|
Verklarende
Woordenlijst
‘Aad: Het ongelovige volk waar de Profeet Hoed -
‘alayhis-salaam - naar gezonden werd.
Aadam -
'alayhis-salaam: Adam, de
eerste mens en tevens de eerste Profeet.
Aamien: O Allah, verhoor (deze smeekbede). Dit zegt men na het verrichten van
een smeekbede.
'Aashoeraa-: De tiende dag van de maand Moeharram, de eerste
maand van de Islamitische kalender.
Ad-Dir'iyyah: Een stad in
het Nadjd district in Saoedi-Arabië.
Adhaan: De oproep tot het gebed.
Ahl al-hall wal-‘aqd: De gezaghebbers en de
geleerden.
Ahloel-Kitaab: De Mensen van het Boek, d.w.z. de Joden en Christenen.
Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah: De mensen van de Soennah en de Groep; zij
die zich vasthouden aan de weg van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa
sallam - en zijn Metgezellen.
Al-amaanah: Het toevertrouwde, de morele verantwoordelijkheid.
Al-Ansaar: De Helpers; de bewoners van al-Medienah die de
Moehaadjiroen (Emigranten) op de beste wijze ontvingen in hun huizen en hun
bezit met hen deelden.
Al-Ashaa'irah: Eén van de dwalende
groeperingen in de Islaam, vernoemd naar Aboel-Hasan
‘Alie ibn Ismaa'iel al-Ash'arie. Aanvankelijk neigde hij tot de methodiek van
al-Moe'tazilah, totdat hij de leeftijd van veertig bereikte. Daarna verkondigde
hij openlijk zijn berouw daarvoor, maakte de valsheid van de methodiek van
al-Moe'tazilah duidelijk en hield vast aan de methodiek van Ahloes-Soennah -
moge Allah hem genadig zijn. Maar wat degenen betreft die zich aan hem
toeschrijven, zij zijn op een specifieke methodiek gebleven, die bekend staat
als de methodiek van al-Ash'ariyyah. Zij bevestigen slechts zeven van de
Eigenschappen van Allah en beweren dat het verstand hierop wijst; van de rest
van de Eigenschappen verdraaien ze de betekenis en interpreteren deze op een
foutieve manier. De zeven Eigenschappen die zij bevestigen worden in dit vers
genoemd:
حي عليم قدير
والكلام له إرادة وكذاك السمع والبصر
Levend,
Alwetend, Almachtig en het Spreken behoort Hem toe
De
Wil en ook het Horen en het Zien
Verder bezitten zij nog andere innovaties
betreffende de betekenis van het Spreken, de Voorbeschikking en andere zaken
(zie Sharh Loem'atil-I'tiqaad van al-Imaam Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem
genadig zijn).
Al-Aws: Eén van de twee Arabische stammen die al-Medienah bewoonden.
‘Alayhis-salaam:
De Salaam van Allah rust op hem (dit
zegt men na het noemen van één van de Profeten of Engelen).
Al-'azl: Coïtus interruptus; geslachtsgemeenschap die onderbroken wordt
vóór de zaaduitstorting.
Al-Djaahiliyyah: De preïslamitische tijd van de Onwetendheid.
Al-djabr: De (valse) opvatting dat de dienaar gedwongen wordt
tot zijn daden en daarin geen keus heeft.
Al-Djahmiyyah:
Eén van de dwalende groeperingen in de Islaam. Al-Djahmiyyah is een verwijzing
naar al-Djahm ibn Safwaan die gedood werd door Saalim of Salim ibn Ahwaz in het
jaar 121 H. Hun methodiek betreffende de Eigenschappen (van Allah) is
at-ta'tiel (het verwerpen) en het ontkennen, betreffende de Voorbeschikking
hangen zij het idee van al-djabr aan en betreffende al-Iemaan (het Geloof) het
idee van al-irdjaa: en dat is dat al-Iemaan enkel en alleen het erkennen met
het hart inhoudt en dat de uitspraken en de handelingen niet tot al-Iemaan
behoren. De verrichter van een grote zonde is bij hen dan ook een gelovige met
een volmaakt geloof. Zij zijn dus moe'attilah, djabriyyah en moerdji-ah, en zij
bestaan uit vele groeperingen (zie Sharh Loem'atil-I'tiqaad van al-Imaam Ibn
'Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn).
Al-djarh wat-ta'diel: De wetenschap van het bepalen wie van de
overleveraars betrouwbaar is en wie niet.
Al-hamdoe lillaah: Alle lof is aan Allah.
Al-Haram al-Mekkie: De Gewijde Moskee in Mekkah.
Al-Irdjaa-: De opvatting van de dwalende Moerdji-ah groepering
dat de daden niet tot al-Iemaan (het Geloof) behoren en dat al-Iemaan slechts
het erkennen met het hart is.
Al-istikhaarah: Het vragen aan Allah om je te inspireren tot de
juiste keuze in jouw zaak.
Al-kayy: Het genezen door middel van vuur (dichtschroeien van de wond).
