|
Een
leraar onderwijst de wetsschool van al-Imaam Aboe Haniefah en onderwijst zijn
leerlingen het "Soefisme"...
Door de nobele Shaykh
al-Imaam
Aboe ‘Abdillaah Mohammad ibn Saalih al-‘Oethaymien
- moge Allah hem genadig zijn -
Vraag: Er is een
leraar die de madh-hab(1) van Aboe Haniefah - moge Allah hem genadig
zijn - onderwijst en hij onderwijst zijn leerlingen het "Soefisme" en
de lofliederen voor de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam. Toen een
leerling van onder zijn leerlingen bezwaar op hem leverde, werd er gezegd dat
hij een "Wahhaabie" is en het "Wahhabisme" erkent de lofliederen voor de
Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - niet?
Antwoord: Alle lof komt toe aan Allah, de Heer der Werelden. En ik verricht
salaah en salaam over onze Profeet Mohammad en al zijn familieleden en
Metgezellen, vervolgens:
Deze vraag is een vraag van groot belang. Hij omvat zaken die gerelateerd zijn
aan de fundamenten van het geloof, geschiedkundige zaken en zaken die
gerelateerd zijn aan kennis.
Wat betreft de kennisgerelateerde
zaken: hij vermeldde dat hij zijn leerlingen de madh-hab van Aboe Haniefah
onderwijst, en het leidt geen twijfel dat de madh-hab van al-Imaam Aboe
Haniefah - moge Allah hem genadig zijn - één van de vier gevolgde en bekende
madhaahib is. Maar hij moet weten dat de waarheid zich niet tot deze vier
madhaahib beperkt, het kan zo zijn dat de waarheid ergens anders ligt. Als zij
(d.w.z. de vier madhaahib) het over het oordeel betreffende een bepaalde zaak
eens zijn, wil dat niet zeggen dat die overeenstemming voor de gehele Oemmah(2)
geldt. En Allah heeft de Imaams zelf - moge Allah hen genadig zijn - niet
aangesteld als Imaams voor Zijn dienaren, behalve toen zij geschikt waren voor
het Imaamschap, toen zij hun eigen waarde kenden en wisten dat er geen
gehoorzaamheid aan hen is, behalve in datgene wat overeenstemt met de
gehoorzaamheid aan de Profeet - sallallahoe 'alayhi wa sallam. Zij waarschuwden
tegen het imiteren van hen, behalve in datgene wat in overeenstemming was met
de Soennah. En het leidt geen twijfel dat de madh-hab van al-Imaam Aboe
Haniefah, de madh-hab van al-Imaam Ahmad, de madh-hab van al-Imaam
ash-Shaafi'ie, de madh-hab van al-Imaam Maalik en anderen van de mensen van
kennis, dat zij allen (d.w.z. de madhaahib) onjuistheden en juistheden kunnen
bevatten. Van een ieder worden de uitspraken genomen of verworpen, behalve van
de Boodschapper van Allah - sallallahoe 'alayhi wa sallam. Er is dus niets mis
mee dat hij zijn leerlingen de madh-hab van al-Imaam Aboe Haniefah onderwijst,
op voorwaarde dat als voor hem uit een bewijs het tegendeel blijkt, hij het
bewijs volgt en deze (d.w.z. de opinie van Aboe Haniefah) laat en dat hij aan
zijn leerlingen duidelijk maakt dat dat (bewijs) de waarheid is en dat dat is
wat zij moeten volgen.
