|
Door de nobele Shaykh
Al-Imaam ‘Abdoel-‘Aziez ibn ‘Abdillaah ibn Baaz
- moge Allah hem genadig zijn -
Een veel voorkomend verschijnsel in deze tijd is dat
velen van degenen die zich toeschrijven aan de kennis en de uitnodiging naar
het goede, de eer aantasten van velen van hun broeders van onder de bekende
uitnodigers. Zij lasteren de studenten van de kennis en de uitnodigers die
lessen geven. Dit doen zij in het geheim in hun bijeenkomsten en misschien
nemen zij dit op op cassettes die verspreid worden onder de mensen. Ook kan het
zijn dat zij dit openlijk doen tijdens openbare lezingen in de moskeeën. Deze
manier van handelen is tegenstrijdig met hetgeen Allah en Zijn Boodschapper -
sallallahoe ‘alayhi wa sallam - hebben opgedragen vanuit verschillende
opzichten. Onder andere:
Ten eerste:
het is een schending van de rechten van de moslims en zelfs van de speciale
mensen onder hen: de studenten van de kennis en de uitnodigers. Zij die hun
best doen om de mensen inzicht te geven, hen te leiden en hun geloofsleer en
methodologie te corrigeren. Zij die zich inspannen in het geven van lessen en
lezingen en het schrijven van profijtelijke boeken.
Ten tweede:
deze handeling verdeelt de moslims en verscheurt hen, terwijl zij meer dan ooit
behoefte hebben aan het vormen van een eenheid en het afstand nemen van
verdeeldheid, opsplitsing en ijdele praat. Vooral omdat de uitnodigers die
aangevallen worden, behoren tot Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah, die bekend staan
om het bestrijden van innovaties en zaken van bijgeloof, het tegenstreven van
degenen die hiertoe oproepen en het onthullen van hun listen en misleiding. Wij
zien in deze handeling geen enkel voordeel, behalve voor de loerende vijanden
van onder de mensen van ongeloof en huichelarij of de mensen van innovatie en
dwaling.
Ten derde:
met deze handeling steunen en helpen zij de zelfingenomen secularisten en
anderen van de atheïsten die bekend staan om het kwaadspreken over de
uitnodigers, het liegen over hen en het ophitsen tegen hen in datgene wat zij
geschreven en opgenomen hebben. Het behoort niet tot de Islamitische
broederschap dat deze haastige mensen hun vijanden helpen tegen hun broeders
van onder de studenten van de kennis, de uitnodigers en anderen.
Ten vierde:
deze handeling leidt tot het bederven van de harten van het gewone volk en de studenten
van de kennis. Het zorgt ervoor dat leugens en valse geruchten verspreid worden.
Het leidt tot kwaadsprekerij en ophitsing. Met deze handeling worden de deuren
van het kwade wijd geopend voor degenen met een zwakke ziel: zij die volharden
in het verspreiden van twijfels en het veroorzaken van chaos en ernaar streven de
mensen zonder recht kwaad te doen.
Ten vijfde:
veel van de woorden die gezegd worden, hebben geen basis. Het zijn slechts
waanideeën welke de Shaytaan(1) voor hen schoon doet schijnen en waarmee
hij hen bedriegt. Voorzeker, Allah - Verheven is Hij - zegt:
O jullie die geloven, vermijd vele van de
vermoedens. Voorwaar, een gedeelte van de vermoedens zijn zonden. En bespioneer
elkaar niet en roddel niet over elkaar.
[ Soerah al-Hoedjoeraat 49:12 ]
De gelovige dient de woorden van zijn moslimbroeder
op de beste manier op te vatten. Eén van de Voorgangers zei:
"Denk niet slecht over een woord dat jouw broeder
geuit heeft, terwijl jij dit op een goede manier kan opvatten."
Ten zesde:
wanneer een geleerde of student van de kennis idjtihaad(2) verricht in
datgene waarin de idjtihaad geoorloofd is, dient hij hiervoor niet berispt of
verweten te worden, mits hij tot de mensen van idjtihaad behoort. Als iemand
met hem van mening verschilt, is het gepaster om met hem te discussiëren op de
beste wijze, terwijl men streeft naar het bereiken van de waarheid via de
kortste weg. Op deze manier beschermt men zich tegen de influisteringen van de
Shaytaan en de verdeeldheid die hij wil zaaien onder de gelovigen.
