat gepaard met het verdwijnen van de dag; deze twee zijn onlosmakelijk verbonden.

 

3. De woorden '...dan heeft de vastende de iftaar verricht' kunnen twee dingen betekenen:

 

A) Dat voor de vastende de regelgeving geldt van degene die de iftaar heeft verricht, doordat de tijd van de iftaar is ingegaan; ook al heeft hij zijn vasten nog niet verbroken (door te eten of te drinken). Als we hiervan uitgaan, dan betekent de aansporing tot het verhaasten van de iftaar, die in sommige overleveringen vermeld werd, dat de vastende wordt aangespoord om ook lichamelijk zijn vasten te verbreken om zodoende overeen te komen met deze regelgeving.

 

B) Of het betekent dat de tijd van de iftaar voor de vastende is ingegaan. Als we hiervan uitgaan, dan is de aansporing tot het verhaasten van de iftaar letterlijk. Deze betekenis is waarschijnlijker en wordt tevens ondersteund door de overlevering van al-Boekhaarie:

 

'...dan is de tijd voor de iftaar ingegaan.'

 

4. De regelgeving van de wisaal[1] is gefundeerd op deze twee betekenissen.

 

Als we zeggen dat de woorden '...dan heeft de vastende de iftaar verricht' betekenen dat voor de vastende de regelgeving geldt van degene die de iftaar heeft verricht, dan is de wisaal nietig, omdat deze dan onmogelijk is (aangezien de vastende zijn vasten bij wijze van spreken al verbroken heeft).

 

Maar als we zeggen dat de woorden '...dan heeft de vastende de iftaar verricht' betekenen dat de tijd voor de iftaar is ingegaan, dan is de wisaal wel mogelijk. Toch is de wisaal afkeurenswaardig, omdat er een verbod is gekomen hierop.

 

Door: Shaykh 'Abdoellah Aal Bassaam (moge Allah hem genadig zijn)

Bron: Taysier al-'Allaam Sharh 'Oemdat al-Ahkaam

 



[1] Voetnoot van de vertaler: Wisaal: Het vasten gedurende twee of meer dagen, zonder dit te verbreken (zie an-Nihaayah fie Gharieb al-Hadieth wal-Athar van Imam Ibn al-Athier, moge Allah hem genadig zijn).

 

 

 

 

 

 

 

 

 
< Vorige   Volgende >