Wat betreft datgene wat samenhangt
met het Soefisme, hun gezang, hun lofliederen, hun slaan op de doeff(3),
"at-taghbier", en dat is dat zij met een gesel op
een tapijt of iets dergelijks slaan, en de meest waarachtige hierin is degene
die de meeste stof opwekt, en soortgelijke zaken die
zij doen; deze behoren tot de verboden innovaties waar hij afstand van moet
doen en die hij zijn metgezellen moet verbieden. Dit is omdat de beste der
generaties, en dit is de generatie waarin de Profeet - sallallahoe 'alayhi wa
sallam - is gezonden, Allah niet aanbad met deze (manier van) aanbidding en
omdat deze aanbidding geen berouwvolle terugkeer naar Allah tot stand brengt,
en het brengt geen in elkaar zakking voor Allah tot stand, en ook geen
nederigheid naar Hem toe. Het leidt daarentegen tot psychische uitbarstingen,
een mens raakt beïnvloed door dergelijke daden. Het heeft bijvoorbeeld
geschreeuw, instabiliteit, oproerige bewegingen en dergelijke als gevolg. Dit
alles duidt erop dat deze manier van aanbidding vals is, en dat het niet nuttig
is voor de dienaar en dit is een realistisch/waarneembaar bewijs, los van het
bewijs dat overgeleverd is, waarin de Profeet - sallallahoe 'alayhi wa sallam -
heeft gezegd:
عليكم
بسنتي وسنة الخلفاء الراشدين تمسكوا بها، وعضُّوا عليها بالنواجذ، وإيّاكم ومحدثات
الأمور، فإن كل بدعة ضلالة
"Houd jullie aan mijn Soennah en de Soennah van de
Rechtgeleide Kaliefen; houd er stevig aan vast, en bijt hierin met jullie
kiezen. En wees op jullie hoede voor de vernieuwde zaken, want waarlijk, elke
innovatie is een dwaling."(4)
Deze manier van aanbidding behoort
dus tot de duidelijke dwaling waar de dienaar afstand van moet doen en waar hij
berouw voor moet tonen aan Allah en hij moet terugkeren naar datgene waarop de
Profeet - sallallahoe 'alayhi wa sallam - en zijn rechtgeleide opvolgers zich
bevonden, want hun leiding is de meest volmaakte leiding en hun weg is de beste weg. Allah - Verheven is Hij
- heeft gezegd:
وَمَنْ
أَحْسَنُ قَوْلاً ممَّن دَعَآ إِلَى ٱللَّهِ وَعَمِلَ صَالِحاً وَقَالَ إِنَّنِي
مِنَ ٱلْمُسْلِمِينَ
En
wie spreekt een beter woord dan degene die uitnodigt tot Allah en correcte
daden verricht en zegt: ik behoor tot de Moslims
[
Soerah Foessilat 41:33 ].
En een daad is niet correct, behalve
door twee zaken:
1) Oprechtheid voor Allah
2) en dat het in overeenstemming is
met Zijn sharie'ah(5) waarmee Zijn Boodschapper - sallallahoe 'alayhi wa sallam - is
gekomen.
Wat betreft hetgeen hij vermeld heeft
over de leerling die met hem in discussie ging en de uitspraak van sommige van
hen: hij is een Wahhaabie en het Wahhabisme erkent de lofliederen voor de
Profeet - sallallahoe 'alayhi wa sallam - niet en dat soort zaken; wij stellen
hem en anderen ervan op de hoogte dat de "Wahhaabies" - en alle lof zij Allah -
tot de mensen behoren die het sterkst vasthouden aan het Boek van Allah en de
Soennah van Zijn Boodschapper - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - en tot de
mensen behoren die het sterkst zijn in het eren van de Profeet - sallallahoe
'alayhi wa sallam - en het volgen van zijn Soennah. Wat daarop duidt is het
feit dat zij altijd ijverig zijn in het volgen van de Soennah van de
Boodschapper - sallallahoe 'alayhi wa sallam, zich hiertoe beperken en datgene
verwerpen wat ermee in tegenstrijd is aan geloofsovertuigingen, uitspraken en
daden.
Wat daar ook op duidt, is het feit
dat zij het verrichten van de salaah over de Profeet - sallallahoe 'alayhi wa
sallam - als één van de pilaren van het gebed hebben gesteld, waardoor het
gebed bij het ontbreken daarvan niet correct is. Bestaat er hierna dus twijfel
over het feit dat zij de Boodschapper - sallallahoe 'alayhi wa sallam - eren?
