"Ik begon naar hem te kijken en naar
de maan. Hij droeg een rode mantel en naar mijn mening was hij mooier dan de
maan."
(At-Tirmidhie)
Dit is hoe Djaabir ibn Samoerah (moge Allah tevreden zijn met hem) de Laatste
der Profeten beschreef, de Leider van de Vromen, de Prins van de Gelovigen, de
Uitverkorene van de meest Genadevolle - Mohammed (vrede zij met hem), de Boodschapper
van de Almachtige God.
Hij had een prettig gezicht dat rond, wit en mooi was. Zijn haren vielen tot
aan zijn oorlellen. Zijn baard was dik en zwart. Wanneer hij blij was, zou zijn
gezicht oplichten. Zijn lach was niet meer dan een glimlach. Zijn ogen waren
zwart en zijn wimpers waren lang. Zijn lange wenkbrauwen waren gebogen. Toen de
ogen van 'Abdoellah ibn Salaam, de belangrijkste rabbijn van Medina, op zijn
gezicht vielen, verklaarde hij dat zo'n nobel gezicht niet het gezicht van een
leugenaar kon zijn!
Hij was van gemiddelde lengte, noch lang, noch kort. Wanneer hij liep, helde
hij wat voorover. Hij droeg gelooide leren sandalen. Zijn kledingstuk reikte
tot het midden van zijn scheenbeen of soms net boven zijn enkels.
Nabij de linkerschouder was het 'zegel der profeetschap'. Het had de grootte
van een duivenei met vlekken als moedervlekken erop. Zijn handpalmen werden
beschreven zachter te zijn dan zijde.
Hij werd herkend door zijn geur wanneer hij vanuit de verte naderde. Zijn zweetdruppels
werden beschreven als parels. Zijn metgezellen verzamelden zijn zweet om het te
mengen met hun parfums welke deze nog geuriger maakte!
Hij zweeg een lange tijd en was het meest waardig als hij stil was.
Wanneer hij sprak, sprak hij (vrede zij met hem) niets anders dan de waarheid met
een stem die prettig in de oren klonk. Hij sprak niet snel zoals velen dat vandaag
de dag doen; hij sprak echter duidelijk, zodat degenen die met hem zaten het
zich konden herinneren. Zijn toespraak werd zo beschreven, zodanig dat wanneer
iemand het wenste zijn woorden gemakkelijk kon tellen. Zijn metgezellen
beschreven hem als iemand die noch grof noch onfatsoenlijk is. Hij vervloekte de
mensen nooit, noch misbruikte hij hen. Wanneer hij berispte, zei hij enkel:
"'Wat is er met hem?' - In sommige overleveringen
- 'Moge zijn rechterhand met stof worden bedekt!' - En in sommige overleveringen
- 'Moge zijn voorhoofd met stof worden bedekt!'"
(Sahieh al-Boekhaarie)
De karaktereigenschap die hij het meest verafschuwde, was liegen. Soms herhaalde
hij zichzelf tweemaal of zelfs driemaal om de luisteraars in staat te stellen hem
goed te begrijpen. Hij gaf korte preken. Wanneer hij een preek gaf, werden zijn
ogen rood, verhief zijn stem en werden zijn emoties zichtbaar, alsof hij waarschuwde
voor een dreigende aanval van een vijand.
Hij leidde een eenvoudig leven zonder enige overdrijving of overvloed. Hij
zette het wereldse leven achter zijn rug en wendde zich ervan af. Hij beschouwde
het als een gevangenis, niet als het Paradijs! Als hij het had gewild, had hij
alles kunnen krijgen wat hij wenste, aangezien de sleutels van de schatten aan
hem werden voorgelegd, maar hij weigerde hen te aanvaarden. Hij wisselde zijn
aandeel in het volgende leven niet met het wereldse leven. Hij wist dat het een
tijdelijke en geen blijvende verblijfplaats is. Hij begreep erg goed dat het
een overgangsstation is en geen aangenaam huis. Hij nam het bij zijn echte
waarde - een zomerse wolk die gauw zou verdwijnen.
