De
tovenaars zijn degenen die door de Farao gebracht werden, zodat hij aan de
mensen kon bewijzen dat Moesa (Mozes, vrede zij met hem) niets anders dan een tovenaar
was. De Farao zond verzamelaars naar de steden, zodat zij alle vaardige
tovenaars zouden brengen. Er werd tegen de mensen gezegd:
"Zullen jullie je verzamelen, opdat wij de tovenaars
volgen, als zij de overwinnaars zijn?"
Daarop
verzamelden de mensen zich en de vaardige tovenaars kwamen vanuit elke plaats,
om de Farao bij te staan tegen Moesa en datgene waarmee hij was gekomen. Laten
we ons de huidige toestand van de tovenaars inbeelden, voordat het Geloof hun
harten binnen is gedrongen:
Zij
verlangen naar het wereldse leven en hebben een laag doel en een smalle kijk.
Zij houden van de begeerten en van de wereldse zaken. Daarom gingen zij naar de
Farao, voordat zij de confrontatie aangingen, en zeiden:
Is er zeker een
beloning voor ons, als wij de overwinnaars zijn?
[ Soerah ash-Shoe'araa- 26:41 ]
De
Farao kende de aard van dit soort mensen en daarom zei hij tegen hen, om hen
gerust te stellen en hen te verheugen:
"Ja, en
jullie zullen dan waarlijk behoren tot degenen die (tot mij) nabij gebracht
zijn.
[ Soerah ash-Shoe'araa- 26:42 ]
Dat
wil zeggen: jullie zullen de bezittingen en geschenken krijgen die jullie
verlangen en jullie zullen de posities en rangen krijgen waar jullie zielen
naar hunkeren en jullie begeerten naar smachten.
Toen
de tovenaars gerust waren gesteld over hun wereldse profijten, gingen zij de
confrontatie aan. Het enige waar de tovenaars om gaven, was het wereldse leven,
wereldse bezittingen en wereldse posities. Daarom twistten zij met elkaar over
hun zaak, voordat zij de wedstrijd aangingen, en zij hielden een geheim
overleg. Waar ging dit geheime overleg over? Allah heeft ons dit in Zijn Boek
laten zien. Hij zegt:
Zij zeiden: "Waarlijk,
dit zijn zeker twee tovenaars die jullie met hun tovenarij uit jullie land
willen verdrijven en jullie navolgenswaardige wijze willen overnemen. Beraam
jullie plan en kom dan in rijen. En hij die vandaag overwint, zal zeker
welslagen."
[ Soerah Ta Ha 20:63-64 ]
Daarna
zeiden zij tegen Moesa op de plaats van de krachtmeting, terwijl de mensen
rondom hen toekeken:
Zij zeiden: "O Moesa! Of jij werpt, of wij zijn het
die het eerst werpen."
[ Soerah Ta Ha 20:65 ]
Op
een andere plaats in de Koran lezen we:
Zij zeiden: "O Moesa! Of jij werpt, of wij zijn het
die de werpers zijn."
[ Soerah al-A'raaf 7:115 ]
Dit
laat zien dat zij zeker van zichzelf waren dat zij de overwinning zouden behalen.
Daarom vroegen zij Moesa en stelden hem voor de keuze:
"Of jij werpt, of wij zijn het die de werpers zijn."
Moesa zei tot
hen: "Werp wat jullie te werpen hebben." Toen wierpen zij hun touwen en
hun stokken en zij zeiden: "Bij de macht van de Farao, wij zullen waarlijk
de overwinnaars zijn!"
[ Soerah ash-Shoe'araa- 26:43-44 ]
Kijk
naar hen: dit is de dienaar van dit wereldse leven, voordat het Geloof zijn
hart binnendringt. Hij buigt en knielt voor de Farao en heeft geen ander doel
dan het vergaren van wereldse bezittingen. Dit is de reden dat zij zwoeren bij
de macht van de Farao.
De
tovenaars gaven alle kracht, kennis en behendigheid die zij hadden in de
tovenarij van de inbeelding, zodanig dat zij met een machtige tovenarij kwamen.
Allah (Verheven is Hij) zegt:
Hij (Moesa) zei: "Werp." Toen zij dan wierpen,
betoverden zij de ogen van de mensen en joegen hen angst aan en zij kwamen met
een machtige tovenarij.
[ Soerah al-A'raaf 7:116 ]
Allah
(Verheven is Hij) zegt:
Toen voelde Moesa
vrees in zich opkomen. Wij zeiden: "Vrees niet. Voorwaar, jij bent degene
die zal overwinnen." En werp datgene wat in je rechterhand is, het zal hetgeen
zij verricht hebben, verslinden. Voorwaar, wat zij verricht hebben, is slechts
de list van een tovenaar. En de tovenaar zal niet welslagen, waar hij ook heen
gaat."