Ook hebben zij gezegd dat het tot de
pilaren van het gebed behoort, omdat het bewijs dit volgens hen vereist. Zij
volgen dus de bewijzen
en eren de Boodschapper - sallallahoe 'alayhi wa sallam, maar overdrijven niet
met betrekking tot de Profeet - sallallahoe 'alayhi wa sallam - in een zaak die
Allah en Zijn Boodschapper niet hebben voorgeschreven. Verder is het zo dat de
waarheid in deze zaak is dat hun verwerping van de lofliederen voor de Profeet,
die gebaseerd zijn op het buitensporig prijzen van de Boodschapper van Allah -
sallallahoe 'alayhi wa sallam, de werkelijke verering van de Boodschapper van Allah -
sallallahoe 'alayhi wa sallam - is. En het behoort tot de goede manieren met
Allah en Zijn Boodschapper, omdat zij zichzelf niet vóór Allah en Zijn
Boodschapper plaatsen (d.w.z. door zelf iets te
verzinnen). Zij prijzen de Profeet - sallallahoe
'alayhi wa sallam - dus niet op een buitensporige manier, omdat hij hen dit
heeft verboden. De Profeet - sallallahoe 'alayhi wa sallam - heeft namelijk
gezegd:
أيها
الناس قولوا بقولكم أو بعض قولكم و لا يستهوينكم الشيطان
"O mensen, zeg datgene wat jullie zeggen of een gedeelte ervan,
maar laat de Shaytaan(6)
jullie niet misleiden."(7)
En hij - sallallahoe 'alayhi wa
sallam - heeft het buitensporig prijzen van hem verboden, zoals de Christenen al-Masieh ibn Maryam(8) buitensporig
hebben geprezen. Hij - sallallahoe 'alayhi wa sallam - heeft gezegd:
لا
تطروني كما أطرت النصارى عيسى ابن مريم إنما أنا عبد فقولوا :عبدالله ورسوله
"Overdrijf niet in het prijzen van mij, zoals de Christenen
'Iesa, zoon van Maryam, overdreven hebben geprezen. Ik ben waarlijk slechts een
dienaar, zeg dus: de dienaar van Allah en Zijn Boodschapper."(9)
Het is in ieder geval zo dat de weg
van Mohammad ibn 'Abdil-Wahhaab - moge Allah hem genadig zijn - en zijn
volgelingen, en hij is de Imaam en de Moedjaddid (hervormer), zijn weg is
datgene waarop de Profeet - sallallahoe 'alayhi wa sallam - en zijn Metgezellen
zich bevonden, en dit wordt duidelijk voor degene die (die weg) met kennis en
rechtvaardigheid onderzoekt. Maar degene die met onwetendheid of onrechtvaardigheid
praat: het kan niet zo zijn dat er een einde aan zijn woorden komt, want de
onrechtvaardige of de onwetende zegt alles wat hij kan zeggen, zowel datgene
wat tot de waarheid als wat tot de leugen behoort en er is geen grondslag voor
zijn uitspraak. En als je je niet schaamt, doe dan maar wat je wil. Degene die
hierover de waarheid wil weten: laat hij lezen wat Mohammad ibn 'Abdil-Wahhaab
- moge Allah hem genadig zijn - en zijn kleinzoons en de geleerden na hen
hebben geschreven, zodat de waarheid duidelijk voor hem wordt, indien hij
rechtvaardig is en op zoek is naar de waarheid.
Verder is het zo dat het geen twijfel
leidt dat de lofliederen voor de Profeet, die op buitensporigheid gebaseerd
zijn, dat de Boodschapper van Allah - sallallahoe 'alayhi wa sallam - die niet
goedkeurt. Hij heeft deze daarentegen zelfs verboden en er tegen gewaarschuwd.
Tot de lofliederen waar zij zich aan vastklampen en die zij zingen behoort
datgene wat de dichter heeft gezegd:
يا
أكرم الخلق ما لي من ألوذ به سواك عند حلول الحادث العمم
فإن
من جودك الدنيا وضرتها ومن علومك
عِلْمُ اللّوح والقلـم
O
meest edele der schepping, ik heb niemand naar wie ik mij kan wenden * Buiten u wanneer de alomvattende gebeurtenis
plaatsvindt
Want
voorwaar, tot uw vrijgevigheid behoort de wereld en haar partner * En tot uw
kennis behoort de kennis over het Paneel en de Pen(10)
En soortgelijke (lofliederen) die
bekend zijn. Dit soort betuigingen zijn zonder twijfel ongeloof aan de Profeet
- sallallahoe 'alayhi wa sallam - en het toekennen van deelgenoten aan Allah -
de Almachtige en Majesteitelijke, want de Boodschapper - sallallahoe 'alayhi wa
sallam - is een mens en hij heeft geen kennis over het Onwaarneembare, behalve
over datgene waar Allah - de Almachtige en Majesteitelijke - hem kennis over
heeft gegeven. En de wereld en haar "partner", en dat is het Hiernamaals, behoren niet tot de vrijgevigheid van
de Boodschapper van Allah - sallallahoe 'alayhi wa sallam. Zij behoren
daarentegen tot de schepping van Allah - de Almachtige en Majesteitelijke - en
Hij is dus Degene Die de wereld en het Hiernamaals heeft geschapen en Hij is daarin
Vrijgevig met datgene waarmee Hij Vrijgevig is naar Zijn dienaren, Vrij is Hij
van elke tekortkoming en Verheven. En zo behoort ook de kennis over het Paneel
en de Pen niet tot de kennis van de Boodschapper - sallallahoe 'alayhi wa
sallam. De kennis over het Paneel en de Pen behoort daarentegen toe aan Allah -
de Almachtige en Majesteitelijke - en de Boodschapper van Allah - sallallahoe
'alayhi wa sallam - heeft daar geen kennis over, behalve over datgene wat Allah
aan hem kenbaar heeft gemaakt, dat is de waarheid in deze zaak. Deze en
soortgelijke (lofliederen) zijn de lofliederen waar degenen die beweren dat zij
de Boodschapper van Allah - sallallahoe 'alayhi wa sallam - eren, mee zingen.
