|
De regelgeving van ar-roeqya door middel van de Qor-aan en het nemen
van een beloning daarvoor
Door de nobele Shaykh
al-‘Allaamah Saalih ibn Fawzaan al-Fawzaan
- moge Allah hem genadig zijn -
Vraag: Is er iets in de gezuiverde wetgeving gekomen wat de behandeling van
de zieke door middel van de Edele Qor-aan verbiedt? En is het voor degene die
deze roeqya uitvoert toegestaan om een beloning of geschenk aan te nemen voor
zijn werk?
Antwoord: Het behandelen van de zieke door middel van de Edele Qor-aan is
toegestaan en wettig, als het gebeurt op de manier die overgeleverd is, en dat
is door te lezen en op de zieke te blazen, of op de plaats van de pijn, of in
het water dat vervolgens door de zieke opgedronken wordt. Want de Profeet -
sallallahoe ‘alayhi wa sallam - verrichtte de roeqya en deze werd voor hem
verricht, en hij gebood de roeqya en stond het toe.
As-Soeyoetie
heeft gezegd: "De geleerden hebben overeenstemming over het toestaan van de
roeqya, wanneer er aan drie voorwaarden wordt voldaan:
1. Dat dit gebeurt met de Woorden van Allah of Zijn Namen en Eigenschappen
2. Dat dit gebeurt in de Arabische taal en datgene waarvan de betekenis
bekend is
3. Dat men overtuigd is dat de roeqya op zichzelf geen invloed heeft, maar
dat dit slechts door de Voorbeschikking van Allah - Verheven is Hij - gebeurt."
En
Shaykhoel-Islaam Mohammad ibn ‘Abdil-Wahhaab heeft gezegd: "Ar-Roeqya is
datgene wat (bij ons) "'azaa-im" wordt genoemd, waar een specifiek bewijs voor
is en vrij is van afgoderij. Want voorzeker, de Boodschapper van Allah -
sallallahoe ‘alayhi wa sallam - stond dit toe als geneesmiddel voor het kwade
oog en koorts - d.w.z. het gif van de schorpioen wanneer hij iemand gestoken
heeft - en ook voor de beet van de slang. De roeqya is van nut tegen deze zaken
- met de toestemming van Allah. En er schuilt voor degene die de roeqya
uitvoert geen kwaad in het aannemen van een beloning of geschenk voor zijn
handeling, omdat de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - de
handeling van de Metgezellen die een beloning hadden aangenomen voor het
verrichten van de roeqya bij degene die gestoken was, goedkeurde en zei:
إن
أحق ما أخذتم عليه أجراً كتاب الله
"Voorwaar, het Boek van Allah heeft het meeste recht om er een beloning
voor te nemen."(1)
Bron: al-Moentaqa min Fataawash-Shaykh Saalih al-Fawzaan deel 1, blz. 65
Vertaald vanuit
het Arabisch door: Ridouane Mallouki
(1) Overgeleverd door al-Boekhaarie (5737).
|