|
Door de nobele Shaykh
Al-Imaam ‘Abdoel-‘Aziez ibn ‘Abdillaah
ibn Baaz
- moge Allah hem genadig zijn -
Alle Lof komt toe aan Allah en moge Zijn salaah en salaam
rusten op de Boodschapper van Allah, zijn volgelingen en Metgezellen.
Vervolgens dit:
Ik heb kennis genomen van wat er is verspreid in de krant
'ash-Sharq al-Awsat'(1), geschreven door de heer ... met als titel: 'Zodat
wij de sterkste gemeenschap zullen zijn'. Mijn oog viel op hetgeen hij
vermeldde over de meningsverschillen
onder de voorgangers en Khalaf(2) ten aanzien van de Eigenschappen van
Allah. Hij schreef het volgende:
'...Behalve dat er in de Edele Koran verzen
voorkomen die Allah omschrijven met eigenschappen van de schepselen. Een
voorbeeld hiervan is de Uitspraak van de Meest Verhevene:
'Allah's Hand is boven hun handen.'
(Soerah al-Fat-h: 10)
'Alles zal vergaan behalve Zijn Aangezicht.'
(Soerah al-Qasas: 88)
'De Barmhartige, Hij heeft Zich Verheven
boven de Troon.'
(Soerah Ta Ha: 5)
De geleerden hanteren twee manieren als
het om het begrip van deze verzen gaat:
De eerste is de weg van de voorgangers
en dit houdt in: dat wij voor Allah hetgeen bevestigen wat Hij voor Zichzelf
heeft bevestigd, zonder hier een hoedanigheid aan toe te kennen, zonder vergelijking
met Zijn Schepping en zonder ontkenning van deze Eigenschappen. Zij beogen
hiermee het Wezen van Allah niet te ontdoen van de Eigenschappen. Zij
zijn het er echter over eens dat deze verzen niet letterlijk bedoeld zijn en
dat de oorsprong is dat Allah, de Meest Verhevene, vrij is van alles wat lijkt
op de schepselen, vanwege Zijn Uitspraak:
'Niets is zoals Hij, en Hij is de
Alhorende, de Alziende.'
(Soerah ash-Shoera: 11)
De weg van de Khalaf is echter: het
interpreteren van deze woorden en van het letterlijke het figuurlijke maken. Op
deze manier betekent de Hand: de Kracht, het Gezicht betekent het Wezen en het Zich Verheffen Boven de
Troon betekent: het veroveren, het heersen en het uitdragen van het Bevel. Zij
interpreteren dit op deze manier, omdat er onbetwistbaar bewijs is dat Allah
geen lichaam is en vanwege de Uitspraak van de Meest Verhevene:
'Niets is zoals Hij, en Hij is de Alhorende,
de Alziende.'
(Soerah ash-Shoera: 11)
Beide wegen zijn goed en worden genoemd
in de betrouwbare boeken van de bekende, grote geleerden.'
De schrijver heeft zich vergist - moge Allah ons en hem
vergeven, door te zeggen dat de voorgangers 'het erover eens zijn dat deze
Verzen niet letterlijk bedoeld zijn'. Het is namelijk zo dat de voorgangers
- moge Allah hen genadig zijn - en degenen die hun weg hebben gevolgd tot aan
de dag van vandaag de Perfecte Eigenschappen voor Allah bevestigen die Hij voor
Zichzelf heeft Bevestigd, of die Zijn Boodschapper - sallallahoe 'alayhi wa sallam voor Hem heeft bevestigd.
Ook geloven zij in de werkelijke betekenis die past bij Zijn Majesteit, zonder
verdraaiing, ontkenning, toekenning van een hoedanigheid, vergelijking, overlaten
van de betekenis aan Allah en zonder (verkeerde) interpretatie van de letterlijke
betekenis. Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah - moge Allah hem genadig zijn - heeft
in 'al-Fatwa al-Hamawiyyah' het volgende gezegd:
'Aboe Bakr al-Bayhaqie heeft in 'De Namen en
Eigenschappen' met een authentieke isnaad(3) overgeleverd dat
al-Awzaa'ie heeft gezegd: 'Wij waren gewoon te zeggen - terwijl de Taabi'oen in
overvloed waren:
'Voorwaar, Allah - Verheven is Zijn Naam
- is boven Zijn Troon en wij geloven in de Eigenschappen die in de Soennah zijn
vermeld.'