Al-Khawaaridj: Eén van de dwalende groeperingen in de Islaam. Zij
zijn degenen die ‘Alie - moge Allah tevreden zijn met hem - bestreden, vanwege
het feit dat hij iemand als scheidsman had aangesteld. Hun methodiek is het
verstoten van ‘Oethmaan - moge Allah tevreden zijn met hem - en ‘Alie - moge
Allah tevreden zijn met hem, het in opstand komen tegen de regeringsleider
wanneer hij tegenstrijdig handelt aan de Soennah, het ongelovig verklaren van
de verrichter van een grote zonde en hem voor eeuwig in het Vuur plaatsen (zie
Sharh Loem'atil-I'tiqaad van al-Imaam Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig
zijn).
Al-Khazradj: Eén van de twee Arabische stammen die al-Medienah
bewoonden.
‘Allaamah: De vergrotende trap van ‘aalim (geleerde), d.w.z.
iemand die zeer geleerd is.
Al-Laat: Eén van de afgoden van de Arabieren voor de Islaam. Al-Laat was een
witte versierde rots in at-Taa-if bedekt met een kleed en had mensen die het
verzorgden. Een huis was er rondom gebouwd en er bevond zich een groot plein
omheen. Deze rots werd vereerd door de mensen van at-Taa-if: de stam Thaqief en
degenen die bij hen hoorden. Zij hadden de naam van deze afgod afgeleid van de
naam van Allah, en zeiden al-Laat, d.w.z. de vrouwelijke vorm van Allah - Ver
Verheven is Allah boven datgene wat zij beweren! Het is overgeleverd van Ibn
'Abbaas, Moedjaahid en ar-Rabie' ibn Anas dat al-Laat een man was die in
al-Djaahiliyyah (de preïslamitische tijd van de Onwetendheid) de drank bereidde
voor de bedevaartgangers. Toen hij overleed, vertoefden zij bij zijn graf en in
de loop van de tijd begonnen zij hem te aanbidden (zie Tafsier Ibn Kathier,
Soerah an-Nadjm 53:19).
Allahoe Akbar: Allah is de Grootste.
Al-Lawh al-Mahfoedh: Het Welbewaarde Paneel waarin Allah alles wat Hij
heeft bepaald en voorbeschikt, bewaard heeft.
Al-Madaa-in: Een stad in de buurt van Bagdad in Irak.
Al-Masdjid al-Haraam: De Gewijde Moskee in Mekkah.
Al-Masieh ibn Maryam - 'alayhis-salaam: De Messias, zoon van Maria.
Al-Mi'raadj: De opstijging van de
Profeet Mohammad - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - naar de hemelen.
Al-Moe'attilah:
Degenen die iets van de Namen of Eigenschappen van Allah ontkennen en de
directe betekenis van de teksten verdraaien. Zij worden ook wel "al-Moe-awwilah"
genoemd.
Al-Moe'awwidhataan:
Soerah al-Falaq (113) en
Soerah an-Naas (114).
Al-Moehaadjiroen: De Emigranten; degenen die samen met de Profeet -
sallallahoe ‘alayhi wa sallam - van Mekkah naar al-Medienah emigreerden en hun
huizen en families achterlieten omwille van Allah.
Al-Moerdji-ah:
Eén van de dwalende groeperingen in
de Islaam. Zij zijn degenen die de daden scheiden (irdjaa-) van al-Iemaan (het
Geloof). De daden behoren volgens hen niet tot al-Iemaan en al-Iemaan is enkel
en alleen het erkennen met het hart. De grote zondaar is bij hen dan ook een
gelovige met een volmaakt geloof, al verricht hij nog zoveel zonden en al laat
hij nog zoveel verplichtingen na. Al-Djahmiyyah hebben ook hun methodiek en dit
extreem is het tegengestelde van het extreem van de methodiek van al-Khawaaridj
(zie Sharh
Loem'atil-I'tiqaad van al-Imaam Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn).
Al-Moe'tazilah:
Eén van
de dwalende groeperingen in de Islaam. Zij zijn
de volgelingen van Waasil ibn ‘Ataa- die zich afzonderde (i'tazala) van de
bijeenkomst van al-Hasan al-Basrie, nadat hij (Waasil) verklaarde dat de grote
zondaar zich in een positie tussen de twee posities bevindt - geen gelovige en
geen ongelovige - en dat hij voor eeuwig in het Vuur zal zijn. Hij werd daarin
opgevolgd door ‘Amr ibn ‘Oebayd.
Hun
methodiek betreffende de Eigenschappen van Allah is at-ta'tiel (het verwerpen)
zoals al-Djahmiyyah en betreffende de Voorbeschikking zijn zij Qadariyyah: zij
ontkennen dat de daden van de dienaar in verband staan met de Lotsbepaling en
Voorbeschikking van Allah. En betreffende de verrichter van een grote zonde dat
hij voor eeuwig in het Vuur zit, uit al-Iemaan is getreden en zich in een
positie tussen de twee posities - geloof en ongeloof - bevindt. Zij zijn het
tegenovergestelde van al-Djahmiyyah in deze twee fundamenten (zie Sharh Loem'atil-I'tiqaad
van al-Imaam Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn).
Al-'Oezza: Eén van de afgoden van de Arabieren voor de Islaam.
Al-'Oezza was een boom in Nakhlah, tussen Mekkah en at-Taa-if. Deze boom werd
bedekt met een kleed en eromheen was een gebouw. Qoeraysh (de stam van de
Profeet - sallallahoe 'alayhi wa sallam) vereerde deze boom. Al-'Oezza is
afgeleid van al-'Aziez (de Almachtige) (zie Tafsier Ibn Kathier, Soerah
an-Nadjm 53:19).
