|
Alle lof is aan Allah Die de dood en het leven heeft geschapen om de mensen
te testen wie van hen de beste daden heeft. Ik getuig dat er geen ware god is
die het recht heeft aanbeden te worden dan Allah alleen, zonder deelgenoten. En
ik getuig dat Mohammad Zijn dienaar en Boodschapper is - vrede en gebeden zijn
over hem, zijn Metgezellen en eenieder die in hun voetsporen treedt.
Dienaar van Allah, weet dat de dood een realiteit is waaraan geen ontkomen
is. Of je nu lang zal leven of kort, het is noodzakelijk dat het moment komt om
te vertrekken. Vrees Allah - de Verhevene - daarom en kijk naar je daden.
Bereid je voor op je vertrek, want voor je bevinden zich grote gevaren en enorme
verschrikkingen. Jij bent namelijk niet doelloos geschapen, noch zul je met
rust worden gelaten. Voor je bevindt zich de dood met zijn bedwelmingen, het
graf met zijn duisternissen, de afrekening en haar moeilijkheden, de
ondervraging van de Engel en diens verbijsteringen. Heb je je dan voorbereid op
deze gevaren?
De Profeet - vrede en gebeden over hem - heeft ons aangespoord om de dood
te gedenken en om geen ijdele hoop te hebben. Hij zei:
"Gedenk veelvuldig de vernietiger van de geneugten."
Overgeleverd door Ibn Maadjah en at-Tirmidhie.
Dat wil zeggen: de dood. ‘Oemar ibn ‘Abdil-‘Aziez - moge Allah hem genadig
zijn - heeft gezegd:
"Als het gedenken van de dood mijn hart zou verlaten voor één uur, dan zou
mijn hart bedorven raken."
Wanneer de dood is aangebroken, komt er een einde aan je daden en wordt er
geen berouw meer van je aanvaard. De Boodschapper van Allah - vrede en gebeden
over hem - heeft gezegd:
"Allah aanvaardt het berouw van de dienaar zolang zijn ziel de keel niet
heeft bereikt."
Overgeleverd door Ibn Maadjah en at-Tirmidhie.
Wanneer de dood is aangebroken, wordt voor jou je eindbestemming duidelijk
en zal jij de uitkomst van jouw daden zien. Dan zal je wensen terug te keren
naar deze wereld om datgene wat je verprutst hebt, recht te zetten. Maar jij
zal niet terugkeren.
حَتَّى
إِذَا جَاءَ أَحَدَهُمُ الْمَوْتُ قَالَ رَبِّ ارْجِعُونِ
* لَعَلِّي أَعْمَلُ صَالِحًا فِيمَا تَرَكْتُ كَلَّا إِنَّهَا
كَلِمَةٌ هُوَ قَائِلُهَا وَمِنْ وَرَائِهِمْ بَرْزَخٌ إِلَى يَوْمِ يُبْعَثُونَ
Totdat de dood tot één van hen komt, zegt hij: "Mijn Heer, laat mij
terugkeren. Opdat ik goede daden zal verrichten in datgene wat ik achterwege
heb gelaten." Neen! Het is slechts een woord dat hij uit. En achter hen is een
afscherming tot aan de Dag dat zij worden opgewekt.
[ Soerah al-Moe-minoen 23:99-100 ]
De dood wordt niet tegengehouden door kastelen noch door legers. Hij
aanvaardt geen losprijs en wordt niet uitgesteld. Hij neemt de rijke en de
arme, de grote en de kleine, de edelman en de boer, de gelovige en de
ongelovige, de koning en de slaaf. Hij maakt hen allen gelijk in de graven.
Na de dood wordt je geconfronteerd met het graf en zijn verschrikkingen. Het
is de eerste verblijfplaats van het Hiernamaals. Het is of een tuin van de
tuinen van het Paradijs of een kuil van de kuilen van het Vuur. Het graf zal
voor de gehoorzame dienaar worden uitgestrekt zo ver zijn blik reikt en voor de
zondaar worden vernauwd totdat zijn ribben in elkaar steken. De gehoorzame
dienaar zal in zijn graf genieten en de zondaar zal in zijn graf bestraft
worden.
Na het graf komt datgene wat ernstiger en blijvender is. Het Uur valt, de
mensen worden opgewekt uit hun graven, verzameld en afgerekend. Dit is de Dag
waarop de moeder haar zuigeling zal vergeten en de zwangere vrouw haar kind
laat vallen. De Dag dat jij de mensen als dronken ziet, terwijl zij niet
dronken zijn, maar de bestraffing van Allah is hard. De dag waarop de bergen
zullen smelten en stof worden. Zij worden verpulverd en worden tot
luchtspiegelingen. De Dag die de kinderen doet vergrijzen en de ogen verstard
doet openstaan.
Alle mensen zullen op één vlakte staan. De zon zal dichterbij worden
gebracht, totdat zij op een afstand van een miel van hen zal zijn. Hier wordt of een mijl afstand mee
bedoeld, of de grootte van het oogpotlood waarmee men de ogen accentueert. Haar
hitte zal zo intens zijn dat de mensen hevig beginnen te zweten naargelang hun
daden: bij sommigen zal het zweet tot de enkels reiken, bij anderen tot de
heupen, bij anderen tot de schouders en anderen zullen volledig in het zweet
dompelen.
Dan zullen zij het boek met hun
daden ontvangen. Sommigen krijgen hun boek in de rechterhand, anderen krijgen
hun boek in de linkerhand en vanachter de rug. Vervolgens zullen zij worden
afgerekend op hun daden. Sommigen zullen een zware afrekening krijgen en
anderen zullen een lichte afrekening krijgen. Hun daden zullen worden gewogen.