Al-Awzaa'ie is één van de vier imaams in de tijd van de
Taabi' at-Taabi'ien. Deze zijn: Maalik, de Imaam van de
bewoners van al-Hidjaaz(4), al-Awzaa'ie, de Imaam van de bewoners van
ash-Shaam(5), al-Layth, de Imaam van de bewoners van Egypte en
ath-Thawrie, de Imaam van de bewoners van Irak. Al-Awzaa'ie vertelde over de bekendheid
van de uitspraak in de tijd van de Taabi'oen, dat Allah, de Meest Verhevene,
Zich boven de Troon bevindt en over het geloof in Zijn Eigenschappen die
authentiek van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - zijn overgeleverd.
Al-Awzaa'ie heeft dit enkel gezegd na het openbaar worden van het gedachtegoed
van Djahm(6) - degene die ontkende dat Allah Zich Boven de Troon bevindt
en ook de rest van Zijn Eigenschappen ontkende - zodat de mensen zouden weten
dat de geloofsleer van de voorgangers dit
alles tegenspreekt.
Aboe Bakr al-Khallaal heeft tevens in 'Kitaab
as-Soennah' overgeleverd dat al-Awzaa'ie heeft gezegd: Mak-hoel en
az-Zoehrie werden gevraagd naar de uitleg van de overleveringen (over de
Eigenschappen), waarna zij zeiden:
'Laat deze zoals ze zijn gekomen.'
Er is ook overgeleverd dat al-Walied ibn Moeslim heeft
gezegd: ik vroeg Maalik ibn Anas, Soefyaan ath-Thawrie, al-Layth Ibn Sa'd en al-Awzaa'ie
over hetgeen is overgeleverd betreffende de Eigenschappen en zij zeiden:
'Laat deze zoals ze zijn gekomen.'
In een andere overlevering zeiden zij:
'Laat deze zoals ze zijn gekomen zonder
het toekennen van een hoedanigheid.'
Hun uitspraak - moge Allah tevreden met hen zijn: 'Laat
deze zoals ze zijn gekomen' is in antwoord op degenen die de Eigenschappen
ontkennen en de directe betekenis ervan verdraaien. Hun uitspraak 'zonder
het toekennen van een hoedanigheid' is in antwoord op degenen die Allah vergelijken
met Zijn schepping.
Az-Zoehrie en Mak-hoel waren de Taabi'oen met de meeste
kennis in hun tijd. De vier overige zijn de Imaams van de wereld in de tijd van
de Taabi' at-Taabi'ien en tot hun categorie behoren ook Hammaad ibn Zayd, Hammaad
ibn Salamah en hun soortgelijken.'
Tot aan zijn woorden - moge Allah hem genadig zijn:
'Al-Khallaal heeft overgeleverd met een
overleveringsketen waarvan de mannen allemaal betrouwbare Imaams zijn, op gezag
van Soefyaan ibn 'Oeyaynah die zei: Rabie'ah ibn Abie 'Abdir-Rahmaan werd
gevraagd over de Uitspraak van de Meest Verhevene: 'De Barmhartige, Hij
heeft Zich Verheven boven de Troon': 'Hoe is Hij Verheven (Istiwaa-)?'
Hij antwoordde:
'De Istiwaa- is niet onbekend en de
hoedanigheid kan niet bevat worden met het verstand. Van Allah komt de
Boodschap, van de Boodschapper komt de duidelijke overdracht en aan ons is het
om te geloven.'
Deze woorden zijn ook overgeleverd van Maalik ibn Anas - de
leerling van Rabie'ah ibn Abie 'Abdir-Rahmaan - op verschillende manieren. Eén
overlevering is bijvoorbeeld door ash-Shaykh al-Asbahaanie en Aboe Bakr
al-Bayhaqie overgeleverd op gezag van Yahya ibn Yahya die zei: wij waren bij
Maalik ibn Anas, waarna er een man kwam die zei: 'O Aboe 'Abdillaah, 'de
Barmhartige, Hij heeft Zich Verheven boven de Troon', hoe is Hij
Verheven?' Hierop boog Maalik zijn hoofd totdat zijn hoofd onder het zweet zat. Daarna zei hij:
‘De Istiwaa- is niet onbekend, de
hoedanigheid is niet te bevatten met het verstand, het geloof hierin is
verplicht en het vragen hiernaar is een innovatie. Ik zie jou niet anders dan
als innovator.'
Vervolgens gaf hij het bevel om hem weg te sturen, waarna
deze man werd weggestuurd.