[ Soerah Ta Ha 20:67-69 ]
Kijk
naar deze wonderbaarlijke verandering: Moesa wierp zijn stok neer, waarna deze hetgeen
zij verrichtten, begon te verslinden. De tovenaars kenden de tovenarij, maar
wat Moesa verrichtte was geen tovenarij. Het was niets anders dan een wonder
van Allah (de Almachtige en Majesteitelijke), waarmee Hij Zijn Boodschapper
Moesa (vrede zij met hem) versterkte. Daarnaast wijst het op zijn
waarachtigheid en zijn profeetschap. De tovenaars wisten dit en het Geloof
drong hun harten binnen, waarna zij zich ter aarde wierpen voor Allah.
Allah
(Verheven is Hij) zegt:
Toen vielen de
tovenaars op hun knieën. Zij zeiden: "Wij geloven in de Heer van Haaroen
(Aaron, de broer van Mozes) en Moesa."
[ Soerah Ta Ha 20:70 ]
Op
een andere plaats in de Koran lezen we:
Toen wierpen de tovenaars zich knielend neer. Zij zeiden:
"Wij geloven in de Heer der Werelden. De Heer van Moesa en Haaroen."
[ Soerah ash-Shoe'araa- 26:46-48 ]
Allah
is de Grootste! Enkele momenten geleden knielden en bogen zij nog voor de Farao.
Enkele momenten geleden zeiden zij nog:
"Bij de macht van de Farao!"
Maar
nu, enkele ogenblikken later, knielen en buigen zij voor de Heer der Werelden,
de Heer van de hemelen en de aarde. Zij zeiden:
"Wij geloven in de Heer der Werelden, de Heer van
Moesa en Haaroen."
Voorwaar,
dit is het Geloof. Dit is de zoetheid van het Geloof, wanneer deze het hart van
de mens binnendringt en zich hier vestigt. Wat is deze verandering die plaats
heeft gevonden? Enkele ogenblikken geleden beloofde de Farao de tovenaars nog
de vergankelijke, wereldse bezittingen en zei tegen hen:
"Ja, en jullie zullen dan waarlijk behoren tot
degenen die (tot mij) nabij gebracht zijn."
Hij
beloofde hun wereldse bezittingen en posities. Maar nu - nadat zij geloofd
hebben - bedreigt hij hen met de dood, de kruisiging en het afhakken van de
handen en voeten en hij bedreigt hen met de vernederende, pijnlijke
bestraffing. Maar is degene wiens hart gevuld is met het Geloof bang voor de
tirannen en onderdrukkers? Vreest degene die de zoetheid van het Geloof
geproefd heeft dan en wankelt hij, wanneer hij met een zaag in tweeën wordt
gezaagd en zijn vlees met ijzeren kammen van zijn botten wordt geschraapt?
Nooit zal hij wankelen, omdat hij weet dat hij zich op de Waarheid bevindt. Hij
weet dat er na de Waarheid niets anders is dan de dwaling. Hij weet dat de
Waarheid het meeste recht heeft om gevolgd te worden.
Allah
(de Almachtige en Majesteitelijke) bericht ons in Zijn Machtige Boek over de
pijnlijke bestraffing waarmee de Farao de tovenaars bedreigde. Hij (Verheven is
Hij) zegt:
Hij (de Farao) zei: "Geloven jullie in hem, voordat
ik jullie toestemming geef? Voorwaar, hij is zeker jullie meester die jullie de
tovenarij heeft onderwezen! En voorzeker, jullie zullen het spoedig weten. Ik
zal waarlijk jullie handen en jullie voeten aan tegengestelde kanten afhakken
en ik zal jullie waarlijk allen kruisigen." Zij (de tovenaars) zeiden:
"Het zal ons niet deren. Voorwaar, wij zullen naar onze Heer terugkeren."
[ Soerah ash-Shoe'araa- 26:49-50 ]
Op
een andere plaats in de Koran lezen wij:
Hij (de Farao) zei:
"Geloven jullie in hem, voordat ik jullie toestemming heb gegeven?
Voorwaar, hij is zeker jullie meester die jullie de tovenarij heeft onderwezen!
Voorzeker, ik zal waarlijk jullie handen en voeten aan tegengestelde kanten
afhakken en ik zal jullie waarlijk kruisigen aan de stammen van dadelpalmen. En
jullie zullen waarlijk weten wie van ons harder en blijvender in de bestraffing
is." Zij zeiden: "Wij zullen jou nooit verkiezen boven datgene wat
tot ons is gekomen van de duidelijke bewijzen en boven Degene Die ons geschapen
heeft. Oordeel dus wat je wilt oordelen. Voorwaar, je oordeelt slechts in dit
wereldse leven. Voorwaar, wij geloven in onze Heer, opdat Hij onze zonden zal
vergeven en de tovenarij waartoe jij ons gedwongen hebt. En Allah is beter en
blijvender." Voorwaar, wie als een misdadiger tot zijn Heer komt, voor hem
is er waarlijk Djahannam (de Hel), waarin hij niet zal leven en niet zal
sterven. En wie als een gelovige tot Hem komt en goede daden verricht heeft:
diegenen zijn het voor wie de hoge rangen zijn.
[ Soerah Ta Ha 20:71-75 ]
Kijk
naar de tovenaars enkele momenten geleden, terwijl zij zeiden:
Bij de macht van
de Farao!
