|
Door de nobele
Shaykh
Mohammad ibn
Djamiel Zienoe
- moge Allah hem behouden -
Hoe ik overging
naar de Shaadhilie Orde
Ik leerde een Shaykh van de Shaadhilie Orde
kennen. Hij had een mooie verschijning en karakter, en hij bezocht mij in mijn huis,
en ik bezocht hem in zijn huis. Ik was onder de indruk van zijn zachte woorden,
zijn nederigheid en vrijgevigheid, dus verzocht ik hem om mij de wird(1)
van de Shaadhilie Orde te geven, waarop hij me de awraad(2) die
specifiek van deze Orde zijn, gaf. Hij had ook een zaawiyah(3) waarin
sommige jongeren zich terugtrokken en dhikr(4) verrichtten na het
vrijdaggebed.
Op een dag bezocht ik hem in zijn huis, en
ik zag foto's van vele Shoeyoekh van de Shaadhilie Orde opgehangen aan de muur.
Dus herinnerde ik hem aan het verbod op het ophangen van foto's, maar hij gaf
geen gehoor, terwijl de overlevering duidelijk - en niet voor hem verborgen -
is. En dat zijn de woorden van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam:
إن البيت الذي فيه
الصور لا تدخله الملائكة
"Voorwaar, het huis waarin
afbeeldingen zitten, wordt niet betreden door de Engelen." (5)
En de Boodschapper van Allah
- sallallahoe ‘alayhi wa sallam - verbood de afbeeldingen in het huis en hij
verbood de mannen om die te maken. (6)
Na ongeveer een jaar wenste
ik de Shaykh een bezoekje te brengen, terwijl ik onderweg naar de ‘oemrah(7) was, dus nodigde hij mij,
mijn zoon en mijn reisgenoot uit voor het avondeten. Na het eten vroeg hij me:
"Zou jij wat religieuze liederen (anaashied) willen horen van deze jongeren?",
dus antwoordde ik: "Ja." Daarop beval hij de jongeren om zich heen - wiens
gezichten gesierd werden door mooie baarden - om te zingen, waarop zij in koor
een lied begonnen te zingen, dat op het volgende neerkwam:
"Wie Allah aanbidt uit hoop op Zijn Paradijs en vrees voor Zijn Vuur, die
heeft een afgod aanbeden."
Dus zei ik tegen hen: "Allah
vermeldde een Vers in de Qor-aan waarin Hij de Profeten aanprees, zeggende:
إِنَّهُمْ كَانُواْ
يُسَارِعُونَ فِي ٱلْخَيْرَاتِ وَيَدْعُونَنَا رَغَباً وَرَهَباً وَكَانُواْ لَنَا
خاشِعِينَ
Voorwaar, zij haastten zich
in de goede daden en riepen Ons aan met hoop en vrees en waren nederig
tegenover Ons
[ Soerah al-Anbiyaa 21:90 ].
Daarop zei de Shaykh: "Dit
gedicht dat zij zingen is van Siedie ‘Abdoel-Ghanie an-Naabloesie!" Dus zei ik
tegen hem: "Worden de woorden van de Shaykh vóór de Woorden van Allah
geplaatst, terwijl deze tegenstrijdig zijn hieraan?!" Toen zei één van degenen
die zongen tegen mij: "Sayyidoenaa ‘Alie - moge Allah tevreden met hem zijn -
heeft gezegd: "Degene die Allah aanbidt uit hoop op Zijn Paradijs, verricht de
aanbidding van de handelaren." Ik vroeg hem: "In welk boek ben jij deze
uitspraak van sayyidoenaa ‘Alie tegengekomen, en is deze authentiek?", waarop
hij zweeg. Vervolgens zei ik tegen hem: "Kun je je voorstellen dat ‘Alie - moge
Allah tevreden met hem zijn - de Qor-aan tegengaat, terwijl hij tot de
Metgezellen van de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - en
de tien die de blijde tijding van het Paradijs werd gegeven, behoort?" Daarna
zei mijn reisgenoot tegen hen: "Allah - Verheven is Hij - prees de gelovigen en
omschreef hen als volgt:
تَتَجَافَىٰ
جُنُوبُهُمْ عَنِ ٱلْمَضَاجِعِ يَدْعُونَ رَبَّهُمْ خَوْفاً وَطَمَعاً وَمِمَّا
رَزَقْنَاهُمْ يُنفِقُونَ
Hun zijden verlaten de slaapplaatsen
en zij roepen hun Heer aan met vrees en hoop en geven uit van datgene waar Wij
hen van voorzien hebben
[ Soerah as-Sadjdah 32:16 ].
Maar zij waren nog steeds
niet overtuigd, dus liet ik het twisten met hen en ging naar de moskee voor het
gebed, waarop één van de jongeren mij achtervolgde en zei: "Wij zijn met jullie
en de Waarheid bevindt zich bij jullie, maar wij zijn niet in staat om te
spreken en tegen de Shaykh in te gaan!" Ik vroeg hem: "Waarom spreken jullie de
waarheid niet?", waarop hij zei: "Als wij spreken, zal hij ons uit het huis sturen."