Al-Qadariyyah:
Eén van de dwalende groeperingen in
de Islaam. Zij ontkennen dat de daden van de dienaar zijn voorbeschikt en
zeggen dat de dienaar een wil en vermogen heeft, die los staan van de Wil en
het Vermogen van Allah. De eerste die deze uitspraak deed is Ma'bad al-Djahnie
in het einde van de tijd van de Metgezellen, die hij overnam van een Magiër
(Zoroaster/ vuuraanbidder) in Basra (Irak).
Zij
bestaan uit twee groepen: extremisten en niet-extremisten. De extremisten
ontkennen Allah's Kennis, Wil, Macht en Schepping van de daden van de dienaar
en zij komen nauwelijks meer voor. En de niet-extremisten geloven dat Allah
Kennis heeft van de daden van de dienaren, maar zij ontkennen dat deze
plaatsvinden met de Wil, Macht en Schepping van Allah. En dit is hetgeen waarop
hun methodiek zich gevestigd heeft (zie Sharh Loem'atil-I'tiqaad van al-Imaam Ibn
‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn).
Al-Qaswaa-: De naam van de vrouwtjeskameel van de Profeet -
sallallahoe ‘alayhi wa sallam (zie Fat-h al-Baarie, uitleg van hadieth nr.
2731, 2732).
Al-Qayyoem: Eén van de
Schone Namen van Allah; de Zelfstandige Die niemand nodig heeft, maar aan Wie
de hele schepping behoefte heeft.
‘An'anah: Wijze van overleveren waarin de overleveraar niet
duidelijk maakt of hij de overlevering rechtstreeks van deze persoon heeft gehoord,
maar in plaats daarvan zegt: "Op het gezag van die en die."
‘Aqiedah: Geloofsleer.
‘Arafah: De 9e dag van
Dhoel-Hiddjah, de laatste Islamitische kalendermaand.
Ar-Raafidah
(de Sjiieten): Eén van de dwalende
groeperingen in de Islaam. Zij zijn degenen die overdrijven met betrekking tot
de familieleden van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - (Ahl
al-Bayt) en de rest van de Metgezellen ongelovig verklaren, of als grote
zondaren zien. Zij zijn onderverdeeld in verschillende groeperingen; onder hen
heb je de extremisten die beweren dat ‘Alie een god is en onder hen zijn er
anderen dan deze.
Zij
worden ar-Raafidah genoemd, omdat zij Zayd ibn ‘Alie ibn al-Hoesayn ibn ‘Alie
ibn Abie Taalib verwierpen (rafada), toen zij hem ondervraagden over Aboe Bakr
en ‘Oemar - moge Allah tevreden zijn met beiden, waarop hij Allah vroeg om hen
genadig te zijn. Daarop verwierpen zij hem en namen afstand van hem.
En zij
noemen zichzelf Shie'ah (Volgelingen), omdat zij beweren dat zij de
familieleden van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - (Ahl
al-Bayt) volgen, wraak voor hen nemen en hun recht in het leiderschap opeisen (zie
Sharh Loem'atil-I'tiqaad van al-Imaam Ibn 'Oethaymien - moge Allah hem genadig
zijn).
Ar-riyaa-: Daad van
aanbidding die men slechts uitvoert om door de mensen gezien te worden.
Asfahan: Een stad in Iran.
Ash-Shaam: Het gezegende gebied dat nu bekend staat als
Palestina, Syrië, Jordanië en Libanon.
As-Safaa en al-Marwah: Twee heuvels in Mekkah.
As-salaamoe ‘alaykoem: "Vrede zij met u", de Islamitische groet.
As-Selef as-Saalih: De Vrome Voorgangers; de beste generaties van de
Moslimgemeenschap, die het meeste recht hebben om opgevolgd te worden. Zij zijn
de eerste drie generaties, waarvan de Profeet Mohammad - sallallahoe ‘alayhi wa
sallam - getuigd heeft voor hun goedheid, in de overlevering van al-Boekhaarie
(2652) en Moeslim (211, 2633) op het gezag van ‘Abdoellah ibn Mas'oed:
خير
الناس قرني ثم الذين يلونهم ثم الذين يلونهم
"De beste mensen zijn mijn generatie, daarna degenen die hen
opvolgen en daarna degenen die hen opvolgen."
As-Selefiyyah: De weg van as-Selef as-Saalih (de Vrome
Voorgangers).
As-Siddieq: De Waarheidsgetrouwe, de bijnaam van Aboe Bakr -
moge Allah tevreden zijn met hem.
As-Soenan ar-Raatibah: De vrijwillige gebeden die de Profeet -
sallallahoe ‘alayhi wa sallam - nooit achterwege liet. Zij
zijn in totaal 12 raka'aat: vier voor ad-dohr (het middaggebed), twee na
ad-dohr, twee na al-maghrib (het vooravondgebed), twee na al-‘ishaa- (het
avondgebed) en twee voor al-fadjr (het ochtendgebed).
‘Atf: Vorm van
tovenarij waarbij twee personen bij elkaar worden gebracht.
