|
Door de nobele Shaykh
al-Imaam Aboe ‘Abdillaah ‘Abdoel-‘Aziez ibn ‘Abdillaah ibn Baaz
- moge Allah hem genadig zijn -
Vraag: Wat is het geneesmiddel voor degene die getroffen is door ‘atf(1),
sarf(2) of (een andere vorm van) tovenarij? En hoe kan de gelovige
daarvan gered worden, zodat deze hem geen kwaad kan doen? En zijn er smeekbeden
of gedachtenissen uit de Qor-aan of de Soennah hiervoor?
Antwoord: Er verschillende soorten geneesmiddelen:
Ten eerste: Hij
dient te kijken naar wat de tovenaar gedaan heeft, wanneer hij weet dat hij
bijv. een aantal haartjes in een bepaalde plaats verstopt heeft, of iets
anders, wanneer hij weet dat de tovenaar dit in een bepaalde plaats verstopt
heeft, dient hij dit te verwijderen, te verbranden en te vernietigen, zodat de
tovenarij teniet zal worden gedaan en datgene wat de tovenaar wilde zal
verdwijnen.
Ten tweede: Als
hij weet wie de tovenaar is, dient hij hem te dwingen om datgene wat hij gedaan
heeft te verwijderen, door tegen hem te zeggen: "Of jij verwijdert wat je
gedaan hebt, of je nek zal worden geslagen (onthoofding)." En wanneer hij dit
dan verwijdert, dient de gezaghebber zijn nek te slaan, want volgens de
correcte uitspraak dient de tovenaar te worden gedood, zonder gevraagd te
worden om berouw te tonen, zoals ‘Oemar - moge Allah tevreden zijn met hem -
dat gedaan heeft. En het is van de Boodschapper - sallallahoe ‘alayhi wa sallam
- overgeleverd dat hij gezegd heeft:
حد
الساحر ضربة بالسيف
"De straf van de tovenaar is een slag met het zwaard".(3)
En toen Hafsah,
de Moeder der Gelovigen - moge Allah tevreden zijn met haar - erachter kwam dat
één van haar dienstmeiden tovenarij praktiseerde, doodde zij haar.
Ten derde: De
recitatie, want deze heeft een geweldige invloed op de tovenarij. En dit dient
als volgt gedaan te worden: er dient over degene die betoverd is of over een
beker/kan met water het volgende gelezen te worden: Aayatoel-Koersie (Soerah
al-Baqarah 2:255), de Verzen van tovenarij in Soerah al-A'raaf, Soerah Yoenoes
en Soerah Ta Ha, en ook Soerah al-Kaafiroen (109), Soerah al-Ikhlaas (112),
Soerah al-Falaq (113) en Soerah an-Naas (114), en hij dient smeekbeden voor hem
te verrichten dat hij genezen wordt en herstelt. En dan vooral de smeekbede die
overgeleverd is van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam:
اللهم رب الناس أذهب الباس، واشف أنت الشافي لا شفاء إلا
شفاؤك شفاءً لا يغادر سقما
"Allahoemma Rabban-naas, adh-hibil-baas, washfi antash-Shaafie, laa shifaa-a
illaa shifaa-oek, shifaa-an laa yoeghaadiroe saqama
(O Allah, Heer van de mensen,
neem het kwaad weg. Genees, U bent de Genezer. Er is geen genezing dan Uw
genezing, een genezing die geen ziekte achterlaat)."(4)
En daartoe
behoort ook de smeekbede waarmee Djibriel(5) de Profeet - sallallahoe
‘alayhi wa sallam - behandelde:
بسم الله أرقيك من كل شيء يؤذيك من شر كل نفس أو عين
حاسد الله يشفيك بسم الله أرقيك
"Bismil-Laahi
arqiek, min koelli shay-in yoe-dhiek, min sharri koelli nafsin aw ‘ayni
haasidinil-Laahoe yashfiek, bismil-Laahi arqiek
(In de Naam van Allah lees ik over jou. En moge
Allah jou genezen van elke zaak die jou kwaad doet, en van het kwaad van elke
ziel of elk afgunstig oog. In de Naam van Allah lees ik over jou)."(6)
En deze roeqya
dient driemaal uitgevoerd te worden, en het lezen van Soerah al-Ikhlaas (112),
Soerah al-Falaq (113) en Soerah an-Naas (114) dient ook driemaal gedaan te
worden. Een andere vorm hiervan is dat datgene wat we genoemd hebben driemaal
over het water wordt gelezen, waarop degene die betoverd is hiervan drinkt, en
zich één of meerdere malen wast met de rest van het water, naargelang de
behoefte. Dan zal de tovenarij verwijderd worden, met de toestemming van Allah
- Verheven is Hij. Dit is wat de geleerden hebben vermeld, o.a. ash-Shaykh
‘Abdoer-Rahmaan ibn Hasan - moge Allah hem genadig zijn - in zijn boek "Fath
al-Madjied Sharh Kitaab at-Tawhied" in het hoofdstuk "Wat er is overgeleverd
over an-noeshra", waar hij deze en andere zaken vermeldde.