De goede daden zullen op de ene schaal worden geplaatst en de slechte daden op
de andere schaal. Als jouw goede daden dan zwaarder wegen, ben je gered en
geslaagd. Maar als jouw slechte daden zwaarder wegen, dan ben je verloren en
vernietigd.
Daarna is het noodzakelijk dat je de
Siraat oversteekt. De Siraat is een brug gespannen boven de Hel. De eersten en
de laatsten zullen hier overheen moeten. Deze Siraat is scherper dan een
zwaard, dunner dan een haartje en de lengte ervan is een maandlang reizen. Aan
de rand ervan bevinden zich Engelen met grijpers en haken van vuur waarmee zij
de mensen grijpen naargelang hun daden. De Siraat is glad, slibberig en
uitermate duister. Sommige
gelovigen zullen oversteken als een oogwenk, anderen als de bliksem, als de
wind, als vogels, als snelle paarden en als kamelen. Sommigen zullen gered
worden zonder enige schade, anderen zullen gered worden na wat schrammen te
hebben ontvangen en anderen zullen in de Hel vallen. De mensen zullen gedragen
worden door hun daden, totdat de daden niet meer in staat zijn en een persoon
niet verder kan gaan, behalve kruipend. De laatste die oversteekt, lijkt alsof
hij wordt voortgesleept. Wanneer eenieder over de Siraat is gegaan en de
ongelovigen en zondaren in het Vuur zijn gevallen, zal Allah - Verheven is Hij
- de godvrezende dienaren redden. Jouw oversteken van de Siraat en de snelheid
hiervan zal naargelang jouw daden in het wereldse leven zijn. Allah - Verheven is Hij - zegt hierover:
وَإِنْ
مِنْكُمْ إِلَّا وَارِدُهَا كَانَ عَلَى رَبِّكَ حَتْمًا مَقْضِيًّا
* ثُمَّ نُنَجِّي الَّذِينَ اتَّقَوْا
وَنَذَرُ الظَّالِمِينَ فِيهَا جِثِيًّا
En er is niemand van jullie of hij
zal haar betreden. Dat is van jouw Heer een vastgesteld besluit dat volbracht
moet worden. Daarna redden Wij degenen die vrezen en laten Wij de
onrechtplegers daarin achter op hun knieën.
[ Soerah Maryam 19:71-72 ]
De Voorgangers waren bang voor dit
Vers. Wanneer Aboe Maysarah naar bed ging, zei hij:
"Had mijn moeder mij maar niet
gebaard!"
Daarna begon hij te huilen. Dan
vroeg zijn vrouw hem: "Wat doet jou huilen, o Aboe Maysarah?" waarop hij
antwoordde:
"Allah heeft ons bericht dat wij
over de Siraat moeten, maar hij heeft ons niet bericht of wij haar zullen
oversteken!"
Een man vroeg zijn broer die
overdreven veel lachte: "Weet jij dat jij boven het Vuur zal moeten gaan?" Hij
antwoordde: "Ja." De man vroeg: "Weet jij of jij de overkant zal bereiken?" Hij
antwoordde: "Nee." Daarop zei de man: "Waarom lach je dan?!"
De Profeet Mohammad - vrede en
gebeden over hem - heeft gezegd:
"Als jullie wisten wat ik weet, dan
zouden jullie veel huilen en weinig lachen."
Overgeleverd door Ibn Maadjah en at-Tirmidhie.
Vrees Allah dus, dienaar van Allah,
en bereid je voor op deze verschrikkelijke Dag door het goede te verrichten en
weg te blijven van het kwade. Allah - Verheven is Hij - zegt:
يَا
أَيُّهَا الَّذِينَ آَمَنُوا اتَّقُوا اللَّهَ وَلْتَنْظُرْ نَفْسٌ مَا قَدَّمَتْ
لِغَدٍ وَاتَّقُوا اللَّهَ إِنَّ اللَّهَ خَبِيرٌ بِمَا تَعْمَلُونَ * وَلَا تَكُونُوا
كَالَّذِينَ نَسُوا
اللَّهَ فَأَنْسَاهُمْ أَنْفُسَهُمْ أُولَئِكَ هُمُ الْفَاسِقُونَ
* لَا يَسْتَوِي أَصْحَابُ النَّارِ
وَأَصْحَابُ الْجَنَّةِ أَصْحَابُ الْجَنَّةِ هُمُ الْفَائِزُونَ
O jullie die geloven, vrees Allah en
laat iedere ziel toezien op wat zij heeft vooruitgezonden voor morgen. En vrees
Allah, voorwaar, Allah is Welingelicht over wat jullie doen. En wees niet als
degenen die Allah vergaten, waarop Hij hen zichzelf deed vergeten. Zij zijn
degenen die de zwaar zondigen zijn. Niet gelijk zijn de bewoners van het Vuur
en de bewoners van het Paradijs. De bewoners van het Paradijs zijn de winnaars.
[ Soerah al-Hashr 59:18-20 ]
O Allah, neem onze zielen niet,
tenzij U tevreden met ons bent. O Allah, schenk ons vergiffenis voor de dood,
rust tijdens de dood en Tuinen en genietingen na de dood. O Allah, schenk ons
een goed einde en behoed ons voor een kwaad einde. Alle lof is aan Allah, de
Heer der Werelden...
Samengesteld en vertaald vanuit het
Arabisch door: Aboe
‘Abdir-Rahmaan Harkaatie
|