At-tayammoem: Het vegen met aarde over het gezicht en de handen
in plaats van de woedoe- te verrichten, en dit is toegestaan wanneer men 1)
niet over water beschikt, of 2) wanneer men vreest om geschaad te worden door
het gebruiken van water, vanwege een ziekte, wond of hevige kou, en men niet in
staat is om het water op te warmen (de oorsprong van deze woorden vindt men
terug in "al-Mawsoe'ah al-Fiqhiyyah al-Moeyassarah" van ash-Shaykh Hoesayn
al-‘Awaayshah - moge Allah hem behouden).
At-tiyarah: Het trekken van slechte voortekenen uit zaken die
men ziet, hoort of te weten komt; bijgeloof. Bijvoorbeeld wanneer men een zwarte
kat tegenkomt.
Awqiyah (meerv. awaaq): Geldbedrag gelijk aan veertig dirham.
‘Awrah: Dat deel van het lichaam dat niet gezien mag worden.
Basmalah: D.w.z. Bismillaahir-Rahmaanir-Rahiem: In de Naam van Allah, de Meest
Barmhartige, de Meest Genadevolle.
Daddjaal: Een misleidende man die aan het einde der tijden
zal verschijnen en beweren Allah te zijn.
Da'wah: Oproep, uitnodiging naar de Islaam.
Dhimmie (mv. dhimmiyyoen): Een niet-Moslim die in een Islamitisch land
leeft en een bepaalde belasting (djizyah) betaalt, waardoor hij bescherming en
veiligheid geniet.
Dien: Religie.
Djahannam: De Hel.
Djahannamiyyoen: De grote zondaars van de gemeenschap van Mohammad -
sallallahoe ‘alayhi wa sallam, die gestorven zijn op het monotheïsme, maar geen
berouw hebben getoond voor hun zonden, waardoor zij de Hel zullen betreden.
Vervolgens zal Allah hen hieruit halen en hen het Paradijs binnenlaten.
Djanaabah: Staat van onreinheid als
gevolg van geslachtsgemeenschap of een zaadlozing.
Dhikr: Het gedenken van Allah - de Almachtige.
Djibriel - ‘alayhis-salaam: De Engel Gabriël.
Djinn (enk. djinnie): Wezens, geschapen uit rookloos vuur, die met de
mensen op aarde leven, maar door hen niet gezien kunnen worden. Zij hebben net
als de mens een vrije wil en zullen op de Dag der Opstanding door Allah worden
afgerekend en vervolgens worden beloond of bestraft.
Djizyah: Belasting die een niet-Moslim, die in een Islamitisch land leeft,
betaalt, waardoor hij bescherming en veiligheid geniet.
Doe'aa- (meerv. ad'iyah): Smeekbede.
Doeff: Soort
tamboerijn, zonder de bellen of bekkentjes aan de rand ervan.
Doenya: Het wereldse leven.
Faahishah: Gruweldaad.
Faqieh (meerv. foeqahaa-): Geleerde in de fiqh wetenschap.
Fard ‘ayn: Datgene wat verplicht is voor elk individu van de
Moslimgemeenschap.
Fard kifaayah: Datgene wat niet verplicht is voor elk individu
van de Moslimgemeenschap en slechts door een bepaald aantal mensen uitgevoerd
dient te worden. Maar als dit niet gebeurt, is de gehele Moslimgemeenschap
zondig.
Fatwa (meerv. fataawa): Religieus verdict.
Fiqh: Islamitische wetsleer.
Fisq: Het verlaten van de gehoorzaamheid aan
Allah. Iemand is een faasiq als hij een grote zonde begaat, zoals overspel. Ibn
Mandhoor - moge Allah hem genadig zijn - definieert deze term in Lisaan
al-‘Arab als volgt:
"Ongehoorzaamheid, het nalaten van
het bevel van Allah en een vorm van het verlaten van de weg van de waarheid."
Fitnah (meerv. fitan): Rampspoeden, beproevingen.
Fitrah: De natuurlijke, zuivere aard van de mens waarmee hij geboren wordt.
Foerqaan: Onderscheider tussen de waarheid en de valsheid.
Gharieb: "Vreemd"; hadieth die slechts door één overleveraar is overgeleverd
(zie Moestalah al-Hadieth van al-Imaam Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig
zijn).
H.: Hidriyyah, d.w.z. na de hidjrah, de emigratie van de Profeet
Mohammad - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - van Mekkah naar al-Medienah en
tevens het begin van de Islamitische jaartelling.
Haafidh (meerv. hoeffaadh): Geleerde die minstens honderdduizend overleveringen
van buiten kent, zowel de tekst als de keten ervan.
Haaroen - ‘alayhis-salaam: De Profeet Aaron, de broer van Mozes.
Haddj: Bedevaart naar Mekkah en tevens de vijfde pilaar
van de Islaam.
Haddjatoel-wadaa': De Afscheidsbedevaart van de Profeet Mohammad -
sallallahoe ‘alayhi wa sallam.
Hadieth (meerv. ahaadieth): Overlevering van een uitspraak, handeling
of goedkeuring van de Profeet Mohammad - sallallahoe ‘alayhi wa sallam.
Hadieth Qoedsie: Datgene wat de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa
sallam - heeft overgeleverd van zijn Heer - Verheven is Hij. Hij wordt ook wel
‘Hadieth Rabbaanie' of ‘Hadieth Ilaahie' genoemd (zie Moestalah al-Hadieth van al-Imaam
Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn).
