Allahoe
laa ilaaha illaa Hoewal-Hayyoel-Qayyoem. Laa ta-khoedhoehoe sinatoen
walaa nawm. Lahoe maa fis-samaawaati wa maa fil-ard. Man dhal-ladhie
yashfa'oe 'indahoe illaa bi idhnih. Ya'lamoe maa bayna aydiehim wa maa
khalfahoem. Wa laa yoehietoena bi shay-in min 'ilmihi illaa bi maa
shaa. Wasi'a koersiyyoehoes-samaawaati wal-ard. Wa laa ya-oedoehoe
hifdhoehoemaa wa Hoewal-'Aliyyoel-'Adhiem.
Allah,
er is niemand die het recht heeft aanbeden te worden dan Hij. De
Levende, de Instandhouder. Sluimer noch slaap overmant hem. Aan hem
behoort toe wat er in de hemelen is en wat er op aarde is. Wie is
degene die bij Hem bemiddelt zonder Zijn toestemming? Hij heeft kennis
van datgene wat vóór hen is en datgene wat achter hen is. En zij
omvatten niets van Zijn Kennis, behalve wat Hij wil. Zijn Koersie
strekt zich uit over de hemelen en de aarde. En het waken over beide
vermoeit hem niet. En Hij is de Verhevene, de Geweldige.