|
Het geneesmiddel voor degene die ervan weerhouden wordt om
geslachtsgemeenschap te hebben met zijn vrouw
Door de nobele Shaykh
al-Imaam Aboe ‘Abdillaah ‘Abdoel-‘Aziez ibn ‘Abdillaah ibn Baaz
- moge Allah hem genadig zijn -
Dit is de meest
hardnekkige en meest pijnlijke vorm van tovenarij, en met het meeste lijden -
en we zoeken onze toevlucht tot Allah. De eminente Shaykh ‘Abdoel-‘Aziez ibn
Baaz - moge Allah hem genadig zijn - heeft gezegd:
Hij dient zeven
blaadjes van de groene lotusbloem te nemen en deze met een steen of iets wat
hierop lijkt fijn te malen. Vervolgens dient hij deze in een emmer/beker te
doen en hier water in te gieten met een hoeveelheid die voor hem voldoende is
om zich te wassen. Daarna dient hij hierin Aayatoel-Koersie (Soerah al-Baqarah
2:255) te reciteren, en Soerah al-Kaafiroen (109), Soerah al-Ikhlaas (112),
Soerah al-Falaq (113), Soerah an-Naas (114), de Verzen van de tovenarij in
Soerah al-A'raaf, en dat zijn de volgende Woorden van Allah - Verheven is Hij:
وَأَوْحَيْنَآ إِلَىٰ مُوسَىٰ أَنْ أَلْقِ
عَصَاكَ فَإِذَا هِيَ تَلْقَفُ مَا يَأْفِكُونَ * فَوَقَعَ ٱلْحَقُّ وَبَطَلَ مَا
كَانُواْ يَعْمَلُونَ * فَغُلِبُواْ هُنَالِكَ وَٱنقَلَبُواْ صَاغِرِينَ *
وَأُلْقِيَ ٱلسَّحَرَةُ سَاجِدِينَ * قَالُوۤاْ آمَنَّا بِرَب ٱلْعَالَمِينَ * رَب
مُوسَىٰ وَهَارُونَ
En Wij openbaarden aan Moesa: "Werpt jouw stok," en zij verslond de
valsheid die zij hadden gemaakt * Aldus werd
de Waarheid bevestigd, en datgene wat zij deden werd tenietgedaan * Daar
werden zij verslagen en zij keerden vernederd terug * En de tovenaars
wierpen zich knielend neer * Zij zeiden: "Wij geloven in de Heer der
Werelden * De Heer van Moesa en Haaroen."
[ Soerah al-A'raaf 7:117-122 ].
En de Verzen in
Soerah Yoenoes, en dat zijn de volgende Woorden van Allah - Verheerlijkt is
Hij:
وَقَالَ فِرْعَوْنُ ٱئْتُونِي بِكُل
سَاحِرٍ عَلِيمٍ * فَلَمَّا جَآءَ ٱلسَّحَرَةُ قَالَ لَهُمْ مُّوسَىٰ أَلْقُواْ
مَآ أَنتُمْ مُّلْقُونَ * فَلَمَّآ أَلْقُواْ قَالَ مُوسَىٰ مَا جِئْتُمْ بِهِ
ٱلسحْرُ إِنَّ ٱللَّهَ سَيُبْطِلُهُ إِنَّ ٱللَّهَ لاَ يُصْلِحُ عَمَلَ
ٱلْمُفْسِدِينَ * وَيُحِقُّ ٱللَّهُ ٱلْحَقَّ بِكَلِمَاتِهِ وَلَوْ كَرِهَ
ٱلْمُجْرِمُونَ
En de Farao zei: "Brengt mij elke geleerde tovenaar." * En toen de tovenaars kwamen, zei Moesa tot hen: "Werpt wat jullie
te werpen hebben." * En toen zij wierpen, zei Moesa: "Datgene waar
jullie mee gekomen zijn, is tovenarij. Voorwaar, Allah zal deze tenietdoen.
Voorwaar, Allah zet het werk van de verderfzaaiers niet recht." * En
Allah vestigt de Waarheid met Zijn Woorden, ook al hebben de misdadigers er een
afkeer van
[ Soerah Yoenoes 10:79-82 ].
En de Verzen in
Soerah Ta Ha, en dat zijn de volgende Woorden van Allah - Verheerlijkt en
Verheven is Hij:
قَالُواْ يٰمُوسَىٰ إِمَّآ أَن تُلْقِيَ
وَإِمَّآ أَن نَّكُونَ أَوَّلَ مَنْ أَلْقَىٰ * قَالَ بَلْ أَلْقُواْ فَإِذَا
حِبَالُهُمْ وَعِصِيُّهُمْ يُخَيَّلُ إِلَيْهِ مِن سِحْرِهِمْ أَنَّهَا تَسْعَىٰ *
فَأَوْجَسَ فِي نَفْسِهِ خِيفَةً مُّوسَىٰ * قُلْنَا لاَ تَخَفْ إِنَّكَ أَنتَ
ٱلأَعْلَىٰ * وَأَلْقِ مَا فِي يَمِينِكَ تَلْقَفْ مَا صَنَعُوۤاْ إِنَّمَا
صَنَعُواْ كَيْدُ سَاحِرٍ وَلاَ يُفْلِحُ ٱلسَّاحِرُ حَيْثُ أَتَىٰ
Zij zeiden: "O Moesa! Of jij werpt, of zijn wij de eersten die werpen."
* Hij zei: "Neen, werpt maar." * En
plotseling werd door hun tovenarij voor hem ingebeeld dat hun touwen en stokken
zich voortbewogen * Toen voelde Moesa een vrees in zich opkomen *
Wij zeiden: "Vreest niet. Voorwaar, jij bent degene die zal overwinnen *
En werpt datgene wat in je
rechterhand is, het zal datgene wat zij verricht hebben verslinden. Voorwaar,
wat zij verricht hebben is slechts de list van een tovenaar. En de tovenaar zal
niet welslagen, wat hij ook doet."
[ Soerah Ta Ha 20:65-69 ]
Na
het reciteren hiervan in het water, dient hij een beetje ervan op te drinken en
zich met de rest ervan te wassen, en hiermee zal de kwaal verdwijnen - als
Allah het wil. En als het nodig is om dit tweemaal of meer te herhalen, dan is
daar niets mis mee, totdat de kwaal verdwijnt.
Bron:
‘Ilaadj al-Amraad bil-Qor-aan
was-Soennah, blz. 24-26
Vertaald vanuit
het Arabisch door: Ridouane Mallouki
|