Hanief (meerv. hoenafaa-): Iemand die Allah zuiver en alleen aanbidt, van
alle religies neigend naar de religie van de Islaam.
Hasan: Goed.
Hasan Sahieh: Al-Imaam Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig
zijn - zegt in zijn uitleg van de 40 ahaadieth van an-Nawawie (hadieth
nr. 11) over de hadieth die hasan sahieh is:
"Het is bekend dat de hadieth die sahieh is niet
hetzelfde is als de hadieth die hasan is, want de geleerden hebben de hadieth
onderverdeeld in: sahieh li dhaatih, sahieh li ghayrih, hasan li dhaatih, hasan
li ghayrih en da'ief.
Hoe kan men dan twee tegenstrijdige omschrijvingen
verenigen voor één iets?
De geleerden hebben daarop geantwoord dat: als deze
hadieth via één weg is overgeleverd, dan wil dat zeggen dat de verzamelaar van
de hadieth twijfelde: heeft deze overlevering de graad van sahieh bereikt of
heeft hij de graad van hasan?
En als deze hadieth via twee wegen is overgeleverd,
dan wil dat zeggen dat één van de wegen sahieh is en de andere hasan."
Hawwaa-
'alayhas-salaam: Eva, de
vrouw van Adam.
Hidjaab: Sluier.
Hidjrah: Emigratie.
Hoedaybiyah: Verdrag tussen de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa
sallam - en (zijn stam) Qoeraysh dat zij elkaar tien jaar lang niet zouden
bestrijden.
Iblies: De Opper
Shaytaan.
Ibraahiem - ‘alayhis-salaam: De Profeet Abraham.
Idjaazah (meerv. idjaazaat): Autorisatie.
Idjmaa': De consensus (eenstemmigheid) van de geleerden.
Idjtihaad: Het verrichten van inspanningen door een geleerde
om tot een oordeel te komen betreffende een religieus vraagstuk.
Idtiraab: Onenigheid van de overleveraars in de keten of de
tekst van een hadieth, waarbij het niet mogelijk is om deze verschillen te
verenigen of één ervan als correct te beschouwen (zie Moestalah al-Hadieth van al-Imaam
Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn).
‘Ied al-Fitr: Feest ter beëindiging van de vastenmaand Ramadaan.
Iemaan: Het Geloof.
'Ienah: Een vorm van rente.
‘Iesa ibn Maryam -
‘alayhis-salaam: De Profeet Jezus, zoon van Maria.
Ihraam: De gewijde staat van de bedevaart.
Ikhlaas: Zuivere toewijding (aan Allah).
'Illiyyoen: Al-Haafidh Ibn Kathier zegt in zijn Tafsier, uitleg
van Vers 83:18:
"Ibn ‘Abbaas vroeg Ka'b over ‘Illiyyoen, waarop hij
antwoordde: "Het is de zevende hemel en daar zitten de zielen van de
gelovigen." En op het gezag van ‘Alie ibn Abie Talhah dat Ibn ‘Abbaas zei over
‘Illiyyoen: "Het is het Paradijs." En in een andere overlevering: "Het zijn hun
daden in de hemel bij Allah." Het is klaarblijkelijk dat ‘Illiyyoen van
‘oeloeww (verhevenheid) afkomt; en hoe hoger en verhevener iets is, hoe groter
en uitgestrekter."
‘Ilm al-Faraa-id: De wetenschap van de nalatenschap.
'Ilm al-Kalaam: Theologische retoriek.
Imaam (meerv. a-immah): Leider, degene die in de moskee het gebed leidt.
In shaa-allah: Met de Wil van Allah.
Is-haaq -
'alayhis-salaam: De
Profeet Izaak.
Ismaa'iel - ‘alayhis-salaam: De Profeet Ishmaël.
I'tikaaf: Het zich afzonderen in de moskee tijdens de laatste
tien dagen van Ramadaan, waarbij men de tijd doorbrengt in aanbidding.
Ka'bah: Het Huis van Allah in Mekkah, gebouwd door Ibraahiem (Abraham) en
Ismaa'iel (Ishmaël) - ‘alayhimas-salaam.
Khamr: Bedwelmende middelen.
Khaybar: Een plaats in de buurt van al-Medienah. In de tijd van de
Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - woonden hier joodse stammen.
Khoesoef: Maansverduistering.
Koesoef: Zonsverduistering.
Laa ilaaha illallah: Niemand heeft het recht aanbeden te worden dan
Allah.
Loedd: Een stad in Palestina. Daar zal 'Iesa - 'alayhis-salaam - de Daddjaal
doden.
Maa shaa-allah: Een Arabische uitdrukking die letterlijk "Wat
Allah wil" betekent en op een goed voorteken wijst.
Madh-hab (meerv. madhaahib): Wetschool.
Mahr
(meer. moehoer): Bruidsgift.
Mahram (meerv. mahaarim): Onhuwbaar, d.w.z. behoort tot de nabije
familieleden die niet gehuwd mogen worden en waarmee het contact is toegestaan,
zelfs zonder hidjaab (sluier).
Makroeh: Datgene waarvoor je beloond wordt als je het laat, maar niet voor
bestraft wordt als je het verricht (zie al-Waraqaat van Imaam al-Haramayn
al-Djoewaynie - moge Allah hem genadig zijn).
