Door de nobele Shaykh
al-Imaam Aboe ‘Abdillaah
Mohammad ibn Saalih al-‘Oethaymien
- moge Allah hem genadig zijn
-
De taalkundige betekenis van
al-fitnah: de beproeving. En de fitnah van het graf: de ondervraging van de
dode over zijn Heer, zijn religie en zijn Profeet, en deze is bevestigd door
het Boek en de Soennah.
Allah - de Verhevene - zegt:
يُثَبِّتُ اللَّهُ الَّذِينَ آمَنُوا بِالْقَوْلِ الثَّابِتِ فِي
الْحَيَاةِ الدُّنْيَا وَفِي الآخِرَةِ
Allah versterkt
degenen die geloven met het standvastige woord in het wereldse leven en in het
Hiernamaals
[ Soerah Ibraahiem 14:27 ].
En de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:
المسلم
إذا سئل في القبر شهد أن لا إله إلا الله، وأن محمداً رسول الله، فذلك قوله تعالى:
يُثَبِّتُ اللَّهُ الَّذِينَ آمَنُوا بِالْقَوْلِ الثَّابِتِ فِي الْحَيَاةِ
الدُّنْيَا وَفِي الآخِرَةِ
"Wanneer de Moslim
in zijn graf ondervraagd wordt, getuigt hij dat er geen ware god is die het
recht heeft aanbeden te worden dan Allah, en dat Mohammad de Boodschapper van
Allah is. En dat zijn de Woorden van Allah - de Verhevene:
يُثَبِّتُ اللَّهُ الَّذِينَ آمَنُوا بِالْقَوْلِ الثَّابِتِ فِي
الْحَيَاةِ الدُّنْيَا وَفِي الآخِرَةِ
Allah versterkt
degenen die geloven met het standvastige woord in het wereldse leven en in het
Hiernamaals
[ Soerah Ibraahiem 14:27 ].
Moettafaqoen ‘alayh(1).
En de ondervragers zijn twee Engelen, volgens de
woorden van de Profeet -
sallallahoe ‘alayhi wa sallam:
إن
العبد إذا وضع في قبره وتولى عنه أصحابه إنه ليسمع قرع نعالهم، قال: يأتيه ملكان
فيقعدانه
"Voorwaar, wanneer de dienaar
in zijn graf wordt gelegd en zijn metgezellen hem verlaten, dan hoort hij
waarlijk hun voetstappen."
Hij zei:
"Dan zullen twee Engelen tot
hem komen, die hem zullen laten zitten."
Overgeleverd door Moeslim(2).
Hun namen zijn Moenkar en Nakier, zoals
at-Tirmidhie heeft overgeleverd van Aboe Hoerayrah op het gezag van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - en zei: hasan gharieb.
Al-Albaanie zei: Zijn keten is hasan (goed) en hij is volgens de voorwaarde van
Moeslim. De ondervraging is algemeen voor al degenen die belast zijn (met de
geboden en verboden van Allah), zowel de gelovigen als de ongelovigen, zowel
deze gemeenschap als de andere (vroegere) gemeenschappen volgens de meest
correcte uitspraak. Maar over degenen die niet belast zijn (bijv. degene die
geestelijk gehandicapt is, en de kleine kinderen) is er een meningsverschil, en
wat uit de woorden van Ibn al-Qayyim in "Kitaab ar-Roeh" kan worden opgemaakt,
is dat zij ook worden ondervraagd. Degenen die daarvoor worden uitgezonderd
zijn de martelaren, volgens een hadieth overgeleverd door an-Nasaa-ie(3), en degenen die sterven, terwijl ze op de
wacht staan tijdens de djihaad(4),
volgens een hadieth overgeleverd door Moeslim(5).
De bestraffing en genieting
van het graf
De bestraffing en genieting van het graf zijn
bevestigd door datgene wat men uit de Qor-aan kan opmaken, de klaarblijkelijke
Soennah en de idjmaa'(6) van Ahloes-Soennah(7).