De uitspraak van Rabie'ah en Maalik: 'De Istiwaa- is
niet onbekend, de hoedanigheid is niet te bevatten met het verstand en het
geloof hierin is verplicht' is gelijk aan de uitspraak van de overigen: 'Laat
deze zoals zij zijn gekomen, zonder hier een hoedanigheid aan toe te kennen.'
Zij ontkenden de kennis over de hoedanigheid, maar zij ontkenden niet de werkelijkheid
van de Eigenschap.
Als het volk alleen in de uitspraak geloofd hadden,
zonder begrip van de betekenis hiervan die past bij Allah, dan zouden zij niet
hebben gezegd: 'De Istiwaa- is niet onbekend en de hoedanigheid is niet te
bevatten met het verstand.' Dan zouden zij ook niet hebben gezegd: 'Laat
deze zoals zij zijn gekomen, zonder hier een hoedanigheid aan toe te kennen.'
Want de Istiwaa- is in dat geval niet bekend, maar onbekend. Het zijn enkel
letters van het alfabet zonder een betekenis. Bovendien zou het dan niet nodig
zijn om de kennis over de hoedanigheid te ontkennen, gezien er geen betekenis
uit de uitspraak wordt begrepen. Het ontkennen van de kennis over de
hoedanigheid is enkel nodig als de Eigenschappen worden bevestigd.
Ook is het zo dat het voor degene die de Khabariyyah Eigenschappen(7)
of de Eigenschappen in het algemeen ontkent, niet nodig is om te zeggen 'zonder
hier een hoedanigheid aan toe te kennen.' Want degene die zegt: 'Allah is
voorzeker niet boven de Troon', hoeft niet te zeggen: 'zonder hier een
hoedanigheid aan toe te kennen'. Als de weg van de voorgangers daarom het
ontkennen van de Eigenschappen zelf was geweest, dan zouden zij niet hebben
gezegd: 'zonder hier een hoedanigheid aan toe te kennen'.
Hun uitspraak: 'Laat deze zoals zij zijn gekomen',
betekent dat hetgeen waar het op duidt gelaten moet worden zoals het is, want
het is gekomen in de vorm van uitspraken die duiden op een betekenis. Als
hetgeen waar het op duidt ontkend zou zijn, dan zou het antwoord moeten zijn: 'Laat
de uitspraak ervan zoals zij zijn gekomen, met de overtuiging dat Allah niet
wordt beschreven met hetgeen waar het werkelijk op duidt.' Op deze manier zou
het gelaten worden zoals het is gekomen en dan wordt niet gezegd: 'zonder
hier een hoedanigheid aan toe te kennen'. Immers, het ontkennen van de
hoedanigheid van datgene wat niet bevestigd wordt, is nutteloos gepraat.' Einde
van de woorden van Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah - moge Allah hem genadig zijn.
Dit is dus de weg van de voorgangers betreffende deze
zaak. Het is duidelijk dat zij de Perfecte Eigenschappen voor Allah - vrij is
Hij van elke tekortkoming - bevestigen die Hij in Zijn Boek voor Zichzelf heeft
bevestigd, of waar Zijn Boodschapper - sallallahoe 'alayhi wa sallam - Hem mee heeft
beschreven in datgene wat authentiek is overgeleverd. Zij geloven dat alles
waar de Verzen en authentieke overleveringen op duiden zo bedoeld is en
begrepen wordt, maar zij geven hier geen verkeerde interpretatie aan, noch kennen
zij hier een hoedanigheid aan toe. In plaats daarvan laten zij de kennis van deze
hoedanigheid over aan Allah - vrij is Hij van elke tekortkoming. Zij geloven
ook dat Allah vrij is van het vertonen van een gelijkenis met de schepping,
zoals Allah, de meest Verhevene, heeft gezegd:
'Niets is zoals Hij, en Hij is de
Alhorende, de Alziende.'
(Soerah ash-Shoera: 11)
En zoals Hij - de Almachtige en Majesteitelijke - gezegd
heeft:
‘En niemand is aan Hem gelijk of met Hem
te vergelijken.'
(Soerah al-Ikhlaas: 4)
'Maak dus geen gelijkenissen van Allah. Voorzeker,
Allah weet en jullie weten niet.'
