|
De regelgeving van het schrijven van opschriften voor de mensen wanneer
er sprake is van tovenarij of een ziekte
Door de nobele Shaykh
al-Imaam Aboe ‘Abdillaah Mohammad ibn Saalih al-‘Oethaymien
- moge Allah hem genadig zijn -
Vraag: Bij ons in Soedan hebben we mensen die bekend staan als "mashaayikh" en
opschriften voor de mensen schrijven wanneer iemand ziek wordt of getroffen
wordt door tovenarij of andere zaken van bijgeloof. Wat is de regelgeving van
degene die zich met hen inlaat en wat is de regelgeving van deze handelingen
van hen?
Antwoord: Er schuilt geen kwaad in ar-roeqya voor de zieke die getroffen is door
tovenarij of een andere ziekte, als deze roeqya door middel van de Qor-aan is
of door middel van de smeekbeden die toegestaan zijn. Want het is overgeleverd
van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - dat hij ar-roeqya verrichtte
bij zijn Metgezellen.
En tot de
wettige smeekbeden behoort:
بسم الله أرقيك من كل شيء يؤذيك من شر كل نفس أو عين
حاسد الله يشفيك بسم الله أرقيك
"Bismil-Laahi
arqiek, min koelli shay-in yoe-dhiek, min sharri koelli nafsin aw ‘ayni
haasidinil-Laahoe yashfiek, bismil-Laahi arqiek
(In de Naam van Allah lees ik over jou. En moge
Allah jou genezen van elke zaak die jou kwaad doet, en van het kwaad van elke
ziel of elk afgunstig oog. In de Naam van Allah lees ik over jou)."(1)
En ook dat de
zieke zijn hand legt op de plaats van de pijn in zijn lichaam en zegt:
أعوذ
بالله وقدرته من شر ما أجد وأحاذر
"A'oedhoe bil-Laahi wa Qoedratihi min sharri maa adjidoe wa oehaadhir
(Ik zoek mijn toevlucht bij Allah en Zijn Macht tegen het kwaad van
datgene wat ik ondervind en waar ik mij voor behoed)."(2)
En andere
smeekbeden die de mensen van kennis genoemd hebben en die van de Boodschapper -
sallallahoe ‘alayhi wa sallam - zijn overgeleverd.
Maar wat het
opschrijven van Verzen en gebeden en het ophangen hiervan betreft, daarover
verschillen de mensen van kennis van mening. Onder hen zijn er die het toegestaan
hebben en onder hen zijn er die het verboden hebben, en het meest juiste is dat
het verboden is, omdat dit niet van de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam
- is overgeleverd. Datgene wat is overgeleverd, is dat je over de zieke leest.
Maar dat je de Verzen en smeekbeden om de nek van de zieke hangt, of om zijn
hand, of onder zijn kussen stopt en wat hierop lijkt, dit is verboden volgens
de meest correcte opinie, omdat dit niet is overgeleverd.
En iedere
persoon die van een bepaalde zaak een oorzaak maakt voor een andere zaak zonder
toestemming van de wetgeving, deze handeling wordt beschouwd als een vorm van
afgoderij, omdat het een bevestiging is van een oorzaak welke Allah geen
oorzaak heeft gemaakt.
Dit is zonder
dat we gekeken hebben naar de situatie van deze "mashaayikh". En wij weten het
niet, wellicht behoren deze "mashaayikh" wel tot de kwakzalvers die
verwerpelijke en verboden zaken opschrijven, want voorwaar, over het verbod
hiervan bestaat geen twijfel. En daarom hebben de mensen van kennis gezegd: "Er
schuilt geen kwaad in ar-roeqya, op de voorwaarde dat het bekend, begrijpelijk
en vrij van afgoderij is."
Bron: Fataawaa al-‘ilaadj bil-Qor-aan was-Soennah - ar-Roeqaa wa maa yata'allaqoe
bihaa blz. 11-12
Vertaald vanuit
het Arabisch door: Ridouane Mallouki
(1) Overgeleverd
door Moeslim (2186).
(2) Overgeleverd
door Moeslim (2202).
|