Manaah: Een afgodsbeeld dat zich bevond bij Qoedayd, een plaats tussen Mekkah
en al-Medienah. De stammen Khoezaa'ah, al-Aws en al-Khazradj waren gewoon deze
te aanbidden en offers hieraan te brengen (zie Tafsier Ibn Kathier, uitleg van
Soerah an-Nadjm, Vers 20).
Manhadj (meerv. manaahidj): Methodologie.
Mansoekh: Qor-aan Vers of Profetische overlevering die door
een ander Vers of overlevering wordt afgeschaft.
Marfoe': Datgene wat aan de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - wordt
toegeschreven (zie Moestalah al-Hadieth van al-Imaam Ibn ‘Oethaymien - moge
Allah hem genadig zijn).
Maryam bint ‘Imraan: Maria, de moeder van
Jezus.
Mieqaat (meerv. mawaaqiet): Een vastgestelde plaats waarin de
bedevaartganger overgaat tot de staat van ihraam: hij trekt zijn kleren uit,
trekt de kleding van ihraam aan en begint met de rituelen van de
bedevaart.
Moe'aahid (meerv. moe'aahidoen): Een niet-Moslim die een verdrag heeft met
de Moslims.
Moe-addhin (meerv. moe-addhinoen): De verrichter van de
adhaan, de gebedsoproep.
Moe'allaq: Een overlevering waarvan het begin van de keten
wordt weggelaten (zie Moestalah al-Hadieth van al-Imaam Ibn ‘Oethaymien - moge
Allah hem genadig zijn).
Moedallis (meerv. moedallisoen): Iemand die tadlies
praktizeert.
Moedd: Twee handen vol.
Moedjtahid: Geleerde die bevoegd is om idjtihaad te verrichten.
Moeftie (meerv. moeftiyyoen): Geleerde die bevoegd is om religieuze
verdicten te geven.
Moehaddith (meerv. moehaddithoen): Geleerde in de hadieth wetenschap.
Moenkar: "Verworpen"; een overlevering die op zichzelf niet authentiek is en
ook andere authentieke overleveringen tegenspreekt.
Moeried (meerv. moeriedoen): Discipel van een Soefie Shaykh.
Moersal: Een overlevering die aan de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam -
wordt toegekend door een Metgezel die niet van hem gehoord heeft of door een
Taabi'ie (opvolger van de Metgezellen) - zie Moestalah al-Hadieth van
ash-Shaykh Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn.
Moesa - ‘alayhis-salaam: De Profeet Mozes.
Moestalah al-hadieth: Termkunde van de hadieth.
Moesta-min (mv. moesta-minoen): Een niet-Moslim die naar
een Islamitisch land komt onder de bescherming van de gezaghebber.
Moetashaabih: Qor-aan Verzen die een onduidelijkheid bevatten en
voor meer uitleg vatbaar zijn.
Moetawaatir: Overgeleverd door een zodanig groot aantal
overleveraars, dat het niet aannemelijk is dat ze het allemaal eens waren over
een leugen.
Moettafaqoen ‘alayh: Overeenstemming over; overgeleverd door
al-Boekhaarie en Moeslim.
Naasikh: Qor-aan Vers of Profetische overlevering die een ander Vers of
overlevering afschaft.
Nadhr: Geloftes (afleggen).
Nafs (meerv. noefoes, anfoes): Het innerlijke, de ziel.
Nahw: Grammatica.
Nisaab: Een
vastgestelde hoeveelheid bezit die - wanneer de Moslim dit bereikt - het voor
de Moslim verplicht maakt de zakaah te geven.
Noeh - ‘
alayhis-salaam: De Profeet Noach.
Oemmah: De Moslimgemeenschap.
‘Oemrah: Een bezoek aan Mekkah, waarin men de tawaaf (de ommegang rond de
Ka'bah) en de sa'y (het zeven keer op en neerlopen tussen de heuvels as-Safaa
en al-Marwah) verricht. Het wordt ook wel de kleine haddj genoemd.
‘Oemrah al-Qadaa-: De ‘oemrah die de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa
sallam - verrichtte in het jaar 7 H.
Oesoel al-fiqh: De grondbeginselen van de
fiqh wetenschap.
Qiblah: De richting waarin de Moslims het
gebed verrichten, en dat is de Ka'bah in Mekkah.
Qoeraysh: De stam van de Profeet -
sallallahoe ‘alayhi wa sallam.
Rabb: De Schepper, Bezitter en Bestuurder van de hemelen en de aarde
(Allah).
Radd: Het
verloochenen en het ontkennen.
Rak'ah (meerv. raka'aat): Een eenheid in het gebed.
Ramadaan: De vastenmaand, de negende maand van de
Islamitische kalender.
Roekoe': De tweede houding van het gebed, waarbij de handen de knieën
omsluiten en de rug zo recht mogelijk gehouden dient te worden.
Roeqyah: Behandeling van de zieke door middel van Qor-aan Verzen, smeekbeden
en gedachtenissen.
Saa': Een maat die gelijk is aan viermaal twee handenvol.
Saahir (meerv. saharah, saahiroen): Tovenaar.
Sahaabah (enk. Sahaabiyy): De Metgezellen van de
Profeet Mohammad - sallallahoe ‘alayhi wa sallam.
Sahieh: Authentiek.