Ten vierde: Dat
er zeven blaadjes van de groene lotusbloem genomen worden, en dat deze fijn
worden gemaald en in het water worden gedaan. Vervolgens worden de Verzen,
Soewar(7) en smeekbeden die vooraf zijn gegaan hierover gelezen, waarop
degene die betoverd is hiervan drinkt en zich hiermee wast. Net zoals dit ook
van nut is voor de man die van zijn vrouw weerhouden wordt, dus de zeven
blaadjes van de groene lotusbloem worden in het water gedaan, waarop datgene
wat vooraf is gegaan hierover wordt gelezen, waarna hij hiervan drinkt en zich
hiermee wast. Dit is zeer van nut, met de toestemming van Allah - de
Majesteitelijke en Verhevene.
De Verzen die
over het water en de blaadjes van de groene lotusbloem worden gelezen met
betrekking tot degene die betoverd is en degene die ervan weerhouden wordt om
geslachtsgemeenschap te hebben met zijn vrouw zijn als volgt:
1) Soerah
al-Faatihah (1).
2)
Aayatoel-Koersie uit Soerah al-Baqarah, en dat zijn de volgende Woorden van
Allah - Verheven is Hij:
ٱللَّهُ
لاَ إِلَـٰهَ إِلاَّ هُوَ ٱلْحَيُّ ٱلْقَيُّومُ لاَ تَأْخُذُهُ سِنَةٌ وَلاَ
نَوْمٌ لَّهُ مَا فِي ٱلسَّمَاوَاتِ وَمَا فِي ٱلأَرْضِ مَن ذَا ٱلَّذِي يَشْفَعُ
عِنْدَهُ إِلاَّ بِإِذْنِهِ يَعْلَمُ مَا بَيْنَ أَيْدِيهِمْ وَمَا خَلْفَهُمْ
وَلاَ يُحِيطُونَ بِشَيْءٍ منْ عِلْمِهِ إِلاَّ بِمَا شَآءَ وَسِعَ كُرْسِيُّهُ
ٱلسَّمَاوَاتِ وَٱلأَرْضَ وَلاَ يَؤُودُهُ حِفْظُهُمَا وَهُوَ ٱلْعَلِيُّ
ٱلْعَظِيمُ
Allah, er is niemand die het recht heeft aanbeden te worden dan Hij. De
Levende, de Instandhouder. Sluimer noch slaap overmant hem. Aan hem behoort toe
wat er in de hemelen is en wat er op aarde is. Wie is degene die bij Hem
bemiddelt zonder Zijn toestemming? Hij heeft kennis van datgene wat vóór hen is
en datgene wat achter hen is. En zij omvatten niets van Zijn Kennis, behalve
wat Hij wil. Zijn Koersie(8) strekt zich uit over de hemelen en de aarde. En het waken over beide vermoeit hem niet. En
Hij is de Verhevene, de Geweldige
[ Soerah al-Baqarah 2:255 ].
