Home arrow Aanbidding arrow Vasten arrow Uitleg van het Boek over het Vasten uit 'Oemdat al-Ahkaam: overlevering 15
Uitleg van het Boek over het Vasten uit 'Oemdat al-Ahkaam: overlevering 15 Afdrukken E-mail
 

‘Abdoellah ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden zijn met hem en zijn vader) zei:

 

'Een man kwam naar de Profeet (vrede zij met hem) en zei: 'O Boodschapper van Allah, mijn moeder is overleden terwijl zij verplicht was om een maand vasten. Zal ik namens haar vasten?' Daarop zei de Profeet (vrede zij met hem): 'Als jouw moeder een schuld had, zou jij deze voor haar aflossen?' De man antwoordde: 'Ja.' Daarop zei de Profeet (vrede zij met hem): 'De schuld tegenover Allah heeft er meer recht op om afgelost te worden.'

Overgeleverd door al-Boekhaarie (1953) en Moeslim (1148).

 

In een andere overlevering:

 

'Een vrouw kwam naar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en zei: 'O Boodschapper van Allah, mijn moeder is overleden terwijl zij een gelofte had gedaan om te vasten. Zal ik namens haar vasten?' Daarop zei de Profeet (vrede zij met hem): 'Als jouw moeder een schuld had en jij deze zou aflossen, zou dit voor haar voldoen?' Zij antwoordde: 'Ja.' Daarop zei de Profeet (vrede zij met hem): 'Vast dus namens je moeder.'

Overgeleverd door Moeslim (1148).

 

 

Beknopte uitleg

 

Deze overlevering is op twee manieren overgeleverd. Het klaarblijkelijke van de context is dat het om twee verschillende gebeurtenissen gaat.

 

De eerste gebeurtenis: dat een man naar de Profeet (vrede zij met hem) kwam en hem berichtte dat zijn moeder was overleden, terwijl zij verplicht was om een maand te vasten. Dient hij deze namens haar te vasten?

 

De tweede gebeurtenis: dat een vrouw naar de Profeet (vrede zij met hem) kwam en hem berichtte dat haar moeder was overleden, terwijl zij een gelofte had gedaan om te vasten. Dient zij namens haar te vasten?

 

De Profeet (vrede zij met hem) droeg hen beiden op om namens hun ouders te vasten. Vervolgens gaf hij hun een voorbeeld om de zaak voor hen te verduidelijken en op te helderen: als jullie ouders een schuld tegenover iemand (een mens) hadden, zouden jullie deze dan aflossen?

 

Zij zeiden: 'Ja.'

 

Daarop vertelde de Profeet (vrede zij met hem) hun dat dit vasten een schuld van de ouders is tegenover Allah. Als de schuld tegenover een mens afgelost wordt, dan heeft de schuld tegenover Allah een groter recht om afgelost te worden.

 

 

Wat leert deze overlevering ons?

 

1. De algemeenheid van de eerste overlevering duidt erop dat er namens de dode kan worden gevast, of dit nu een gelofte is die de dode gedaan had of dat dit vasten een oorspronkelijke verplichting is.

 

2. De tweede overlevering wijst erop dat de gelofte namens de dode gevast kan worden.

 

3. Het klaarblijkelijke is dat het twee verschillende incidenten zijn; het eerste gaat om een man en het tweede om een vrouw. Aldus dienen beide overleveringen gelaten te worden zoals ze zijn, zonder dat de eerste gespecificeerd wordt door de tweede. Zij blijft dus algemeen.

 

4. De algemene oorzaak van de overlevering omvat zowel de schulden tegenover Allah als tegenover de schepsels, zowel datgene wat verplicht is door een gelofte als wat oorspronkelijk verplicht is in de wetgeving: alle worden namens de dode afgelost. Dit is tevens wat onze Shaykh, ‘Abdoer-Rahmaan Aal Sa'die, vermeldde van Taqiyyoed-Dien ibn Taymiyyah (moge Allah, Verheven is Hij, hen beiden genadig zijn).

 

5. De overlevering bevat een bevestiging van de analogie, welke één van de fundamenten is in de bewijsvoering volgens de meerderheid van de geleerden. De Profeet (vrede zij met hem) gaf hun namelijk een voorbeeld (analogie) door middel van datgene wat zij kennen, zodat zij een beter begrip en voorstelling van de zaak zouden hebben. Voorwaar, het vergelijken van datgene wat niet bekend is met datgene wat bekend is, maakt deze onbekende zaak begrijpelijker.

 

6. De woorden 'De schuld tegenover Allah heeft er meer recht op om afgelost te worden' zijn een bewijs dat de verplichte liefdadigheid (zakaah) en de geldelijke rechten van Allah voorrang hebben, wanneer deze rechten en de rechten van de mensen elkaar verdringen in de erfenis van de overledene. Sommige geleerden zijn echter van opinie dat deze rechten gelijk in rang zijn.

 

Door: Shaykh 'Abdoellah Aal Bassaam (moge Allah hem genadig zijn)

Bron: Taysier al-'Allaam Sharh 'Oemdat al-Ahkaam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
< Vorige   Volgende >