In de Naam van Allah, de Meest Barmhartige, Die Zijn Genade schenkt aan wie Hij wil
De biografie van de Profeet Mohammed (vrede zij met
hem) toont ons prachtige voorbeelden van zijn omgang met niet-moslims. Sommige
van zijn buren waren niet-moslims en hij was vrijgevig voor hen. Hij was gewoon
om hun geschenken te geven en hij aanvaardde hun geschenken. Hij was gewoon om
hen te bezoeken wanneer zij ziek waren, hun liefdadigheid te geven en zaken met
hen te doen. Er was een joods gezin waaraan hij gewoonlijk liefdadigheid gaf en
na zijn dood zetten de moslims deze liefdadigheid aan hen voort.
Aboe 'Oebayd al-Qaasim ibn Sallaam, Kitaab al-Amwaal,
blz. 727-728
'Abdoer-Rahmaan ibn Abie Layla zei:
'Toen Sahl
ibn Hoenayf en Qays ibn Sa'd eens in al-Qaadisiyyah zaten, kwam er een
begrafenisstoet langs hen, waardoor zij opstonden. Er werd tegen hen gezegd:
'Voorwaar, het is de begrafenisstoet van één van de inwoners van het land, dat
wil zeggen van de Mensen van het Verbond.' Daarop zeiden zij: 'Voorwaar, er kwam
eens een begrafenisstoet langs de Profeet (vrede zij met hem), waardoor hij
opstond. Er werd tegen hem gezegd: 'Voorwaar, het is de begrafenisstoet van een
jood!' Daarop zei de Profeet (vrede zij met hem): 'Is het geen ziel?'
Sahieh al-Boekhaarie (1312)
De edele Metgezel 'Abdoellah ibn 'Amr ibn al-'Aas (moge
Allah tevreden zijn met hem en zijn vader) had de gewoonte om zijn joodse buren
liefdadigheid en geschenken te geven. Moedjaahid (moge Allah hem genadig zijn)
zei:
'Er werd een schaap geslacht in het huis van 'Abdoellah
ibn 'Amr (moge Allah tevreden zijn met hem en zijn vader). Toen hij thuiskwam,
zei hij tegen zijn gezin: 'Hebben jullie een deel ervan gegeven aan onze joodse
buur? Hebben jullie een deel ervan gegeven aan onze joodse buur? Ik hoorde de
Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) namelijk zeggen: 'Djibriel bleef mij
aansporen tot het goed behandelen van de buur, totdat ik dacht dat hij hem een
erfgenaam zou maken.' Sahieh at-Targhieb wat-Tarhieb (2574) van al-Albaanie
Al-Qaadie Aboe
Yoesoef (moge Allah hem genadig zijn) schreef de volgende woorden naar de
kalief om hem aan te sporen tot rechtvaardigheid jegens zijn
niet-moslimonderdanen:
'Voorzeker,
de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft het berokkenen van schade
aan een ander verboden en zei: 'Vervloekt is degene die een moslim of
niet-moslim schade berokkent, vervloekt is hij!' 'Oemar ibn al-Khattaab (moge
Allah, Verheven is Hij, tevreden met hem zijn) schreef bovendien een brief naar
Aboe 'Oebaydah ibn al-Djarraah en droeg hem daarin op om de moslims te
weerhouden van het doen van onrecht aan iemand van de Mensen van het Verbond.'
Imam
al-Qaraafie (moge Allah hem genadig zijn) schreef:
'Degene die iemand van de Mensen van het Verbond kwaad
doet, al is het maar door middel van een kwaad woord, roddel, eerroof of enige
andere vorm van overlast, of een ander hierin bijstaat, die heeft waarlijk het
verbond van Allah (Verheven is Hij), het verbond van Zijn Boodschapper (vrede
zij met hem) en het verbond van de Islam geschonden.'
Ahmed ibn Idries al-Qaraafie al-Maalikie, al-Foeroeq, deel 3, blz. 29.
De Franse
psycholoog en socioloog Gustave Le Bon schreef:
'De tolerantie van Mohammed jegens de joden en christenen
was werkelijk groots. De stichters van de andere religies die voor hem
verschenen, het jodendom en het christendom in het bijzonder, schreven niet
zulke vriendelijkheid voor. Zijn kaliefen volgden hetzelfde beleid. Deze
tolerantie wordt erkend door zowel sceptici als gelovigen, wanneer zij de
geschiedenis van de Arabieren diepgaand bestuderen.' Gustave Le Bon,
Arab Civilisation, blz. 128.
De Amerikaanse
historicus Lothrop Stoddard schreef:
'De kalief Omar respecteerde de christelijke heilige
plaatsen met grote zorgzaamheid en zijn opvolgers vervolgden de lokale
christenen niet, noch deden zij de talloze pelgrims kwaad die jaarlijks vanuit
elk deel van de christelijke wereld naar Jeruzalem kwamen.'
Lothrop
Stoddard, The New World of Islam, blz. 13-14