3) De volgende
Verzen uit Soerah al-A'raaf:
قَالَ
إِن كُنتَ جِئْتَ بِآيَةٍ فَأْتِ بِهَآ إِن كُنتَ مِنَ ٱلصَّادِقِينَ * فَأَلْقَىٰ عَصَاهُ فَإِذَا هِيَ
ثُعْبَانٌ مُّبِينٌ * وَنَزَعَ يَدَهُ فَإِذَا هِيَ بَيْضَآءُ لِلنَّاظِرِينَ *قَالَ ٱلْمَلأُ مِن قَوْمِ فِرْعَوْنَ إِنَّ
هَـٰذَا لَسَاحِرٌ عَلِيمٌ * يُرِيدُ أَن يُخْرِجَكُمْ منْ أَرْضِكُمْ فَمَاذَا
تَأْمُرُونَ
* قَالُوۤاْ أَرْجِهْ
وَأَخَاهُ وَأَرْسِلْ فِي ٱلْمَدَآئِنِ حَاشِرِينَ * يَأْتُوكَ بِكُل سَاحِرٍ
عَلِيمٍ
* وَجَآءَ
ٱلسَّحَرَةُ فِرْعَوْنَ قَالْوۤاْ إِنَّ لَنَا لأَجْراً إِن كُنَّا نَحْنُ
ٱلْغَالِبِينَ * قَالَ نَعَمْ وَإِنَّكُمْ لَمِنَ ٱلْمُقَرَّبِينَ* قَالُواْ يٰمُوسَىٰ إِمَّآ أَن تُلْقِيَ
وَإِمَّآ أَن نَّكُونَ نَحْنُ ٱلْمُلْقِينَ * قَالَ أَلْقَوْاْ فَلَمَّآ
أَلْقُوْاْ سَحَرُوۤاْ أَعْيُنَ ٱلنَّاسِ وَٱسْتَرْهَبُوهُمْ وَجَآءُوا بِسِحْرٍ
عَظِيمٍ
* وَأَوْحَيْنَآ
إِلَىٰ مُوسَىٰ أَنْ أَلْقِ عَصَاكَ فَإِذَا هِيَ تَلْقَفُ مَا يَأْفِكُونَ *
فَوَقَعَ ٱلْحَقُّ وَبَطَلَ مَا كَانُواْ يَعْمَلُونَ * فَغُلِبُواْ هُنَالِكَ
وَٱنقَلَبُواْ صَاغِرِينَ * وَأُلْقِيَ ٱلسَّحَرَةُ سَاجِدِينَ * قَالُوۤاْ
آمَنَّا بِرَب ٱلْعَالَمِينَ * رَب مُوسَىٰ وَهَارُونَ
Hij (de Farao) zei: "Als jij met een Teken bent gekomen, komt er dan
mee, als jij tot de waarachtigen behoort *
Toen wierp hij (Moesa) zijn stok, en deze werd een duidelijke slang * En
hij haalde zijn hand tevoorschijn, waarop deze witstralend was voor de
toeschouwers * De vooraanstaanden van het volk van de Farao zeiden: "Voorwaar,
dit is een geleerde tovenaar * Die jullie uit jullie land wil
verdrijven, wat raden jullie dus aan?" * Zij zeiden: "Geef hem en zijn
broeder uitstel, en stuur verzamelaars naar de steden * Opdat zij alle
geleerde tovenaars tot u brengen." * En de tovenaars kwamen tot de Farao
en zeiden: "Voorwaar, is er zeker een beloning voor ons als wij de overwinnaars
zijn?" * Hij zei: "Jawel. En voorwaar, jullie zullen dan tot de
nabijgebrachten behoren." * Zij
zeiden: "O Moesa! Of jij werpt, of wij zijn het die de werpers zijn." * Hij zei: "Werpt." Toen zij dan wierpen, betoverden
zij de ogen van de mensen en joegen hen angst aan, en zij kwamen met een
geweldige tovenarij * En Wij openbaarden aan
Moesa: "Werpt jouw stok," en zij verslond de valsheid die zij hadden gemaakt * Aldus werd de Waarheid bevestigd, en datgene wat zij deden werd
tenietgedaan * Daar werden zij verslagen en zij keerden vernederd terug *
En de tovenaars wierpen zich knielend neer * Zij zeiden: "Wij geloven in
de Heer der Werelden * De Heer van Moesa en Haaroen."