En het behoort tot de opzienbarende en vreemde zaken dat die overdrijvende, buitensporige mensen beweren
dat zij de Boodschapper van Allah - sallallahoe 'alayhi wa sallam - vereren. Je
ziet dat zij hem "vereren" zoals zij in dit soort zaken (lofliederen)
hebben beweerd, maar zij zijn wat betreft vele van zijn Soenan (mv. Soennah)
laks en keren het de rug toe, en de toevlucht wordt bij Allah gezocht.
Ik adviseer degene die dit zegt en
anderen om terug te keren naar Allah - de Almachtige en Majesteitelijke - en om de Profeet -
sallallahoe 'alayhi wa sallam - niet buitensporig te prijzen, zoals de
Christenen 'Iesa, zoon van Maryam, buitensporig hebben geprezen en te weten dat
de Profeet - sallallahoe 'alayhi wa sallam - een mens was, die onderscheiden
wordt ten opzichte van anderen vanwege de Openbaring die Allah aan hem
openbaarde en vanwege de goedgunstige voortreffelijkheden waarmee Allah hem
specifiek heeft gekenmerkt en de verheven karaktereigenschappen, maar hij
beschikt over geen enkel aandeel in het beheer van het Universum. Het beheer
van het Universum behoort daarentegen toe aan Allah - de Almachtige en Majesteitelijke,
en Hij is Degene Die aangeroepen wordt, op Wie gehoopt wordt en Die aanbeden
wordt. Hij heeft geen deelgenoten, en niemand heeft het recht om aanbeden te
worden behalve Hij, Vrij is Hij van elke tekortkoming en Verheven is Hij boven
wat zij aan deelgenoten aan Hem toeschrijven.
Bron: Madjmoe' Fataawaa wa Rasaa-il ash-Shaykh Mohammad ibn
Saalih al-'Oethaymien, deel 3
Vertaald door: Een zuster
(1) Voetnoot van de vertaalster:
Madh-hab (m.v. = Madhaahib): Wetsschool.
(2) Voetnoot van de vertaalster:
Oemmah: De Moslimgemeenschap.
(3) Voetnoot van de vertaalster:
Doeff: Soort tamboerijn, zonder de bellen of
bekkentjes aan de rand ervan.
(4)
Voetnoot van de vertaalster: Overgeleverd
door Ahmad, Aboe Daawoed en at-Tirmidhie, en al-Albaanie en een groep hebben
hem sahieh (authentiek) verklaard.
(5) Voetnoot van de vertaalster:
Sharie'ah: Islamitische wetgeving.
(6) Voetnoot van vertaalster:
Shaytaan: Satan, duivel.
(7) Voetnoot van de vertaalster: Overgeleverd door Aboe Daawoed, Ahmad en Ibn Hibbaan.
(8) Voetnoot van de vertaalster:
al-Masieh ibn Maryam: De Messias, zoon van Maria.
(9) Voetnoot van de vertaalster: Overgeleverd door al-Boekhaarie, Ahmad, Maalik, Ibn
Hibbaan, ad-Daarimie en Aboe Ya'laa.
(10) Voetnoot van de vertaalster: Dit zijn verzen uit het welbekende gedicht: al-Boerdah.
|