Home arrow Aanbidding arrow Gebed arrow Het verschil tussen de daad en de plaats
Het verschil tussen de daad en de plaats Afdrukken E-mail

 

Door de nobele Shaykh

 

al-Imaam Mohammad ibn Saalih al-‘Oethaymien

 

- moge Allah hem genadig zijn -

 

 

Er is geen mens die een daad verricht waarmee hij het Aangezicht van Allah zoekt, behalve dat hij hiermee in rang en status verheven wordt. Ook al bevindt hij zich in een plek waar hij niet mag zijn. De daad is namelijk iets en de plaats is iets anders.

 

Daarom is de meest juiste uitspraak van de uitspraken van de geleerden dat wanneer een persoon het gebed verricht op een gestolen stuk grond, zijn gebed correct is. Want het verbod geldt niet voor het gebed, het verbod geldt voor het stelen. Het verbod is gekomen voor iets anders dan het gebed, dus is zijn gebed correct op dit gestolen stuk grond. Hij is echter zondig door op deze gestolen plaats te blijven.

 

Inderdaad, als het van de Boodschapper - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - overgeleverd zou zijn dat hij gezegd heeft: "Bid niet op gestolen grond," dan zouden we zeggen dat wanneer je op gestolen grond bidt, je gebed ongeldig is. Zoals we zeggen dat wanneer je in een begraafplaats bidt, je gebed ongeldig is, omdat de Boodschapper - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:

 

الأرض كلها مسجد إلا المقبرة والحمام

 

"De gehele aarde is een gebedsplaats, behalve de begraafplaats en de badkamer."(1)

 

Dit geldt niet voor salaat al-djanaazah (begrafenisgebed), want deze is zelfs in de begraafplaats toegestaan.

 

Bron: Sharh Riyaad as-Saalihien, hadieth nr. 7

Vertaald vanuit het Arabisch door: Ridouane Mallouki

 


(1) Sahieh li ghayrih (authentiek vanwege andere overleveringen die hem ondersteunen): Overgeleverd door at-Tirmidhie (317), Ibn Maadjah (745), Aboe Ya'laa in zijn Moesnad (1350) en Ibn al-Moendhir in "al-Awsat" (758). Al-Albaanie verklaarde hem sahieh (authentiek).

 

 
< Vorige   Volgende >