Als dit echter niet mogelijk is en men is van
mening dat het noodzakelijk is om de fout te verduidelijken, dan dient dit te
gebeuren met de mooiste woorden en op de zachtste wijze. Zonder deze persoon aan
te vallen of te kwetsen en zonder het gebruik van woorden die ervoor kunnen zorgen
dat hij de waarheid verwerpt of zich hiervan afwendt. Bovendien zonder namen te
noemen, intenties te beschuldigen of extra zaken te vermelden die niet nodig
zijn. De Boodschapper - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - was gewoon om in dit
soort zaken te zeggen:
"Wat is er mis met mensen die dit en dit gezegd
hebben?"
Mijn advies aan deze broeders, die de eer van de
uitnodigers aantasten en hen aanvallen, is om berouw te tonen tegenover Allah -
Verheven is Hij - voor datgene wat hun handen geschreven hebben of hun tongen
uitgesproken hebben; wat ervoor gezorgd heeft dat de harten van sommige
jongeren zijn bedorven en dat zij geladen zijn met haat en nijd; het heeft hen afgeleid
van het vergaren van profijtelijke kennis en van het uitnodigen naar Allah en het
heeft hen beziggehouden met ijdele praat, het spreken over die en die en die en
die, het zoeken naar wat zij als fouten zien van anderen, het jagen hierop en het
zich inspannen hierin.
Verder adviseer ik hen om datgene wat zij gedaan
hebben te compenseren door openbaar te maken - door middel van schrijven of
anders - dat zij afstand nemen van dit soort handelingen en datgene te verwijderen
wat in het hoofd zit van degenen die naar hun woorden luisteren. Dat zij zich
wenden tot de vruchtbare daden die dichter tot Allah brengen en van nut zijn
voor de dienaren. Dat zij ervoor oppassen om zich te haasten de mensen tot
ongelovigen, zondaren of innovators te verklaren zonder duidelijk bewijs.
Voorzeker, de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:
"Wie tegen zijn broeder zegt: "O ongelovige", dan
keert dit (woord) terug naar één van hen."
Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.
Wanneer iets van de woorden van de mensen van
kennis of anderen onduidelijk is voor de uitnodigers naar de waarheid en de
studenten van de kennis, dienen zij terug te keren naar de betrouwbare
geleerden en hun hierover te vragen. Zij zullen de werkelijkheid voor hen verduidelijken,
hen op de hoogte brengen van de realiteit en de aarzeling en twijfels in hun
zielen verwijderen. Allah - de Almachtige en Majesteitelijke - zegt namelijk in
Soerah an-Nisaa-:
En wanneer een zaak van
veiligheid of angst tot hen komt, verspreiden zij deze. Maar als zij deze terug
zouden voeren naar de Boodschapper en naar de gezaghebbers onder hen, dan
zouden degenen onder hen die in staat zijn het te onderzoeken, het weten. En
was het niet om de Gunst van Allah aan jullie en Zijn Barmhartigheid, dan
hadden jullie de Shaytaan gevolgd, op weinigen na.
[ Soerah an-Nisaa- 4:83 ]
Allah is Degene Die
gevraagd wordt om de omstandigheden van alle moslims te verbeteren, om hun
harten en daden te verenigen op godvrezendheid en om alle geleerden van de
moslims en alle uitnodigers tot de waarheid te leiden naar datgene wat Hem
tevredenstelt en Zijn dienaren profijt schenkt. Wij vragen Hem om hun woord te
verenigen op de leiding, om hen te beschermen tegen de oorzaken van de
verdeeldheid en onenigheid en om door middel van hen de waarheid te laten
zegevieren en de valsheid ten ondergang te brengen. Voorwaar, Hij is de Almachtige
daarover en Hij is daartoe in staat. Moge Allah's salaah en salaam rusten op
onze Profeet Mohammad, zijn familieleden, Metgezellen en eenieder die zijn
leiding volgt tot aan de Dag van de Afrekening.
Bron: Madjmoe' Fataawa wa
Maqaalaat Moetanawwi'ah (7/311-314)
Vertaald vanuit het
Arabisch door:
Ridouane Mallouki
(1) Voetnoot van de
vertaler: Shaytaan (mv. shayaatien):
De Satan, de duivel.
(2) Voetnoot van de
vertaler: Idjtihaad: Het verrichten van
inspanningen door een geleerde om tot een oordeel te komen betreffende een
religieus vraagstuk.
|