Sahieh li ghayrih: Een overlevering die op zichzelf hasan (goed) is,
maar via verschillende wegen is overgeleverd, waardoor hij de graad van sahieh
(authentiek) bereikt (zie Moestalah al-Hadieth van al-Imaam Ibn ‘Oethaymien -
moge Allah hem genadig zijn).
Sahoer: De maaltijd die de vastende nuttigt voordat de dageraad aanbreekt en
hij zijn vasten begint.
Salaat ad-dohr: Het middaggebed.
Salaat al-‘asr: Het namiddaggebed.
Salaat al-fadjr: Het ochtendgebed.
Salaat al-‘ied: Het gebed dat verricht wordt tijdens al-‘ied: één
van de twee feestdagen van de Islaam.
Salaat al-'ishaa-: Het avondgebed.
Salaat al-koesoef: Gebed dat verricht wordt
ten tijde van een zonsverduistering.
Salaat al-maghrib: Het vooravondgebed.
Salaat at-taraawieh: Nachtgebed dat in de avonden van Ramadaan wordt
verricht.
Sallallahoe ‘alayhi wa sallam: Moge de Salaah en Salaam van Allah op hem
rusten (dit wordt gezegd na het noemen van een Profeet of Engel):
Al-Imaam ‘Abdoer-Rahmaan ibn Hasan Aal ash-Shaykh
zegt in zijn boek "Fat-h al-Madjied", de uitleg van Kitaab at-Tawhied:
"Het meest correcte wat er is gezegd over de Salaah
van Allah over Zijn dienaar is datgene wat al-Boekhaarie - moge Allah, de
Verhevene, hem genadig zijn - heeft vermeld op het gezag van Aboel-‘Aaliyah die
zei: "De Salaah van Allah over Zijn dienaar is dat Hij hem prijst bij de
Engelen." Ibn al-Qayyim - moge Allah hem genadig zijn en hem bijstaan -
bevestigde dit in zijn boeken "Djalaa-oel-Afhaam" en "Badaa-i'
al-Fawaa-id"."
Al-Imaam Ibn al-Qayyim zegt in zijn boek "Djalaa-oel-Afhaam
fis-Salaati ‘alaa Khayril-Anaam":
"De Salaam is de bescherming van
Allah aan Zijn Profeet tegen gebreken en tegen elke vorm van kwaad en de
bescherming van de Boodschap waarmee hij is toevertrouwd".
San'aa-: Een stad in Jemen, met veel bomen
en water, gelijkend op Damascus (zie Moe'djam al-Boeldaan).
Sanad (meerv. asaanied): Keten van overleveraars.
Sarf: Morfologie.
Sarf: Vorm van
tovenarij waarbij twee personen uit elkaar worden gehaald.
Shaaddh: Een overlevering waarin een betrouwbare overleveraar een andere
overleveraar die nog betrouwbaarder is, tegenspreekt (zie Moestalah al-Hadieth
van al-Imaam Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn).
Sharie'ah: Islamitische wetgeving.
Shaykh (meerv. shoeyoek, mashaayikh, ashyaakh): Leraar, bezitter van kennis.
Shaytaan (meerv. shayaatien): De Satan, de duivel.
Shirk: Afgoderij.
Siddjien: Al-Haafidh Ibn Kathier
zegt in zijn Tafsier, uitleg van Vers 83:18:
"Ibn ‘Abbaas vroeg Ka'b over
Siddjien, waarop hij antwoordde: "Het is de zevende aarde en daar zitten de
zielen van de ongelovigen"."
En hij zegt in zijn uitleg van Vers 83:7:
"Sommigen hebben gezegd: "Het is
onder de zevende aarde." De juiste opinie is dat Siddjien afkomt van sidjn, en
dat is de nauwheid. Want hoe lager men komt in de schepping, hoe nauwer het
wordt, en hoe hoger men komt, hoe uitgestrekter het is. Elke hemel van de zeven
hemelen is uitgestrekter dan de hemel eronder, en evenzo is elke aarde
uitgestrekter dan de aarde eronder, tot aan de laagste en nauwste plaats in het
midden van de zevende aarde."
Siraat: Een
brug die boven de Hel gespannen wordt en die de gelovigen zullen oversteken
naar het Paradijs (zie Ahwaal al-Qiyaamah van ash-Shaykh Saalim al-‘Adjmie -
moge Allah hem behouden).
Siwaak: Houten stokje van de Arak boom dat gebruikt wordt om de tanden mee te
reinigen.
Soebhaanallah: Vrij is Allah van elke tekortkoming.
Soedjoed: Neerknieling.
Soedjoed: De derde houding van het
gebed, waarbij men met zeven plekken de grond raakt: het voorhoofd en de neus,
de handen, de knieën en de tenen.
Soedjoed at-tilaawah: De neerknieling tijdens
het reciteren van de Qor-aan.
Soefie: Afgeleid van as-Soefiyyah of at-Tasawwoef: een term die aanvankelijk
gebruikt werd voor het zuiveren van de ziel en de onthouding van de wereldse
zaken. In de latere tijden wordt er voornamelijk een dwalende groepering mee
bedoeld, die zich vooral bezighoudt met het gedenken van Allah op een
geïnnoveerde manier (in kringen, zingend, dansend, etc.) en grove afwijkingen
heeft in haar geloofsleer.
Soelaymaan - 'alayhis-salaam: De Profeet Salomon, of
Salomo.
