Home arrow Aanbidding arrow Vasten arrow Uitleg van het Boek over het Vasten uit 'Oemdat al-Ahkaam: overlevering 11
Uitleg van het Boek over het Vasten uit 'Oemdat al-Ahkaam: overlevering 11 Afdrukken E-mail
 

Djaabir ibn ‘Abdillaah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei:

 

'De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) was op reis, toen hij een menigte zag en een man die beschaduwd werd. Daarop vroeg hij: 'Wat is dit?' Zij zeiden: 'Een vastende.' Daarop zei de Profeet (vrede zij met hem): 'Het vasten tijdens het reizen behoort niet tot de deugdzaamheid.'

Overgeleverd door al-Boekhaarie (1946) en Moeslim (1115).

 

In een bewoording van Moeslim:

 

'Houd jullie aan het verlof van Allah dat Hij jullie heeft geschonken.'

Overgeleverd door Moeslim (1115).

 

 

Beknopte uitleg

 

De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) bevond zich op één van zijn reizen, toen hij de mensen elkaar zag verdringen en een man zag die (op de grond lag en) beschaduwd werd. Daarop vroeg hij hun wat er met deze man aan de hand was. Zij antwoordden: 'Hij is aan het vasten en de dorst heeft dit bij hem teweeggebracht.' Daarop zei hij (vrede zij met hem) die genadevol en vriendelijk (voor zijn gemeenschap) is:

 

'Voorwaar, het vasten tijdens het reizen behoort niet tot de deugdzaamheid, maar houd jullie aan het verlof van Allah dat Hij jullie geschonken heeft.'

 

Hij wenst niet dat jullie jezelf martelen door middel van Zijn aanbidding.

 

 

Wat leert deze overlevering ons?

 

1. Het is toegestaan om te vasten tijdens het reizen, maar het is ook toegestaan om het verlof in acht te nemen door niet te vasten.

 

2. Het vasten tijdens het reizen is geen deugdzaamheid, maar het is wel geldig en vervult de verplichting.

 

3. Het is beter om de verloven van Allah (Verheven is Hij), waarmee Hij de zaken voor Zijn dienaren vergemakkelijkt, in acht te nemen.

 

 

Meningsverschil van de geleerden

 

De geleerden verschillen van mening over het vasten tijdens het reizen in de maand Ramadan. Sommige van de Salaf (Voorgangers) waren hier streng in, zoals az-Zoehrie en an-Nakha'ie. Zij waren van opinie dat het vasten tijdens het reizen ongeldig is. Dit werd tevens overgeleverd van ‘Abdoer-Rahmaan ibn ‘Awf, Aboe Hoerayrah, Ibn ‘Oemar en dit is ook de opinie van de Dhaahiries.

 

Maar de meerderheid van de geleerden, waaronder de vier Imams, is van opinie dat zowel het vasten als het niet-vasten is toegestaan tijdens het reizen.

 

De eerste groep gebruikt als bewijs de volgende Woorden van Allah (Verheven is Hij):

 

Wie van jullie de maand dan meemaakt, laat hij deze dan vasten. Maar wie ziek of op reis is, dan (hetzelfde) aantal van andere dagen.

[ Soerah al-Baqarah 2:185 ]

 

Uit dit Vers - zeggen zij - blijkt dat Allah het vasten enkel verplicht heeft gesteld voor degene die de maand meemaakt (d.w.z. niet op reis is). Maar voor de zieke en de reiziger werd dit verplicht gesteld op andere dagen.

 

Tevens gebruiken zij als bewijs datgene wat Moeslim heeft overgeleverd van Djaabir: dat de Profeet (vrede zij met hem) erop uit trok in het jaar van de Verovering van Mekka tijdens de maand Ramadan. Hij vastte totdat hij de plaats Koeraa' al-Ghamiem bereikte, dus vastten de mensen met hem. Toen liet hij een drinkbeker met water halen en hield deze in de hoogte, zodat de mensen deze konden zien. Vervolgens dronk hij. Even later werd er tegen hem gezegd: 'Sommige mensen hebben toch gevast', waarop hij antwoordde:

 

'Dat zijn de ongehoorzamen, dat zijn de ongehoorzamen.'

 

Deze woorden zijn (volgens hen) dus een afschaffing van zijn vasten tijdens het reizen.

 

Verder gebruiken zij als bewijs datgene wat al-Boekhaarie heeft overgeleverd op gezag van Djaabir, dat de Profeet (vrede zij met hem) gezegd heeft:

 

'Het vasten tijdens het reizen behoort niet tot de deugdzaamheid.'

 

De meerderheid van de geleerden (die van opinie is dat het vasten tijdens het reizen is toegestaan) haalde sterke bewijzen aan, waaronder de overleveringen van dit hoofdstuk.

 

Ten eerste: de overlevering van Hamzah al-Aslamie:

 

'Als je wil, vast dan; en als je wil, vast dan niet.'

(Overgeleverd door al-Boekhaarie: 1934)

 

Ten tweede: de overlevering van Anas:

 

'Daarna reisden wij samen met de Profeet (vrede zij met hem) en de vastende berispte de niet-vastende niet, noch berispte de niet-vastende de vastende."