[ Soerah ash-Shoe'araa- 26:44 ]
Zij
zeiden:
Is er zeker een
beloning voor ons, als wij de overwinnaars zijn?
[ Soerah ash-Shoe'araa- 26:41 ]
En
zie, nadat het Geloof in hun harten binnendrong, zeiden zij:
Wij zullen jou nooit verkiezen boven datgene wat tot ons
is gekomen van de duidelijke bewijzen en boven Degene Die ons geschapen heeft.
Oordeel dus wat je wilt oordelen. Voorwaar, je oordeelt slechts in dit wereldse
leven. Voorwaar, wij geloven in onze Heer, opdat Hij onze zonden zal vergeven.
[ Soerah Ta Ha 20:72-73 ]
De lessen die we kunnen trekken uit het verhaal van de
tovenaars:
Ten eerste: Wanneer
het Geloof de harten binnendringt en zich hierin vestigt, verandert het hart en
veranderen de woorden, de daden en de doelen. Deze persoon verandert van een
verlanger van dit wereldse leven naar een verlanger van het Hiernamaals.
Vóór
het Geloof zeiden de tovenaars:
Is er zeker een
beloning voor ons, als wij de overwinnaars zijn?
[ Soerah ash-Shoe'araa- 26:41 ]
Na
het Geloof zeiden zij:
Onze Heer,
stort geduld over ons uit en laat ons sterven als moslims.
[ Soerah al-A'raaf 7:126 ]
Ook
zeiden zij:
Voorwaar, wij
hopen dat onze Heer onze zonden vergeeft, omdat wij de eerste gelovigen zijn.
[ Soerah ash-Shoe'araa- 26:51 ]
Vóór
het Geloof hadden zij een laag doel en een smalle kijk. Zij aanbaden de
begeerten. Het enige waar zij zich om bekommerden, waren de wereldse
bezittingen. Maar na het Geloof hadden zij een verheven doel en een brede kijk:
zij wilden het Paradijs. Zij wilden het gezelschap van de Profeten, de
waarachtigen, de martelaren en de rechtschapenen.
Ten tweede:
Wanneer het Geloof het hart binnendringt, wordt dit wereldse leven klein in de
ogen van zijn metgezel en wordt het Hiernamaals groot. Zodoende zie je hem 's
nachts en overdag hunkeren naar het Hiernamaals.
Het
is om deze reden dat je ziet dat de tovenaars, voordat het Geloof hun harten
binnendrong, verlangers van deze wereld waren. Maar nadat het Geloof hun harten
binnendrong, verlangden zij niets anders dan het Hiernamaals.
Ten derde:
Wanneer het Geloof zich in het hart vestigt, dan is de gelovige niet bang voor
bedreigingen en martelingen, zelfs al worden zijn ledematen aan tegengestelde
kanten afgehakt en wordt hij gekruisigd aan de stammen van dadelpalmen. Dit is
omdat hij met zekerheid weet dat wanneer hij dit leven verlaat, terwijl hij
zich op het Geloof bevindt, hij zich dan naar een tuin zal begeven in zijn graf;
en op de Dag der Opstanding zal hij overwinnen met een Paradijs dat zo breed is
als de hemelen en de aarde.
De
gelovige heeft dus geen vrees, zelfs al wordt er een zaag op zijn hoofd geplaatst
en wordt hij in tweeën gezaagd, zelfs al wordt zijn vlees van zijn botten geschraapt
met ijzeren kammen, omdat hij met zekerheid weet dat hij zich op de Waarheid
bevindt.
Ten vierde:
Tovenarij is verboden. De tovenaars zeiden:
"Voorwaar, wij geloven in onze Heer, opdat Hij onze
zonden zal vergeven en de tovenarij waartoe jij ons gedwongen hebt."
Tovenarij
is dus verboden. Het is voor de moslim absoluut niet toegestaan om tovenarij te
leren of om deze te onderwijzen. Het is voor de moslim absoluut niet toegestaan
om naar een tovenaar te gaan. Wie namelijk naar een tovenaar of waarzegger gaat
en hem gelooft in datgene wat hij zegt, die is waarlijk ongelovig in hetgeen
aan Mohammed (vrede zij met hem) werd geopenbaard. (Sahieh al-Djaami', 5815)
Ten vijfde: Wie
een kwade list beraamt voor een ander, zal hier zelf door getroffen worden.
De
Farao beraamde een list tegen Moesa, toen hij de tovenaars bracht en de mensen
vanuit alle plaatsen opriep om zich allen te verzamelen en er tegen hen gezegd
werd: "Zullen jullie je verzamelen, opdat wij de tovenaars volgen, als zij
de overwinnaars zijn?" Maar Allah liet hun list terugkeren tot hen en
gebruikte hun plan tegen hen. Allah (de Almachtige en Majesteitelijke) gaf
Moesa de overwinning: de tovenaars, die de Farao had gebracht om Moesa te verslaan,
kwamen tot het Geloof.
En de kwade list
treft niemand dan de beramer ervan.
[ Soerah Faatir 35:43 ]
En zij beraamden een list en Allah beraamde een list en
Allah is de Beste der Beramers.