(Soerah an-Nahl: 74)
Wat de volgende uitspraak van de schrijver betreft: 'De
weg van de Khalaf is echter: het interpreteren van deze woorden en van het
letterlijke het figuurlijke maken' tot aan zijn uitspraak: 'Beide wegen
zijn goed en worden genoemd in de betrouwbare boeken van de bekende, grote
geleerden', hierover zeg ik het volgende:
Dit is een enorme vergissing, want niet beide wegen zijn
goed. Neen, slechts de weg van de voorgangers is de juiste en dit is de weg die
wij verplicht zijn te volgen. Dit houdt namelijk het handelen naar het Boek en
de Soennah in en het vasthouden aan hetgeen de Metgezellen van de Boodschapper
van Allah - sallallahoe 'alayhi wa sallam - hebben gevolgd en degenen die hen
op de beste manier volgden van de Taabi'oen en de Meester Imaams. Op deze manier wordt Allah vrijgesproken
van de gebrekkige eigenschappen door de Perfecte Eigenschappen te bevestigen en
wordt Hij - vrij is Hij van elke tekortkoming - vrijgesproken van de eigenschappen
van het levenloze, het gebrekkige en het niet bestaande; en dit is de waarheid.
Wat het interpreteren hiervan op de manier van de
filosofen onder de geleerden van de Khalaf betreft, dit is strijdig met de
waarheid. Zij laten op deze manier het gebrekkige verstand de leiding nemen,
praten over Allah zonder kennis en ontkennen de Perfecte Eigenschappen van
Allah, de Majesteitelijke en Verhevene. Zij zijn weggerend van wat volgens hun
maatstaven het vergelijken van Allah met Zijn schepping inhoudt en zijn
vervallen in het ontkennen van deze Eigenschappen, wat in werkelijkheid juist
inhoudt dat zij Allah - vrij is Hij van elke tekorkoming - vergelijken met het
levenloze, het gebrekkige en het niet bestaande, zoals wij eerder hebben
vermeld. Zij ontdoen Hem - vrij is Hij van elke tekortkoming - op deze manier
van de Perfecte Eigenschappen waar Hij Zichzelf of waar Zijn edele
Boodschappers - moge Allah's salaah en salaam op hen rusten - hem mee hebben
omschreven en wat Hij - vrij is Hij van elke tekortkoming - in Zijn Edele Boek
heeft genoemd. Zij ontdoen Hem van hetgeen waar Hij Zichzelf mee heeft geprezen
tegenover Zijn dienaren, van hetgeen waarmee Hij de beste onder Zijn
Boodschappers en het Zegel der Profeten mee heeft gezonden en van de natuurlijke
aanleg waar Hij Zijn schepping mee heeft geschapen.
Als deze verdraaiende filosofen de weg van de Vrome Voorgangers
zouden volgen en de Perfecte Eigenschappen voor Allah zouden bevestigen, op een
manier die bij Allah - vrij is Hij van elke tekortkoming - past, en als zij
genoegen zouden hebben genomen met het niet toekennen van een hoedanigheid
hieraan, noch het vergelijken hiervan, dan hadden zij de waarheid verworven. Zij
zouden dan geslaagd zijn door niet strijdig te handelen met de Boodschappers en
door het verstand, dat Allah in kennis niet kan omvatten, niet de overhand te
laten nemen.
Samengevat:
De weg van de voorgangers is de waarheid die gevolgd
dient te worden. Wat hetgeen betreft dat sommige geleerden van de Khalaf hebben
gedaan, namelijk het verkeerd interpreteren van de tekstuele bewijzen over de
Eigenschappen van Allah - de Majesteitelijke en Verhevene, dit is vals en in
strijd met het Boek van Allah, de Soennah van Zijn Boodschapper - sallallahoe
'alayhi wa sallam - en hetgeen waar de Voorgangers van deze gemeenschap zich op
bevonden.
Het is daarom verplicht om hiervan weg te blijven, te
stoppen bij de tekstuele bewijzen uit het Boek en de Soennah, te bevestigen wat
hierin wordt bevestigd en te ontkennen wat hierin wordt ontkend. Dit dient
gepaard te gaan met het geloof dat de betekenissen waar dit op wijst waarheid
zijn en dat deze bevestigd zijn voor Allah - vrij is Hij van elke tekortkoming.
Niemand van Zijn schepping lijkt hierin op Hem, zoals eerder vernoemd is.
Wat de volgende uitspraak van de schrijver betreft: 'omdat
er onbetwistbaar bewijs is dat Allah geen lichaam is', dit zijn woorden
waar geen bewijs voor is. Allah - vrij is Hij van elke tekortkoming - wordt
hier namelijk niet in het Boek, noch in de Soennah mee omschreven, noch wordt
dit hierin ontkend. Het is daarom verplicht om over iets dergelijks te zwijgen.