Allah - de Verhevene - zegt in Soerah al-Waaqi'ah:
فَلَوْلا إِذَا بَلَغَتِ الْحُلْقُومَ *
وَأَنْتُمْ حِينَئِذٍ تَنْظُرُونَ
Waarom
(bemiddelen) jullie dan niet wanneer zij de keel bereikt * En jullie op
dat moment toekijken
[ Soerah
al-Waaqi'ah 56:83-84 ].
Tot aan Zijn Woorden:
تَرْجِعُونَهَا
إِنْ كُنْتُمْ صَادِقِينَ *
فَأَمَّا إِنْ كَانَ مِنَ الْمُقَرَّبِينَ *
فَرَوْحٌ وَرَيْحَانٌ وَجَنَّتُ نَعِيمٍ
Dan zouden jullie haar terugbrengen, als jullie waarachtig zijn * Dan, als hij tot de nabijgebrachten behoort *
(Voor hem zijn er dan) rust
en voorzieningen en het Paradijs van Na'iem (gelukzaligheid)
[ Soerah al-Waaqi'ah 56:87-89 ].
Tot aan het einde van de Soerah(8)...
En de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam -
zocht zijn toevlucht bij Allah tegen de bestraffing van het graf, en
droeg zijn oemmah(9) dit op. En hij zei in de bekende overlevering van
al-Baraa ibn ‘Aazib in het verhaal van de beproeving van het graf, over de
gelovige:
فينادي
مناد من السماء أن صدق عبدي فافرشوه من الجنة، وألبسوه من الجنة، وافتحوا له باباً
إلى الجنة، فيأتيه من ريحها، وطيبها، ويفسح له في قبره مد بصره
"Dan roept een Oproeper vanuit
de hemel:
"Mijn dienaar heeft de
waarheid gesproken. Spreid dan voor hem uit (met een kleed) van het Paradijs,
kleed hem van het Paradijs en open voor hem een deur naar het Paradijs."
Dan komt een bries en de geur van het Paradijs
tot hem, en wordt zijn graf voor hem uitgestrekt zover zijn blik reikt."
En hij zei over de ongelovige:
فينادي
منادٍ من السماء أن كذب عبدي فافرشوه من النار، وافتحوا له باباً من النار، فيأتيه
من حرها وسمومها، ويضيق عليه قبره حتى تختلف أضلاعه
"Dan roept een Oproeper vanuit
de hemel:
"Mijn dienaar heeft gelogen.
Spreid dan voor hem uit (met een kleed) van het Vuur en open voor hem een deur
naar het Vuur."
"Dan komt de hitte en een hete
wind van het Vuur tot hem, en wordt zijn graf voor hem vernauwd, totdat zijn
ribben in elkaar steken."
Overgeleverd door Ahmad en
Aboe Daawoed(10).
De Selef(11)
en Ahloes-Soennah hebben consensus over de bevestiging van de bestraffing en
genieting van het graf, zoals Ibn al-Qayyim heeft vermeld in "Kitaab ar-Roeh".
De ketters hebben de bestraffing van het graf
verworpen, met als argument dat als wij het graf opgraven, wij het aantreffen
zoals het is (d.w.z. zonder bestraffing).
Wij weerleggen hen met twee zaken:
1- Dat het Boek, de Soennah en de idjmaa' (consensus)
van de Selef daarop wijst.
2- Dat de toestanden van het Hiernamaals niet
vergeleken kunnen worden met de toestanden van het wereldse leven. De
bestraffing en genieting in het graf is dan ook niet datgene wat waargenomen
wordt in het wereldse leven.
Vindt de bestraffing en de
genieting van het graf plaats met de ziel of met het lichaam?