'Aa-ishah, zijn vrouw, zei:
"Een maand zou passeren, terwijl er in
het huis van de familie van Mohammed (vrede zij met hem) geen vuur werd
aangestoken. Zij leefden op twee dingen - dadels en water. Sommige Ansaar
(Helpers), die hun buren waren, stuurden melk van hun schapen, die hij opdronk en
vervolgens aan zijn familie gaf."
(Sahieh al-Boekhaarie & Sahieh Moeslim)
Ze zei dat de familie van Mohammed (vrede zij met hem) nooit tarwebrood at voor
drie opeenvolgende dagen vanaf het moment van zijn aankomst in Medina, totdat
hij overleed, ongeveer 10 jaar!
Ongeacht dit alles stond hij in het midden van de nacht op, om zijn
dankbaarheid aan zijn Heer in gebed te tonen. Hij bad zo lang dat zijn voeten opzwollen!
Als zijn vrouw hem vroeg waarom hij de Almachtige God zoveel aanbad, was zijn
enige reactie:
"Zal ik dan geen dankbare dienaar
zijn?"
(Sahieh al-Boekhaarie & Sahieh Moeslim)
'Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem), één van zijn metgezellen, herinnerde
de dagen dat hij honger leed en zei dat de Profeet (vrede zij met hem) soms niet
eens bedorven dadels had om zijn honger te stillen!
'Abdoellah ibn Mas'oed (moge Allah tevreden zijn met hem), een andere metgezel
en ooggetuige, zei dat wanneer Mohammed (vrede zij met hem) ontwaakte uit zijn
slaap, de tekenen van de mat gemaakt van dadelpalmbladeren waarop hij gewend
was te slapen, op zijn lichaam verschenen. 'Abdoellah (moge Allah tevreden zijn
met hem) klaagde:
"Moge mijn vader en moeder worden opgeofferd
voor u! Waarom hebt u ons niet iets (zachters) voor u laten voorbereiden dat u zou
beschermen?"
Hij (vrede zij met hem) antwoordde:
"Wat heb ik met deze wereld te maken? Het
voorbeeld van mij en deze wereld is als het voorbeeld van een ruiter die voor
een korte tijd onder de schaduw van een boom stopt en na rust te hebben
genomen, zijn reis weer hervat en de boom achter zich laat."
(At-Tirmidhie)
Verschillende veroveraars in de geschiedenis staan bekend om het vergieten van
rivieren van bloed en het bouwen van piramides van schedels. Mohammed (vrede
zij met hem) staat bekend voor zijn vergiffenis. Hij nam nooit wraak op iemand
die hem onrecht aandeed, zozeer dat hij nooit iemand heeft geslagen met zijn
hand, noch een vrouw, noch een dienaar, tenzij hij in gevecht was in een
strijd. Zijn vergeving kon gezien worden op de dag dat hij Mekka binnenging als
veroveraar na acht jaar ballingschap.
Hij vergaf degenen die hem vervolgden, degenen die hem en zijn familie dwongen
in ballingschap te leven voor drie jaar in de ruige bergen en hem ervan
beschuldigden een krankzinnige, een dichter en een bezetene te zijn. Hij vergaf
Aboe Soefyaan, één van zijn grootste vijanden die plannen smeedde hem dag en
nacht te vervolgen, samen met zijn vrouw, Hind, die het dode lichaam van de moslimoom
van de Profeet verminkte en in zij rauwe lever beet, nadat ze Wahshie, een
slaaf die bekend stond om zijn felle gevechtsvaardigheden, bevel gaf om hem te
doden, wat hen later leidde de Islam te aanvaarden. Wie kan er anders zo'n verheven
karakter hebben dan de nobelste en meest waarheidsgetrouwe Boodschapper van de
Almachtige God?
Wahshie, die in Mekka leefde, won zijn vrijheid van Hind door het doden van de
oom van de Profeet (vrede zij met hem). Toen de Islam overheerste in Mekka, vluchtte
Wahshie van Mekka naar Taif. Uiteindelijk werd Taif ook overheerst door de
moslims. Hij kreeg te horen dat Mohammed (vrede zij met hem) iedereen zou
vergeven die de Islam aanvaardde. Ook al was het misdrijf zo groot, toch
verzamelde Wahshie zijn moed bij elkaar en kwam naar de genadevolle Profeet en kondigde
zijn Islam aan; en Mohammed (vrede zij met hem) vergaf hem.