[ Soerah al-A'raaf 7:106-122 ].
4) De volgende
Verzen uit Soerah Yoenoes:
وَقَالَ
فِرْعَوْنُ ٱئْتُونِي بِكُل سَاحِرٍ عَلِيمٍ * فَلَمَّا جَآءَ ٱلسَّحَرَةُ قَالَ
لَهُمْ مُّوسَىٰ أَلْقُواْ مَآ أَنتُمْ مُّلْقُونَ * فَلَمَّآ أَلْقُواْ قَالَ
مُوسَىٰ مَا جِئْتُمْ بِهِ ٱلسحْرُ إِنَّ ٱللَّهَ سَيُبْطِلُهُ إِنَّ ٱللَّهَ لاَ
يُصْلِحُ عَمَلَ ٱلْمُفْسِدِينَ * وَيُحِقُّ ٱللَّهُ ٱلْحَقَّ بِكَلِمَاتِهِ
وَلَوْ كَرِهَ ٱلْمُجْرِمُونَ
En de Farao zei: "Brengt mij elke geleerde tovenaar." * En toen de tovenaars kwamen, zei Moesa tot hen: "Werpt wat jullie
te werpen hebben." * En toen zij wierpen, zei Moesa: "Datgene waar
jullie mee gekomen zijn, is tovenarij. Voorwaar, Allah zal deze tenietdoen.
Voorwaar, Allah zet het werk van de verderfzaaiers niet recht." * En
Allah vestigt de Waarheid met Zijn Woorden, ook al hebben de misdadigers er een
afkeer van
[ Soerah Yoenoes 10:79-82 ].
5) De volgende
Verzen uit Soerah Ta Ha:
قَالُواْ
يٰمُوسَىٰ إِمَّآ أَن تُلْقِيَ وَإِمَّآ أَن نَّكُونَ أَوَّلَ مَنْ أَلْقَىٰ *
قَالَ بَلْ أَلْقُواْ فَإِذَا حِبَالُهُمْ وَعِصِيُّهُمْ يُخَيَّلُ إِلَيْهِ مِن
سِحْرِهِمْ أَنَّهَا تَسْعَىٰ * فَأَوْجَسَ فِي نَفْسِهِ خِيفَةً مُّوسَىٰ *
قُلْنَا لاَ تَخَفْ إِنَّكَ أَنتَ ٱلأَعْلَىٰ * وَأَلْقِ مَا فِي يَمِينِكَ
تَلْقَفْ مَا صَنَعُوۤاْ إِنَّمَا صَنَعُواْ كَيْدُ سَاحِرٍ وَلاَ يُفْلِحُ
ٱلسَّاحِرُ حَيْثُ أَتَىٰ
Zij zeiden: "O Moesa! Of jij werpt, of zijn wij de eersten die werpen."
* Hij zei: "Neen, werpt maar." * En
plotseling werd door hun tovenarij voor hem ingebeeld dat hun touwen en stokken
zich voortbewogen * Toen voelde Moesa een vrees in zich opkomen *
Wij zeiden: "Vreest niet. Voorwaar, jij bent degene die zal overwinnen *
En werpt datgene wat in je rechterhand
is, het zal datgene wat zij verricht hebben verslinden. Voorwaar, wat zij
verricht hebben is slechts de list van een tovenaar. En de tovenaar zal niet
welslagen, wat hij ook doet."
[ Soerah Ta Ha 20:65-69 ].
6) Soerah
al-Kaafiroen (109).
7) Soerah
al-Ikhlaas (112), Soerah al-Falaq (113) en Soerah an-Naas (114) driemaal.