Soennah: Het woord Soennah wordt gebruikt voor vier verschillende zaken:
1.
alles wat in de Qor-aan en de Profetische overleveringen is gekomen
2.
de overleveringen van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam
3.
het tegenovergestelde van de innovatie in de religie
4.
alles wat aanbevolen is
(Zie "al-Hatth ‘alat-Tibaa' as-Soennah" van
al-‘Allaamah ‘Abdoel-Moehsin al-‘Abbaad - moge Allah hem behouden).
Soerah (meer. soewar): Hoofdstuk van de Qor-aan.
Soetrah: Een voorwerp dat de gebedsverrichter voor zich dient te plaatsen
wanneer hij het gebed verricht, zodat er niemand voor hem langs loopt.
Taabi'oen (enk. Taabi'iyy): De opvolgers van de
Metgezellen van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam.
Taabi'oet-Taabi'ien: De opvolgers van de opvolgers van de Metgezellen.
Tadjwied: Intonatie van de Qor-aan.
Tadlies: Het vermelden van de overlevering met een keten die de indruk wekt
dat hij authentieker is dan hij in werkelijkheid is (zie Moestalah al-Hadieth
van al-Imaam Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn).
Tafsier: Uitleg van de Qor-aan.
Tahiyyatoel-masdjid: Het gebed dat men verplicht is te verrichten
wanneer men de moskee binnentreedt.
Tahliel: Het zeggen van "Laa ilaaha illallah (er is geen ware god die het recht
heeft aanbeden te worden dan Allah)".
Tahmied: Het zeggen van "Al-hamdoe lillaah (alle lof is aan Allah)".
Takbier: Het zeggen van "Allahoe Akbar (Allah is de Grootste)".
Takfier: Het tot ongelovig verklaren.
Takfierie (meerv. Takfieriyyoen): Degene die de Moslims tot
ongelovigen verklaart.
Takyief: Het geven van een hoedanigheid aan de Eigenschappen van Allah.
Talaaq: Echtscheiding.
Tamattoe': Hierin treedt de bedevaartganger in een staat van
ihraam binnen met de intentie om de ‘oemrah te verrichten en nadat hij de
tawaaf en de sa'y verricht, treedt hij uit zijn staat van ihraam. Wanneer de
dagen van de haddj beginnen, treedt hij opnieuw in de staat van ihraam en
verricht de haddj.
Tamthiel: Het vergelijken van Allah met Zijn schepping in elk opzicht.
Taqlied: Het blindelings imiteren.
Taqwa: Godsvrees.
Tasbieh: Het zeggen van "Soebhaanallah (Vrij is Allah van elke tekortkoming)".
Tashahhoed: Het zeggen van "at-tahiyyaatoe lillaah... enz.",
terwijl je in je gebed zit.
Tashbieh: Het vergelijken van Allah met Zijn schepping in één of meer
opzichten.
Tasliem: De vredesgroet (waarmee het gebed wordt afgesloten).
Tawaatoer: Datgene wat is
overgeleverd door zo een groot aantal overleveraars, dat het onmogelijk is dat
zij het allen eens zijn over een leugen.
Tawhied: De Eenheid van Allah in Zijn Heerschappij (ar-Roeboebiyyah), recht op
aanbidding (al-Oeloehiyyah) en Zijn Namen en Eigenschappen (al-Asmaa-
was-Sifaat).
Ta-wiel:
Letterlijk: het interpreteren. Meestal wordt hiermee bedoeld: het interpreteren
van de teksten die over de Eigenschappen gaan met iets anders dan wat Allah en
Zijn Boodschapper hiermee bedoelden en tegenstrijdig aan de interpretatie van
de Metgezellen en degenen die hen op de beste manier hebben gevolgd.
Thayyib: Degene die geslachtsgemeenschap
heeft gehad in een wettig huwelijk (zie Sharh al-Arba'ien an-Nawawiyyah van
al-Imaam Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem genadig zijn, uitleg van hadieth nr.
14).
Wa ‘alaykoemoes-salaamoe wa rahmatoellahi wa
barakaatoeh: En vrede zij
met u, en de Barmhartigheid en zegeningen van Allah.
Waliyy (meerv. awliyaa-): Vriend, geliefde, helper, beschermer.
Wird (meerv. awraad): Een dagelijks gedeelte van de Qor-aan dat men
leest of gedachtenissen die men uitspreekt.
Woedoe-: De kleine rituele wassing, zonder welke het gebed ongeldig is.
Woeqiyyah: Geldbedrag gelijk aan 40 dirham.
Ya'qoeb -
'alayhis-salaam: De
Profeet Jakob.
Yoenoes - ‘alayhis-salaam: De Profeet Jonas, of Jona.
Zaawiyah (meerv. zawaaya): Letterlijk betekent het: hoek. Maar in de Soefie
termkunde worden er hun plaatsen van bijeenkomst mee bedoeld, waar geïnnoveerde
vormen van gedachtenissen, dansen en zingen worden verricht. Het kan ook een
kamer zijn, gevestigd bij de graftombe van een "heilige".
Zakaah: Een vastgesteld gedeelte van het bezit dat jaarlijks wordt uitgegeven
voor o.a. het welzijn van de armen in de Moslimgemeenschap. Het geven van de
zakaah is verplicht en is één van de vijf pilaren van de Islaam.
Zinaa: Onwettige geslachtsgemeenschap.
|