HomeAanbiddingVasten Uitleg van het Boek over het Vasten uit 'Oemdat al-Ahkaam: overlevering 12
Uitleg van het Boek over het Vasten uit 'Oemdat al-Ahkaam: overlevering 12
Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:
'Wij waren met de Profeet (vrede zij
met hem) op reis; onder ons was er die vastte en onder ons was er die niet
vastte. Toen hielden wij stand op een hete dag en degene onder ons die de
meeste schaduw had, was degene die een kleed had (om zich mee te beschutten).
Onder ons was er die zich tegen de zon beschutte met zijn handen. Toen vielen
de vastenden neer, waarna de niet-vastenden opstonden, de tenten opsloegen en
de kamelen te drinken gaven. Daarop zei de Boodschapper van Allah (vrede zij
met hem): 'De niet-vastenden zijn er vandaag vandoor gegaan met de beloning.'
Overgeleverd door al-Boekhaarie (2890) en Moeslim (1119).
Beknopte uitleg
De Metgezellen waren met de Profeet (vrede zij met hem)
op één van zijn reizen; sommigen van hen waren aan het vasten en anderen
vastten niet. De Profeet (vrede zij met hem) keurde de handeling van beide
groepen goed.
Op een hete dag hielden zij stand om bij te komen van de
vermoeidheid van de reis en de hitte van het middaguur. De Metgezellen (moge
Allah tevreden met hen zijn) waren arm; de meesten van hen hadden niets om zich
mee te beschutten tegen de zon, behalve door hun handen boven hun hoofd te
houden of door een kleed aan een stok of boom te hangen en zodoende zichzelf
hiermee te beschaduwen.
Toen zij in deze middaghitte gingen zitten, vielen de vastenden
neer van de hitte en dorst en zij waren niet in staat om te werken. Daarop
stonden de niet-vastenden op en sloegen de tenten op, gaven de kamelen te
drinken en bedienden hun vastende broeders. Toen de Profeet (vrede zij met hem)
hun werk en bediening van het leger zag, moedigde hij hen aan en zei:
'De niet-vastenden zijn er vandaag vandoor
gegaan met de beloning.'
Wat leert deze overlevering ons?
1. Het is tijdens het reizen zowel
toegestaan om te vasten als om niet te vasten. De Profeet (vrede zij met hem)
keurde beide handelingen namelijk goed.
2. De Metgezellen (moge Allah tevreden
met hen zijn) hadden het magertjes in deze wereld. Toch weerhield hun armoedige
leven hen niet van het te boven komen van moeilijkheden in de strijd op de weg
van Allah (Verheven is Hij).
3. De grote gunst van het bedienen van
de broeders en het gezin. Dit behoort namelijk tot de religie en tot de
mannelijkheid waarin de meest zuiveren van deze gemeenschap (de Metgezellen)
ons zijn voorgegaan. Dit in tegenstelling tot de handelingen van vele
hoogmoedige en verwaande mensen vandaag de dag.
4. Het niet-vasten is beter dan het
vasten tijdens het reizen. Vooral als hier een voordeel mee gepaard gaat, zoals
het sterker worden tegen de vijanden, enz. Het vasten is namelijk enkel van nut
voor de vastende, maar het niet-vasten is in een dergelijke situatie van nut
voor de vastende en anderen dan hij. Om deze reden is het niet-vasten beter.
5. De Islam spoort aan tot werken en
keurt luiheid af. De werker krijgt namelijk een grote beloning en hem wordt in
de Islam de voorkeur gegeven boven degene die zich van de wereld afscheidt en
zich enkel bezighoudt met aanbidding.
Door: Shaykh
'Abdoellah Aal Bassaam (moge Allah hem genadig zijn)