(Overgeleverd door al-Boekhaarie: 1947 en Moeslim: 2615)

 

Ten derde: de overlevering van Aboed-Dardaa-, waarin hij vermeldt dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en ‘Abdoellah ibn Rawaahah vastten.

 

Zij gaven het volgende antwoord op de bewijzen van de eerste groep (die van opinie is dat het vasten tijdens het reizen niet is toegestaan):

 

Wat het Koranvers betreft: degene op wie het Vers is neergedaald (d.w.z. de Profeet, vrede zij met hem), vastte tijdens het reizen nadat dit Vers was neergedaald en hij weet van alle schepsels het beste wat dit Vers betekent. Hieruit volgt dus dat de betekenis ervan niet is zoals jullie genoemd hebben.

 

De meeste geleerden hebben bovendien gezegd dat het Vers een bepaling bevat, welke als volgt luidt: '...en niet vast...'[1]

 

Wat betreft de woorden 'dat zijn de ongehoorzamen': dit is een specifieke gebeurtenis die betrekking heeft op mensen voor wie het vasten zwaar viel. Om deze reden verbrak de Profeet (vrede zij met hem) zijn vasten, opdat de mensen zijn voorbeeld zouden volgen. Toen zij dat echter niet deden, zei hij: 'Dat zijn de ongehoorzamen', omdat zij zijn voorbeeld niet volgden.

 

Wat betreft de overlevering 'Het vasten tijdens het reizen behoort niet tot de deugdzaamheid': de betekenis daarvan is dat het vasten tijdens het reizen niet behoort tot de deugdzaamheid waarnaar men wedijvert en streeft. Het niet-vasten kan namelijk beter zijn dan het vasten, als er sprake is van een zware last of wanneer er een strijd is en men door het vasten verzwakt. Allah houdt er immers van dat men de zaken uitvoert die Hij heeft toegestaan, net zoals Hij er een hekel aan heeft dat men de zaken uitvoert die Hij verboden heeft.

 

Vervolgens heeft de meerderheid - die van opinie is dat het vasten tijdens het reizen is toegestaan - onenigheid over het volgende: wat is tijdens het reizen beter, vasten of niet vasten?

 

De drie Imams - Aboe Haniefah, Maalik en ash-Shaafi'ie - zijn van opinie dat het vasten beter is voor degene voor wie het vasten niet zwaar valt.

 

Imam Ahmed daarentegen is van opinie dat het beter is om niet te vasten tijdens het reizen in de maand Ramadan, ook al ondervindt de vastende geen moeite in het vasten. Andere Imams die ook van opinie zijn dat het aanbevolen is om niet te vasten, zijn Sa'ied ibn al-Moesayyib, al-Awzaa'ie en Ishaaq.

 

De drie Imams (Aboe Haniefah, Maalik en ash-Shaafi'ie) gebruikten verschillende overleveringen als bewijs. Onder deze overleveringen is datgene wat Aboe Daawoed heeft overgeleverd op gezag van Salamah ibn al-Moehabbaq dat de Profeet (vrede zij met hem) zei:

 

'Wie over een rijdier beschikt dat hem kan leiden naar verzadiging[2]], laat hij de maand Ramadan dan vasten waar deze hem ook tegemoet komt.'

(Da'ief Soenan Abie Daawoed)

 

Wat de bewijzen van de Hanbalies (die van opinie zijn dat het beter is om niet te vasten tijdens het reizen) betreft, daartoe behoort de overlevering:

 

'Het vasten tijdens het reizen behoort niet tot de deugdzaamheid.'

(Al-Boekhaarie en Moeslim)

 

Verder gebruiken zij ook de volgende overlevering als bewijs:

 

'Voorwaar, Allah houdt ervan dat men de zaken uitvoert die Hij heeft toegestaan.'

(Irwaa- al-Ghaliel: 564)

 

 

Profijtelijk punt

 

De geleerden verschillen van mening over de afstand van de reis, waarin het is toegestaan om niet te vasten en om het gebed in te korten. Het correcte is dat alle bepalingen die zij genoemd hebben van geen waarde zijn, omdat de Wetgever (Allah) hier niets over vermeld heeft. De Wetgever heeft de reis algemeen gelaten (zonder een bepaalde afstand te noemen), dus laten wij deze ook algemeen. Datgene wat dus beschouwd wordt als een reis, hierop zijn de zaken die voor de reiziger zijn toegestaan van toepassing.

 

Door: Shaykh 'Abdoellah Aal Bassaam (moge Allah hem genadig zijn)

Bron: Taysier al-'Allaam Sharh 'Oemdat al-Ahkaam


[1] Voetnoot van de vertaler: In dat geval is de betekenis van het Vers als volgt: "Maar wie ziek of op reis is en niet vast, dan (hetzelfde) aantal van andere dagen."

 

[2] Voetnoot van de vertaler: D.w.z. naar een plaats waar hij zijn maag kan verzadigen (zie ‘Awn al-Ma'boed ‘alaa Soenan Abie Daawoed (2410) van Shaykh al-‘Adiem Aabaadie, moge Allah hem genadig zijn).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
< Vorige   Volgende >