De reden hiervoor is dat de Eigenschappen van Allah - de Majesteitelijke en
Verhevene - tawqiefiyyah(7) zijn. Het verstand heeft hier geen rol in. Er
dient gestopt te worden bij de grens van wat in de tekstuele bewijzen uit het
Boek en de Soennah wordt genoemd.
Hiermee wordt de incorrectheid van de volgende uitspraak van de heer ... duidelijk: 'Daarom is het aan
ons om het erover eens te worden dat als iemand onder de geleerden van de
moslims in de Islamitische wereld één van deze twee wegen volgt, hij zich op de
waarheid bevindt' enz.
De waarheid hierover is namelijk hetgeen waar de voorgangers
- moge Allah hen genadig zijn - zich op bevonden, zoals wij eerder genoemd
hebben. Alles wat hiermee strijdig is, wordt als vals aangemerkt. Dit dient
gelaten te worden en de valsheid hiervan dient verduidelijkt te worden, net
zoals de waarheid hierover getoond dient te worden aan de mensen. Dit valt
onder het helpen van elkaar in het goede en godsvrees, tot het verbieden van
het verwerpelijke en tot het uitnodigen naar de waarheid.
Ten slotte is Allah Degene Die wij vragen om ons, en alle
moslims, kennis te schenken over Zijn Religie en ons hier standvastig op te
laten zijn. Wij vragen hem om ons hetgeen te laten volgen waar het Boek van
Allah, de Almachtige, en de Soennah van Zijn oprechte en betrouwbare
Boodschapper - moge de beste salaah en salaam van Zijn Heer op hem rusten - op wijzen
en hetgeen de voorgangers van de moslimgemeenschap volgden op het vlak van de
Namen en Eigenschappen van Allah en op alle andere vlakken van de Religie. Wij
vragen Hem om onze broeder, de heer ..., terug te laten keren naar de Waarheid,
het vasthouden hieraan en het laten van alles wat hier strijdig mee is. Hij is de
Almachtige hierover en Hij is hiertoe in staat. Moge Allah's salaah en salaam rusten
op onze Profeet Mohammed, zijn familieleden en zijn metgezellen.
Bron: Madjmoe' Fataawa wa Maqaalaat Moetanawwi'ah, deel 2, blz. 98
Vertaald vanuit het Arabisch door: Een zuster
(1) Uitgave 3383, datum 3/4/1408 H.
(2) Voetnoot van de vertaalster: Khalaf:
Degenen die na de voorgangers hebben
geleefd.
(3) Voetnoot van de vertaalster: Isnaad
(of sanad): De overleveringsketen waarin alle overleveraars van de hadieth
worden genoemd.
(4) Voetnoot van de vertaalster: Al-Hidjaaz: Gebied
in het westen van Saoedi-Arabië waarin de heilige steden Mekka en Medina zich
bevinden.
(5)
Voetnoot van de vertaalster: Ash-Shaam: Het
gezegende gebied dat nu bekend staat als Palestina, Syrië, Jordanië en Libanon.
(6) Voetnoot van de vertaalster: Djahm
ibn Safwaan: Dit is de oprichter van naar hem vernoemde, dwalende groepering
al-Djahmiyyah. Voor meer informatie over deze groepering: zie Sharh Loem'atil
I'tiqaad van ash-Shaykh al-'Oethaymien.
(7) Voetnoot van de vertaalster: Khabariyyah Eigenschappen:
Dit zijn de Eigenschappen van Allah die als het om de mens gaat, delen van
hem zijn. Bijvoorbeeld: de Handen, het Gezicht en de Ogen. Voor meer informatie
hierover: zie Sharh al-'Aqiedah al-Waasitiyyah van ash-Shaykh al-'Oethaymien.
(8) Voetnoot van de vertaalster:
Tawqiefiyyah: Dit woord is afgeleid van het Arabische werkwoord 'waqafa', wat 'stoppen'
betekent. Wat hier bedoeld wordt, is dat men dient te stoppen bij hetgeen de Koran
en Soennah mee zijn gekomen als het gaat om de Eigenschappen van Allah. Als een
bepaalde Eigenschap hierin bevestigd of ontkend wordt, dan dienen wij deze ook
te bevestigen of te ontkennen. Als hierin over een bepaalde Eigenschap wordt
gezwegen, dan dienen wij hier ook over te zwijgen.
|