Zijn vergeving bereikte zelfs Haabir ibn Aswad. Toen Zaynab, de dochter van de Profeet,
vluchtte van Mekka naar Medina, probeerden de Mekkanen haar te stoppen. Haabir
was één van hen. Hij liet de zwangere dochter van de Profeet van haar kameel
vallen. Als gevolg daarvan verloor ze haar baby. Vluchtend van zijn schuld op
het misdrijf, vluchtte Haabir naar Iran, maar de Almachtige God wendde zijn
hart naar de Profeet (vrede zij met hem). Dus kwam hij naar de Profeet's gerechtigheid,
erkende zijn schuld, sprak de geloofsgetuigenis uit en werd vergeven door de
Profeet!
Mohammed (vrede zij met hem) verrichtte zichtbare wonderen met de toestemming
van de Almachtige God. Hij spleet de maan in twee helften door er alleen maar naar
te wijzen met zijn vinger. In een mystieke reis bekend als de Mi'raadj, reisde
hij in één nacht van Mekka naar Jeruzalem op een hemels rijdier, al-Boeraaq,
leidde alle Profeten in gebed en steeg vervolgens boven de zeven hemelen om zijn
Heer te ontmoeten. Hij genas de zieken en blinden; demonen verlieten de bezetene
door zijn bevel, water stroomde vanuit zijn vingers en zijn voedsel verheerlijkte
de Almachtige God.
Toch was hij de meest bescheiden persoon. Hij zat op de grond, at op de grond
en sliep op de grond. Een metgezel overleverde dat wanneer een vreemdeling een
bijeenkomst betrad waar hij bij zat, hij de Profeet (vrede zij met hem) niet
kon onderscheiden van zijn metgezellen vanwege zijn nederigheid. Anas (moge
Allah tevreden zijn met hem), zijn bediende, zwoor dat in zijn tienjarige dienst,
de nobele Profeet (vrede zij met hem) hem nooit berispte of hem iets verweet. Degenen
om hem heen beschreven Mohammed (vrede zij met hem) als een zodanig nederig iemand,
dat zelfs een klein meisje zijn hand vast kon pakken en hem overal mee kon
nemen waar ze maar wilde. Hij was gewend om tot de zwakkeren onder de moslims te
komen, om een bezoek aan de zieken te brengen en hun begrafenis bij te wonen.
Hij was gewend om achter de karavaan te blijven om de zwakkeren te steunen en voor
hen te bidden. Hij (vrede zij met hem) zou niet aarzelen om met een weduwe of een
arme persoon te lopen, totdat hij voor hen had volbracht wat ze nodig hadden.
Hij beantwoordde zelfs de uitnodiging van slaven, waarbij hij niets meer dan
gerstbrood met hen at.
Hij was de beste man voor zijn vrouwen. 'Aa-ishah, zijn vrouw, beschreef hoe
bescheiden hij was:
"Hij was gewend om zich bezig te
houden met het bedienen en helpen van zijn gezin; en wanneer de tijd voor het
gebed aanbrak, verrichtte hij de wassing en vertrok voor het gebed. Hij lapte zijn
eigen sandalen op en naaide zijn eigen kleding. Hij was een gewoon mens die zijn
kleren doorzocht op luizen, die zijn schapen melkte en zijn eigen karweitjes deed."
(Sahieh al-Boekhaarie)
Hij was zeker de beste van alle mensen voor zijn familie. Zijn persoonlijkheid
was van dien aard dat mensen niet weggedreven werden van hem!
Zo was de nobele Profeet van de Almachtige God (vrede zij met hem) die we meer moeten
liefhebben dan onszelf en over wie de Almachtige God heeft gezegd:
"Waarlijk, in de Boodschapper van Allah
is een goed voorbeeld voor jullie om te volgen."
(Koran 33:21)
|