Shaykhoel-Islaam Ibn Taymiyyah heeft gezegd: "De
weg van de Selef en de Imaams van deze oemmah(12)
is dat de bestraffing of de genieting plaatsvindt met de ziel en het lichaam
van de dode, dat de ziel na het scheiden van het lichaam zal genieten of zal
lijden, en dat zij soms in contact staat met het lichaam, waarop deze samen met
de ziel zal genieten of lijden."
Bron: Sharh Loem'atil-I'tiqaad
Vertaald vanuit het Arabisch door: Ridouane Mallouki
(1)
Voetnoot van de vertaler: Moettafaqoen ‘alayh: Overeenstemming over; overgeleverd
door al-Boekhaarie en Moeslim.
(2) Sahieh Moeslim
(2870) en al-Boekhaarie (1338).
(3)
En dat is dat een man zei:"O Boodschapper van Allah, waarom worden de gelovigen
beproefd in hun graven, behalve de martelaar?" Hij antwoordde:
كفى ببارقة السيوف على رأسه فتنة
"Voldoende is het glanzen van de
zwaarden boven zijn hoofd als een beproeving."
Overgeleverd door an-Nasaa-ie (2053)
en al-Albaanie verklaarde hem sahieh (authentiek).
(4) Voetnoot van
de vertaler: Djihaad: Het strijden op de weg van Allah, of elke
andere inspanning om het Woord van Allah superieur te maken.
(5)
Overgeleverd door Salmaan die zei: "Ik
hoorde de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - zeggen:
رباط يوم وليلة خير من صيام شهر وقيامه. وإن مات جرى
عليه عمله الذي كان يعمله، وأجري عليه رزقه، وأمن الفتان
"Een
dag en een nacht waken op de weg van Allah is beter dan een maand vasten en het
nachtgebed verrichten. En als hij sterft, gaan zijn daden die hij verrichtte
door, wordt hij voorzien en wordt hij beschermd tegen de beproever."
Sahieh
Moeslim (1913).
(6)
Voetnoot van de vertaler: Idjmaa': De consensus (eenstemmigheid) van de
geleerden.
(7) Voetnoot van
de vertaler: Ahloes-Soennah wal-Djamaa'ah: Degenen die zich vasthouden
aan de weg van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam -
en zijn Metgezellen.
Een aantal andere benamingen voor hen zijn: Ahloel-Hadieth, Ashaaboel-Hadieth,
Ahloel-Athar, as-Selefiyyoen, al-Firqatoen-Naadjiyah (de Geredde Groep),
at-Taa-ifatoel-Mansoerah (de Groep die de overwinning zal krijgen),
as-Sawaadoel-A'dham, al-Ghoerabaa (de Vreemdelingen).
(8) Voetnoot van de vertaler: Soerah: Hoofdstuk
van de Qor-aan.
(9)
Voetnoot van de vertaler: Oemmah: De Moslimgemeenschap.
(10)
Moesnad Ahmad (4/287) en Aboe Daawoed (4753), en al-Albaanie verklaarde hem sahieh
(authentiek).
(11) Voetnoot van de vertaler: as-Selef as-Saalih: de Vrome Voorgangers, en dat zijn
de Sahaabah (de Metgezellen van de Profeet -
sallallahoe ‘alayhi wa sallam), de Taabi'oen (de opvolgers van de
Metgezellen), en Atbaa' at-Taabi'ien (de opvolgers van de opvolgers van de
Metgezellen), en zij zijn degenen die bedoeld worden in de hadieth overgeleverd
door Ibn Mas'oed: de Boodschapper
van Allah - sallallahoe
‘alayhi wa sallam - heeft gezegd:
خير الناس قرني، ثم الذين يلونهم، ثم الذين يلونهم
"De
beste mensen zijn mijn generatie, daarna degenen die hen opvolgen,
en daarna degenen die hen opvolgen."
Overgeleverd
door al-Boekhaarie (2652) en Moeslim (2533).
(12)
Voetnoot van de vertaler: Oemmah: De Moslimgemeenschap.
|