En dit is een algemeen Soefie beginsel, want de Shoeyoekh van tasawwoef(8) verbieden hun leerlingen om
de Shaykh tegen te werpen, hoe fout hij ook zit, en leren hen hun bekende
gezegde: "De moeried(9) die
tegen zijn Shaykh ‘waarom?' zegt, zal nooit slagen." En hiermee doen zij alsof
zij de woorden van de Boodschapper - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - niet
kennen:
كل بني آدم خطاء وخير الخطائين التوابون
"Iedere zoon van Adam is een
zondaar, en de beste der zondaren zijn zij die berouw hebben." (10)
En de woorden van Maalik -
moge Allah tevreden zijn met hem: "Van eenieder worden zijn woorden aangenomen
en verworpen, behalve de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa
sallam."
De bijeenkomst van salaah over de Profeet
Ik ging met een aantal mashaayikh
naar één van de moskeeën om deze bijeenkomst bij te wonen. Wij betraden de
kring van dhikr, terwijl zij dansten, elkaars handen beetnamen, op- en neer
wiegden, omhoog en omlaag gingen, en: "Allah, Allah" zeiden... Eenieder die zich
in de kring bevond, ging in het midden staan en wees met zijn hand naar de
aanwezigen, zodat zij nog meer zouden bewegen en wiegen... Totdat het mijn beurt
was om in het midden te gaan staan, en hun leider gaf mij een sein om in het
midden te gaan staan, zodat ik hun bewegingen en gedans zou doen vermeerderen.
Maar één van de mashaayikh die met mij waren, verontschuldigde mij en zei tegen
de leider: "Laat hem, hij is zwak," omdat hij wist dat ik niet van dit soort
handelingen houd en zag dat ik stilstond en niet bewoog. Dus liet hun leider me
en excuseerde mij van het staan in het midden van de kring.
En ik hoorde gedichten die gezongen
werden met mooie stemmen, maar zij waren niet vrij van het steun en hulp vragen
aan een ander dan Allah! Ook merkte ik op dat er vrouwen waren die op een
verhoogde plaats zaten en naar de mannen keken. Onder hen was een jonge vrouw die
zich niet bedekte; haar haren, schenen, armen en hals waren te zien. Dus
verwierp ik dit in mijn hart, en zei aan het einde van de bijeenkomst tegen de
leider van de bijeenkomst: "Boven ons bevindt zich een onbedekte vrouw. Als jij
haar en de rest van de vrouwen nu eens zou herinneren aan de hidjaab (sluier),
dan zou dat een goede daad zijn." Maar hij zei tegen mij: "Wij vermanen de
vrouwen niet, en zeggen niets tegen hen!" Ik vroeg hem: "Waarom?" Hij
antwoordde: "Als wij hen adviseren, dan zullen zij de dhikr niet meer
bijwonen!" Dus zei ik in mijzelf: "Laa hawla wa laa qoewwata illaa billaah (Er
is macht noch kracht, behalve bij Allah)! Wat is dit voor een dhikr waarin de
vrouwen zich niet bedekken en niemand hen adviseert? En zou de Boodschapper -
sallallahoe ‘alayhi wa sallam - hier tevreden mee zijn, terwijl hij degene is
die gezegd heeft:
من رأى منكم منكراً فليغيره بيده ، فإن لم
يستطع فبلسانه ، فإن لم يستطع فبقلبه ، وذلك أضعف الإيمان
"Wie van jullie een slechte
daad ziet, laat hij dit dan veranderen met zijn hand. En als hij hiertoe niet
in staat is, dan met zijn tong. En als hij hiertoe niet in staat is, dan met
zijn hart, en dat is de zwakste vorm van Iemaan (Geloof)." (11)
Het volgende deel - in shaa Allah: Deel 4: De Qaadirie Orde
Bron: Kayfahtadayt ilat-Tawhied was-Siraatil-Moestaqiem
Vertaald vanuit het Arabisch door: Ridouane Mallouki
(1) Voetnoot van de vertaler: Wird: Een dagelijks gedeelte van de
Qor-aan dat men leest of gedachtenissen die men uitspreekt.
(2) Voetnoot van de vertaler: Awraad: De meervoudsvorm van wird.
(3) Voetnoot van de vertaler: Zaawiyah: Letterlijk betekent het: hoek. Maar
in de Soefie termkunde worden er hun plaatsen van bijeenkomst mee bedoeld, waar
geïnnoveerde vormen van gedachtenissen, dansen en zingen worden verricht. Het
kan ook een kamer zijn, gevestigd bij de graftombe van een "heilige".
(4)
Voetnoot van de vertaler: Dhikr: Het gedenken van Allah - de Almachtige.
(5)
Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.
(6) Overgeleverd door at-Tirmidhie en hij zei: hasan
sahieh. Ik - de vertaler
- zeg: Al-Albaanie
verklaarde hem sahieh (authentiek) in Sahieh Soenan at-Tirmidhie (1749) en
as-Sahiehah (424).
(7) Voetnoot van de vertaler:
‘Oemrah: Een bezoek aan Mekkah, waarin men de tawaaf (de ommegang rond de
Ka'bah) en de sa'y (het zeven keer op en neerlopen tussen de heuvels as-Safaa
en al-Marwah) verricht. Het wordt ook wel de kleine haddj genoemd.
(8)
Voetnoot van de vertaler: Tasawwoef: Soefisme.
(9)
Voetnoot van de vertaler: Moeried: Discipel van een Soefie Shaykh.
(10) Hasan (goed). Overgeleverd
door Ahmad en at-Tirmidhie.
(11) Overgeleverd door
Moeslim.
|