8) Een aantal
wettige smeekbeden, zoals:
اللهم رب الناس أذهب الباس، واشف أنت الشافي لا شفاء إلا
شفاؤك شفاءً لا يغادر سقما
"Allahoemma Rabban-naas, adh-hibil-baas, washfi antash-Shaafie, laa
shifaa-a illaa shifaa-oek, shifaa-an laa yoeghaadiroe saqama
(O Allah, Heer van de mensen,
neem het kwaad weg. Genees, U bent de Genezer. Er is geen genezing dan Uw
genezing, een genezing die geen ziekte achterlaat)."(9)
Driemaal, en
als hiermee tezamen de volgende smeekbede driemaal wordt gezegd:
بسم الله أرقيك من كل شيء يؤذيك من شر كل نفس أو عين
حاسد الله يشفيك بسم الله أرقيك
"Bismil-Laahi
arqiek, min koelli shay-in yoe-dhiek, min sharri koelli nafsin aw ‘ayni
haasidinil-Laahoe yashfiek, bismil-Laahi arqiek
(In de Naam van Allah lees ik over jou. En moge
Allah jou genezen van elke zaak die jou kwaad doet, en van het kwaad van elke
ziel of elk afgunstig oog. In de Naam van Allah lees ik over jou)."(10)
...dan is dat
goed.
En als datgene
wat vooraf is gegaan direct over degene die betoverd is wordt gelezen, waarop
er over zijn hoofd of over zijn borst wordt geblazen, dan behoort dit ook tot
de oorzaken van de genezing - met de toestemming van Allah - zoals vooraf is
gegaan.
Bron: Madjmoe' Fataawaa wa Maqaalaat Moetanawwi'ah deel 8, blz. 144
Vertaald vanuit
het Arabisch door: Ridouane Mallouki
(1) Voetnoot van de
vertaler: ‘Atf: Vorm van tovenarij waarbij twee personen bij
elkaar worden gebracht.
(2) Voetnoot van de
vertaler: Sarf: Vorm van tovenarij waarbij twee personen uit
elkaar worden gehaald.
(3) Overgeleverd
door at-Tirmidhie (1460).
(4) Overgeleverd
door al-Boekhaarie (5675) en Moeslim (2191).
(5) Voetnoot van de
vertaler: Djibriel - ‘alayhis-salaam: De Engel Gabriël.
(6) Overgeleverd
door Moeslim (2186).
(7) Voetnoot van de
vertaler: Soewar: De meervoudsvorm van Soerah: hoofdstuk van de
Qor-aan.
(8) Voetnoot van de
vertaler: ash-Shaykh Ibn ‘Oethaymien - moge Allah hem
genadig zijn - zegt in zijn uitleg van Loem'atoel-I'tiqaad:
De Koersie is
niet hetzelfde als de Troon; want de Troon is waarop Allah zich verheven heeft,
en de Koersie is de plaats van Zijn Voeten, volgens de woorden van Ibn ‘Abbaas
- moge Allah tevreden zijn met beiden:
الكرسي موضع القدمين، والعرش لا يقدر أحد قدره
"De Koersie is de plaats van de Voeten, en de ‘Arsh (Troon) kan door
niemand worden ingebeeld."
Overgeleverd door al-Haakim
in zijn Moestadrak, en hij zei: "Sahieh (authentiek) volgens de voorwaarden van
de Shaykhayn (al-Boekhaarie en Moeslim), maar zij hebben hem niet
overgeleverd."
Ik - de vertaler - zeg: De
Voeten behoren tot de Volmaakte Eigenschappen van Allah die wij dienen te
erkennen en waarin wij moeten geloven, zonder deze te vergelijken met de eigenschappen
van de schepping, zonder hier een hoedanigheid aan te geven, zonder de
betekenis ervan te verdraaien en zonder deze te verwerpen. En dit is de weg van
de Selef (de Vrome Voorgangers), de beste generaties van deze gemeenschap.
(9) Overgeleverd
door al-Boekhaarie (5675) en Moeslim (2191).
(10) Overgeleverd door Moeslim (2186).
|